Onderwijs in Engeland krijgt dikke onvoldoende

LONDEN, 6 FEBR. Het lager- en middelbaar onderwijs in Engeland haalt een dikke onvoldoende. De helft van de basisscholen voldoet niet aan de normen. Hetzelfde geldt voor veertig procent van de middelbare scholen. Dat blijkt uit het jaarverslag van hoofdinspecteur Chris Woodhead, leider van het instituut dat in Engeland toeziet op de kwaliteit van het onderwijs.

Vorige maand was al bekend geworden dat meer dan de helft van de elfjarige schoolverlaters bij de overgang naar het middelbaar onderwijs niet het vereiste niveau in rekenen en taal haalt. Volgens onderwijsinspecteur Woodhead krijgen kinderen vooral in de laatste klassen van de basisschool niet goed genoeg les. Ook het onderwijs in de eerste klassen van het middelbaar onderwijs laat vaak te wensen over, omdat de onderbouw meestal wordtovergelaten aan de minst bekwame docenten. In totaal bijna 15.000 leraren kunnen maar beter worden ontslagen, vindt Woodhead. Ze ondermijnen het werk van hun collega's en zijn schadelijk voor de ontwikkeling van de leerlingen.

Opvallend is volgens de onderwijsinspectie het grote kwaliteitsverschil tussen scholen. De examenresultaten van de beste middelbare scholen zijn twee keer zo goed als van sommige andere scholen in vergelijkbare buurten. Ze scoren zelfs zes keer hoger dan scholen in de armste regio's.

Minister van onderwijs Gillian Shephard kondigde gisteren aan dat testresultaten van lagere scholen vanaf volgend jaar openbaar worden gemaakt. Zo kunnen ouders tot een meer kwaliteitsgerichte schoolkeuze komen. Ook zou de druk op matig functionerende scholen worden vergroot. Maar leden van de oppositie en vertegenwoordigers van de onderwijsbonden verweten de minister dat ze een falend onderwijsbeleid afwentelt op scholen die toch al met grote moeilijkheden kampen. Ze vinden dat de regering meer geld beschikbaar moet stellen voor kwaliteitsverbetering.

Volgens het rapport van de onderwijsinspectie gaan veel scholen gebukt onder een “verontrustend” gebrek aan voorzieningen. Eén op de zeven lagere scholen en één op de vijf middelbare scholen beschikt over onvoldoende accommodatie. Klaslokalen zijn te krap, het speelplein is te klein en er zijn geen ruimtes voor gymnastiek, computerkunde of handenarbeid. Eén op de vier basisscholen en één op de zeven middelbare scholen heeft een tekort aan leerboeken.

    • Dick Wittenberg