Een 'pillenfeit' en een 'rolstoelfeit'

Voor de deur van de rechtszaal zit een man die op berustende toon met een kennis het leven doorneemt van zijn vriend en levensgezel. Karel Gijzels heet die vriend en hij moet straks terechtstaan voor verduistering en een poging tot moord.

De woorden van de man maken elk reclasseringsrapport overbodig. Karel heeft een beroerde jeugd gehad, ouderliefde heeft hij nooit gekregen, en was het dan een wonder dat hij later mensen genadeloos exploiteerde als hem dat uitkwam? Maar nu was Karel ècht te ver gegaan, jezusmina, dat met die vrouw, hoe haalde hij het in zijn hersens? Het zou hem op een fikse douw komen te staan, maar dat moest dan maar, misschien zou hij er eindelijk eens van leren, het kon toch zó niet doorgaan?

Als Karel Gijzels de Haagse rechtszaal binnenstapt, zoekt hij maar heel even oogcontact met zijn vriend op de publieke tribune. Hij is een 28-jarige man met een zachtmoedig gezicht dat grauw is van de spanning. Wat hem verweten wordt, is een nogal morbide feit, niet ongeschikt voor een misdaadschrijver op zoek naar materiaal.

Op een dag in november 1994 hoort een fietsend meisje iemand hoesten in een grote plas langs de weg. Ze haast zich naar de plek en ziet een rolstoel die gekanteld in het water rust. Er ligt een bejaarde vrouw naast met een ketting om haar nek die aan een zwaar accublok is gebonden. Ze kan haar gezicht nauwelijks boven het ijskoude water houden.

Het meisje is er, ruim een jaar later, nog steeds van overtuigd dat de vrouw enkele minuten later overleden zou zijn als ze haar niet naar de kant had gesleurd. De vrouw zelf - de 68-jarige Trix Belmante - bagatelliseerde het incident in eerste instantie. “Het was een ongeluk”, zei ze tegen de taxichauffeur die haar terugbracht. Maar later diende ze een aanklacht in tegen degene die haar vergezeld had op haar gang naar het water: Karel Gijzels.

Het bleek een 'incident' met een al even schokkende voorgeschiedenis. Er is in deze zaak, om de voorzittende rechter van de strafkamer mr. G. Bodewes te citeren, eerst 'een pillenfeit' en dan 'een rolstoelfeit'. Bij beide feiten was Gijzels betrokken, samen met een vriendin, Carola Laansma.

Mevrouw Belmante staat bekend als een labiele, zeer recalcitrante vrouw, op het onhandelbare af. Ze is al bijna haar hele leven lichamelijk gehandicapt, hoewel sommigen dat als aanstellerij afdoen. Toen in 1991 een goede vriend, Gerard, overleed, had het leven haar nog maar weinig te bieden. Ze kwam in een rustoord terecht waar ze een zelfmoordpoging deed. “Als ik dood ben, ben ik bij Gerard”, zei ze altijd.

Vorig jaar leerde ze Carola Laansma en Karel Gijzels kennen. Ze kwamen dagelijks bij haar langs met gebakjes en cadeautjes. Mevrouw gaf het duo haar girobetaalcheques en pincodepasje en vroeg Gijzels als haar financiële zaakwaarnemer op te treden. Gijzels liet zich dat geen tweemaal vragen, terwijl ook Carola Laansma, een gokverslaafde, wel raad wist met de cheques en het pasje. Zij moeten ten eigen bate tussen de 3.000 en 6.000 gulden hebben opgenomen.

“U heeft haar willen kaalplukken”, zegt de rechter.

“Het geld ging naar Carola, ik ben er zelf niet beter van geworden. Mevrouw Belmante huilde dat ze het niet aankon. Ze vroeg ons om haar te helpen.”

“Ze vroeg u toch niet om dat geld te stelen?” vraagt een bijzittende rechter.

“Nee.” Op een dag helpen Gijzels en Carola mevrouw Belmante bij een vergeefse poging tot zelfdoding: ze mengen pillen door de vla en laten het haar opeten. Gijzels heeft bij de politie als motief opgegeven dat haar dood 'de kankerzooi' zou verhullen die hij van haar financiën had gemaakt. Mevrouw Belmante belandt daarna voor een vrijwillige opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Als ze na verloop van tijd naar huis terugkeert, wordt ze opgevangen door Gijzels. Meteen na thuiskomst zegt mevrouw Belmante dat ze eigenlijk liever 'naar Gerard' had gewild. Gijzels zou toen gezegd hebben: “Als je dat wil, ga dan maar dood.”

“Hij wilde alleen maar bereiken dat ze minder zou zeuren over haar doodswens”, zegt de advocaat, mr. J. Smallenbroek.

Dan voltrekt zich 'het rolstoelfeit'.

“U zou gezegd hebben: je moet dood”, zegt de rechter.

“Nee, zij zei steeds: ik wil dood, ik wil niet langer alleen blijven.”

Gijzels zou haar daarop in haar elektrische rolstoel hebben gezet, de acculader van negen kilo in haar schoot hebben geplant en deze met een ketting om haar hals hebben gebonden.

“Ik wilde niet dat ze doodging, het was haar idee”, zegt Gijzels.

“Als u het niet wilde, had u haar toch niet hoeven helpen”, zegt de rechter.

“Ik heb tegen haar gezegd: vraag de inrichting om hulp.”

De rechter somt droog de verdere handelingen van Gijzels op: hij trok haar haar regenjas aan en vergezelde haar naar het water, enkele straten verder. Daar zei hij nog dat ze haar mond moest open doen als ze het water inreed. Volgens zijn advocaat heeft hij regelmatig tegen haar gezegd: “Weet je wel zeker dat je je van kant wilt maken?” Ze zou steeds geantwoord hebben: “Ik wil naar Gerard.”

Mevrouw Belmante moest over een groenstrook van tien meter rijden voor ze bij het water kwam. “Voldoende mogelijkheden om nog tijdig van gedachten te veranderen”, vindt de advocaat. Maar ze zette door terwijl Gijzels zich omdraaide en wegliep.

“Ik dacht dat ze daar niet kon verdrinken”, zegt hij.

“Het was daar maar 55 centimeter diep”, probeert de advocaat.

“Als je iets om je hals hebt, kun je daar goed in verdrinken”, zegt de rechter.

“Ze kon lopen als een kievit”, meent de advocaat.

“Waarom zat ze dan in een rolstoel?”

“Dat was een maskerade.”

“Hij kon mooi van haar doodswens gebruik maken”, zegt de officier van justitie, mevrouw mr. M. Renckens. “Het was de bedoeling dat ze het niet zou overleven.”

De officier heeft hem 'het pillenfeit' niet tenlastegelegd, aangezien hulp bij zelfdoding alleen strafbaar is als die zelfdoding inderdaad plaatsvindt. 'Het rolstoelfeit' acht ze wèl strafbaar omdat ze het als een poging tot moord beschouwt. “Als ze niet gevonden was, had ze het niet overleefd.”

Ze eist tegen Gijzels een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar. Ze overweegt ook Carola Laansma voor dit feit te dagvaarden. Carola zou Gijzels later die dag onthutst hebben opgebeld met de boodschap: “Weet je wie er voor de deur stond? Trix! Zeiknat!”

(Het vonnis, twee weken later: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaar.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.

    • Frits Abrahams