Minister van buitenlandse zaken Taha: wat kunnen we nog meer doen? Soedan belooft 'terroristen' te zoeken

KHARTOUM, 6 FEBR. Soedan belooft nieuwe pogingen te ondernemingen om drie Egyptenaren die worden verdacht van een mislukte aanslag op president Mubarak, te arresteren. “Als we ze vinden op Soedanees grondgebied zullen we ze oppakken en uitleveren”, zei gisteren in de Soedanese hoofdstad Khartoum minister van buitenlandse zaken Ali Osman Mohamed Taha. “Wat kunnen we nog meer doen? De Veiligheidsraad heeft ons een onmogelijke opdracht gegeven”, aldus Taha in een vraaggesprek. Hij waarschuwde dat eventuele sancties tegen Soedan, als uitvloeisel van de resolutie in de Veiligheidsraad, tot grote regionale conflicten zullen leiden.

Taha, die grote invloed uitoefent binnen het Soedanese regime, zei dat de vorige week aangenomen resolutie van de Veiligheidsraad waarin Soedan om uitlevering van de drie wordt gevraagd, op onjuiste veronderstellingen berust. “De verdachten worden verondersteld zich in Soedan te bevinden. Dat moet echter nog worden bewezen. Wij worden onrechtvaardig behandeld. Desondanks zullen we al het mogelijke doen om aan de resolutie te voldoen.”

Soedan wordt in de resolutie opgeroepen geen terroristische activiteit te steunen. “Wij hebben nooit een militaire opleiding gegeven aan Egyptische of andere terroristen”, aldus Taha. “We geven toe dat er zich Palestijnen in Soedan bevinden en dat Hamas hier een kantoor heeft. Maar wij hebben hun nooit toegestaan hier te trainen. Hoe kunnen zich hier kampen van terroristen bevinden zonder dat de Amerikaanse satellieten deze lokaliseren? Wij hebben de secretaris-generaal van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) uitgenodigd om een onderzoek naar deze beschuldigingen in te stellen.”

Volgens Taha zijn de beschuldigingen tegen Soedan slechts een voorwendsel en maken ze onderdeel uit van een geheime politieke agenda om het moslim-fundamentalistische regime omver te werpen. Hoofdschuldige is volgens hem Egypte. “Egypte heeft Soedan altijd beschouwd als zijn economische en politieke achtertuin. Vroeger gebood de Egyptische ambassadeur in Khartoum welke Soedanese ministers welke posten moesten bezetten. Die tijd is nu voorbij. Soedan eist nu zijn aandeel op van het Nijlwater. Wij hebben nu ambitieuze plannen ontwikkeld om dammen te bouwen in de rivier om zo ons aandeel van het Nijlwater te verkrijgen. Dàt is de voornaamste reden waarom we problemen met Egypte hebben.”

Ook met andere buurlanden is de relatie uiterst slecht. Eritrea, Ethiopië en Oeganda bijvoorbeeld vrezen de verspreiding door Soedan van islamitisch fundamentalisme. “Leiders van deze landen hebben toegegeven dat Amerika ze onder druk heeft gezet om afstand van ons te nemen”, aldus Taha. “Wij hebben nooit activiteiten ontwikkeld om Ethiopië en Eritrea te destabiliseren. Integendeel! Eritrea heeft openlijk opgeroepen de Soedanese regering omver te werpen. Het zegt Soedanese oppositiekrachten wapens te willen leveren. Er bevinden zich opleidingskampen voor de Soedanese oppositie op Eritrees grondgebied. Waarom noemt niemand dit door de staat gesteund terrorisme? We hebben hierover klachten ingediend bij de OAE en de Verenigde Naties, maar dáár heeft niemand ooit met een woord over gerept.”

    • Koert Lindijer