Minder medicijnen bij vrouwelijke huisartsen

DEN HAAG, 6 FEBR. De vrouwelijke huisartsen van het Centrum voor Vrouwengezondheidszorg Aletta in Utrecht schrijven minder vaak geneesmiddelen voor dan andere huisartsen. Ze verwijzen hun patïenten ook vaker door voor een diagnostisch onderzoek. Dit blijkt uit een onderzoek van het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL) dat vanmorgen is aangeboden aan minister Borst (Volksgezondheid).

De huisartspraktijk van Aletta, met drie huisartsen, heeft ruim tweeduizend patiënten per arts. De ingeschreven patiënten, voor 84 procent vrouwen, zijn doorgaans jong, hoog opgeleid, alleenstaand en zonder kinderen. Ze hebben bewust voor een vrouwelijke huisarts gekozen, omdat ze zich daarbij meer op hun gemak voelen.

Volgens het onderzoek van NIVEL hebben de bij Aletta ingeschreven patiënten vaker last van psychische problemen dan vrouwen bij andere huisartsen. Een groot aantal van hen voelt zich onder druk staan, slaapt slecht en voelt zich ongelukkig. De meestvoorkomende klachten gaan over de anti-conceptiepil, hooikoorts, verkoudheid en schimmelinfecties. Klachten over een hoge bloeddruk komen minder vaak voor dan in andere praktijken.

Aletta komt voort uit de vrouwenbeweging. Doorsnee-huisartsen hadden volgens de oprichters te weinig aandacht voor specifieke problemen van vrouwen. De huisartsen bij Aletta houden rekening met het 'vrouw-zijn' van de patiënten en met hun maatschappelijk functioneren. Zo veel als mogelijk vermijden de vrouwelijke artsen medicalisering. De vrouwen bij Aletta worden wel vaker naar de geestelijke gezondheidszorg verwezen en krijgen meer dan gemiddeld een behandeling bij de fysiotherapeut voorgeschreven.

In het algemeen tonen vrouwen zich bij een vrouwelijke huisarts minder geïrriteerd en zenuwachtig dan bij hun mannelijk collega's.