Klein Palermo

AMSTERDAM. Op de hoek van de Stormsteeg en de Zeedijk staat de warme bakkerij van Lobs, en bij bakker Lobs verandert nooit iets. Al sinds mensenheugenis - maar het geheugen is hier niet erg lang - verkoopt hij vanaf een uur of acht 's ochtends het ontbijt aan zijn vaste publiek: aardbeienpunten, broodjes met gele tom-pouce vulling, chocolade-croissants en pakken vla. De eerste klant komt de winkel in, donker en gebogen, het hoofd omwikkeld met een sjaal. “Drie chocoladepunten, en graag ingepakt,” vraagt hij met klagerige stem. Vier Zuidamerikaanse hoeren komen grappend en dollend binnen om brood en melk. Een buurtbewoner voor een halfje bruin. Een uitgeteerd meisje voor een tom-pouce en een pak vla. Weer een trillende man: een slagroomwafel en een moorkop. Zo worden we allemaal langzaam wakker in bakkerij Lobs, dag na dag.

Duizend plannen zijn voor deze buurt bedacht, duizend journalisten hebben er rondgelopen, duizend beloften zijn aan de bewoners gedaan, miljoenen guldens zijn besteed aan het opknappen en renoveren van de straat, maar op dit hoekje is nooit iets veranderd. Het Centraal Comitee van Junks, Dealers en Treurig Tuig kwam hier al bijeen in 1976, ze zijn door alle binnen- en buitenlandse politici en commentatoren besproken, en vandaag staan ze er nog. Na al die jaren is de Nederlandse overheid nog altijd niet in staat gebleken om een toerist ongehinderd de vierhonderd meter van de Prins Hendrikkade naar de Nieuwmarkt te laten afleggen. Als zo'n probleem zo lang kan voortduren heeft dat andere oorzaken dan falend beleid en domme functionarissen. Dan is er sprake van andere krachten. 'Palermo aan de Amstel', zo betitelde Parool-redacteur Jos Verlaan het Wallengebied afgelopen zaterdag, en dat is zo langzamerhand niet overdreven. Tussen de bijlagen van het eindrapport van de commissie-Van Traa, verscholen in deel 11, staat namelijk ook een hoogst interessante analyse van de wereld rondom bakkerij Lobs. En daaruit blijkt zonneklaar waarom daar al die jaren nooit iets veranderd is: omdat het Wallengebied een aparte staat is geworden binnen Amsterdam, met eigen regels en normen, met eigen netwerken en een eigen economie, met eigen koningen en regenten waarop de normale overheid geen enkele greep meer heeft.

Georganiseerde criminaliteit is volgens de commissie allang niet meer een vreemd element in een verder integere stad. Het is geen Fremdkörper meer dat bestreden kan worden met semi-militaire politieoperaties en een 'produktgericht' openbaar ministerie. Criminaliteit is, integendeel, juist een gewoon onderdeel geworden van het 'normale' maatschappelijk leven in een stad.

De Wallenbuurt is daarvan een extreem voorbeeld. De straten, grachten, woonhuizen en bedrijfspanden zijn er meer dan een decor. Ze vormen de uitvalsbasis voor allerhande mensen op straat, en de bron voor onnoemelijk veel activiteiten. Op de 171 hectaren grond die het gebied groot is wonen dertienduizend mensen, er zijn zo'n tweehonderd coffeeshops, honderden cafetaria's, twee seksmusea, negen peep-shows, achttien homobars, dertig seks-videotheken, ruim veertig sekswinkels, talloze hotels, driehonderdvijftig bordelen en op de bruggen nog wat tippelprostitutie.

Toch blijken niet de prostitutie en de coffeeshops het probleem te vormen in de buurt, maar het beleggen en het beheren van de vaak crimineel verkregen vermogens. Hiermee verwerven, aldus de commissie-Van Traa, deze criminele ondernemers zoveel macht in de buurt dat ze legale en normale ondernemers buitenspel kunnen zetten - bijvoorbeeld door huizen op te kopen tegen een prijs die ver boven de marktwaarde uitgaat. Vandaar dat de leiding van het bureau Warmoesstraat tegenwoordig niet alleen meer geïnteresseerd is in boeven vangen, maar ook in het analyseren van eigendomsverhoudingen. Een van de belangrijkste ondernemingen blijkt bijvoorbeeld in handen te zijn van de ex-ontvoerders van Heineken, die het bekende seksbedrijf Casa Rosso hebben overgenomen en thans ook in de horeca en het onroerend goed zitten. Dan zijn er de Hell's Angels, die zich gespecialiseerd hebben in de protectie, maar zich ook blijken bezig te houden met de drugshandel. Er zitten een paar porno-koningen en louche onroerend-goedhandelaren tussen, maar ook een buurtmiddenstander, twee Egyptische broers met een shoarma-tent, een goudhandelaar met goede internationale contacten en twee grote Israelische firma's die ervan worden verdacht via wisselkantoortjes zwart geld weg te sluizen. Er is verder een 'Joego-bende', een 'Oost-mafia' en een 'Engels-Ierse groep', maar het merendeel bestaat uit gewone Amsterdammers.

Vertegenwoordigers van deze penose-groepen nemen dan ook rustig deel aan de overlegstructuren van de buurt en de gemeente, en verwerven zich zo het nodige respect en aanzien. Ze zijn betrokken bij het Economisch Herstelplan Zeedijk, ze helpen met buurtkrantjes en bordeelhouders praten, aldus Van Traa, met de politie over “brandende buurtproblemen als berovingen en diefstal van fietsen”. Het zijn immers nette zakenlieden en “volgens de politiemensen die ze goed kennen, ook innemende personen”. De integratie verloopt zo gesmeerd. Het rapport Van Traa: “Op grond van hun machtspositie regisseren de betrokken ondernemers/ondernemingen niet alleen voor een belangrijk stuk het economische leven in de buurt, maar markeren zij ook de grenzen waarbinnen bestuur en politie nog vrijelijk kunnen handelen.” Wie dagelijks in deze buurt komt is aan deze situatie allang gewend, maar als het in een officieel rapport eens precies op een rijtje wordt gezet ontstaat er toch weer even een fris gevoel van verbazing en verbijstering. Dus dát is de reden waarom die louche wisselkantoortjes niet verder aangepakt worden. Dus dáárom staat het autovrije plein van de Nieuwmarkt regelmatig vol geparkeerd blik, zonder dat de gemeente en de dienst parkeerbeheer een vinger uitsteken. Dus zó mogen ze hier van bouw- en woningtoezicht dingen doen die overal elders in de binnenstad volstrekt taboe zijn. Dus dáárom laat de gemeente de Damstraat rustig naar de verdommenis gaan. En waarom er nooit wat verandert bij bakkerij Lobs, dat weten we nu dus ook. Want over de brug, daar zijn de anderen de baas.