Griekenland maakt een kleine vuist tegen de VS

ATHENE, 6 FEBR. Dat de Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken Holbrooke op een Grieks-Turkse bemiddelingsmissie door Griekenland tot vooralsnog onwelkom persoon zou worden uitgeroepen, werd hier al enige dagen verwacht. Ook een bezoek van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Christopher wordt nu op korte termijn onwaarschijnlijk geacht. De beide bewindslieden hebben de Griekse toorn opgewekt door in het jongste Grieks-Turkse conflict, om het rotseilandje Imia, gelijke afstand te bewaren tot Athene en Ankara, terwijl de schuld en het juridische ongelijk volgens de Grieken toch wel heel zonneklaar bij de Turken ligt.

Athene is vooral beducht dat van Amerikaanse zijde een “detente voor de Egeïsche Zee” in de maak is, terwijl de problematiek in dit gebied totaal verschillend is van die op de Balkan. Daar gaat het voornamelijk om bevolkingen, terwijl in de Egeïsche Zee kwesties zijn opgeworpen van geografische aard, en dan nog van één kant. Washington wordt er van Griekse zijde nadrukkelijk aan herinnerd dat het al ten minste driemaal, ook vanwege Republikeinen als Kissinger en Bush, de huidige Griekse oostgrens heeft gegarandeerd.

Van nieuwe activiteit van Holbrooke vreest Athene dat het hele bestel van de Egeïsche Zee op losse schroeven wordt gezet, zoals de Turken willen. Daarover “kan niet worden gepraat”, poneren de Grieken steeds opnieuw, zoals bijvoorbeeld ook niet door Nederland met Duitsland zou kunnen worden gepraat over het beheer van het eilandje Rottumeroog (en zoals door de Britse regering niet wordt gepraat over de uitlevering van de Elgin-marbles van het Parthenon). Ze beschuldigen de huidige Amerikaanse machthebbers ervan, hun oordeel te laten vormen door een vluchtige blik op de land- en zeekaart, waarop talloze Griekse eilanden en eilandjes vlak onder de Turkse kust liggen, en geneigd te zijn de Turkse oud-minister van buitenlandse zaken Soysal gelijk te geven die gisteren sprak van een “krankzinnige kaart”, zonder in te gaan op het al of niet bestaan van Turkse juridische argumenten. Daarnaar moet, aldus de demissionaire Turkse premier, Tansu Çiller, “verder worden gezocht door aanvulling van onze archieven”, maar zoiets is in Soysals ogen niet eens nodig. Het Griekse recht op uitroeping van de twaalf-mijlszone maakt de hele situatie voor de Turken nog “krankzinniger”.

Intussen blijft de Griekse minister van defensie, Arsenis, voorstander van de komst van Holbrooke, die dan door de Grieken op hun juridisch gelijk zou kunnen worden gewezen, benevens op het feit dat al die eilanden waarvan de huidige Turkse president Demirel eens zei dat je ze niet Grieks moet noemen maar Egeïsch, al duizenden jaren door Griekssprekenden worden bewoond. Verwacht wordt trouwens dat president Clinton in dit verkiezingsjaar, waarin hij rekening moet houden met de miljoenen Griekse stemmen, niet al te pro-Turks kan gaan optreden. Het bezoek van de nieuwe Griekse president Stefanopoulos aan Washington zal om deze reden in mei ook wel doorgaan.

Premier Simitis blijft met zijn ministers van buitenlandse zaken, Pangalos, en van defensie, Arsenis, het object van felle kritiek binnen en buiten zijn eigen socialistische partij, de PASOK, na het echec van vorige week. Simitis geldt als een premier op proef, die op het partijcongres van juni verantwoording zal moeten afleggen. “Aangeschoten wild” is nu de term die onherroepelijk boven komt, en voor Pangalos die waarschijnlijk de meeste fouten heeft gemaakt, dient zich voorzichtig al een vervanger aan: de huidige minister van justitie Venizelos die in de kritieke nacht geheel buiten het beraad is gebleven.

Wat Simitis nog altijd het meest kwalijk wordt genomen is niet de capitulatie op zichzelf maar het feit dat hij daarna in het parlement de Amerikanen dankte voor hun bemiddelingsinitiatief. Ook daarvan heeft inmiddels Venizelos zich nadrukkelijk gedistantieerd. De geste tegen Holbrooke, die door de premier gisteren persoonlijk werd bekendgemaakt, moet ook niet los worden gezien van deze storm. De Griekse regering wilde hier een kleine vuist maken.

Spookachtig is het feit dat ook de afgetreden premier Andreas Papandreou zich vanaf zijn ziekbed in de Onassion-hartkliniek zich weer een beetje met de zaken bemoeit, terwijl de nu uitgeschakelde politici die zijn hovelingen werden genoemd, nieuwe kansen ruiken. De oud-premier, die nog steeds voorzitter is van de PASOK, heeft de laatste dagen een opmerkelijk herstel vertoond. En gisteren werd in het Onassion zijn 77ste verjaardag gevierd in een zee van bloemen en taarten met het opschrift “nog vele jaren”. Pas morgen brengt Simitis hem weer een bezoek - naar verluidt heeft Papandreou dit dagenlang ostentatief uitgesteld.

Van zijn kant richtte Simitis gisteren verholen kritiek op het beleid van zijn voorganger, die de oriëntatie op de EU zou hebben opgeofferd aan een pro-Amerikaanse koers. Papandreou voelde zich, zoals hij enkele malen heeft verzucht, “in de EU een vreemde”. Ook de EU vertoont helaas een politiek van gelijke afstand tot Athene en Ankara, aldus Simitis gisteren, maar wij van onze kant hebben een te grote afstand bewaard jegens Europa. De premier gaat in de komende weken de vijf grootste EU-hoofdsteden bezoeken en stuurt zijn minister van buitenlandse zaken naar de rest.

    • F.G. van Hasselt