Doolhof brengt bezoeker oog in oog met zichzelf

Tentoonstelling: Zoeken naar het Mensbeeld. T/m 17 maart 1996 in Museum Beelden aan Zee te Scheveningen, Harteveltstraat/ Boulevard. Di t/m zo 11-17u. Essaybundel, uitg. Spectrum ƒ 39,90.

Een tentoonstelling maken op basis van wetenschappelijke verhandelingen is een hachelijke onderneming. Hoe visualiseer je een tekst, aan de hand van beelden, zonder in platte metaforen te verzanden? Beeldenverzamelaar prof. dr.Th.M. Scholten, die samen met zijn vrouw enige jaren geleden het museum Beelden aan Zee in Scheveningen liet bouwen, naar een verrassend mooi en ingetogen ontwerp van architect Wim Quist, durfde het aan.

Tien essays vormen het uitgangspunt van de tentoonstelling Zoeken naar het Mensbeeld die nu, op initiatief van G. Rijntjes, in het museum van de Scholtens is te zien. De essays zijn geschreven door wetenschappers, onder wie Scholten zelf, die allen deel uitmaken van FC Utrecht, een filosofenclub die al sinds de jaren vijftig regelmatig bijeenkomt om elkaar filosofische teksten voor te lezen en te bespreken. Het thema van de collectie van Scholten, het mensbeeld, was aanleiding voor de vriendenclub om ieder vanuit hun eigen discipline teksten over dit onderwerp te schrijven. Beelden uit de collectie van het museum zouden vervolgens in een expositie de essays moeten 'illustreren'. Dat de tentoonstellingmakers daar wonderwel in geslaagd zijn, komt doordat zij ervoor kozen juist de 'vertaling' van tekst naar beeld als een op zichzelf staand onderdeel van de tentoonstelling op te nemen. Kunstenaars Madje Vollaers en Pascal Zwart ontwierpen een route van tien aaneengesloten ruimtes. In elke ruimte wordt telkens één essay verbeeld, waarbij kunstwerken uit de collectie zijn gebruikt. Beeld, verbeelding en beeldvorming, daar gaat het steeds om.

Prof. H.W. von der Dunk, die een essay schreef over het mensbeeld in de ban van de geschiedenis, zag zijn tekst door Vollaers en Zwart verbeeld in symbolen en logo's: hoge vaandels met het spijkerschrift, het yin en yang-teken, hakenkruis en hamer en sikkel, het Coca Cola-logo, Bill Clinton en het embleem van de Utrechtse voetbalclub. De Cycloop, een beeld van Jan Timmer, ogenschijnlijk robuust en onoverwinnelijk, maakt in deze beladen ruimte een kwetsbare en 'unheimliche' indruk.

“Een mens is niet alleen wat hij is, maar tevens is hij het ontwerp van wat hij wil zijn of behoort te zijn en niet is”, schreef Von der Dunk in zijn essay. Volgens de historicus wordt de loop van de geschiedenis in grote mate bepaald door de identiteit van mensen en manipulatie van die identiteit. Manipulatie en beeldvorming zijn ook het onderwerp van een ruimte over jeugdcultuur, waarvoor het artikel van socioloog Van Hessen model stond. Twee sculpturen, het - eigenwijze - Wicht van Wenckebach en de nogal zielige Muchacho van Zitman, drukken de toekomst en de eeuwige jeugd uit. Ze worden omringd door grote foto's van jongeren. Stereotiepen als de padvinder, de hippie en de modepop worden genadeloos geconfronteerd met de keerzijde van de jeugdcultuur: foto's van een jonge soldaat en kinderen achter prikkeldraad verwijzen naar het nationaal-socialisme waarin de jeugd een angstaanjagende ideologische betekenis kreeg.

Intrigerend is het labyrint dat bij de tekst van theoloog/filosoof Brümmer is gemaakt. Zijn motto is dat ieder mens een beeld van zichzelf creëert en vervolgens op dit beeld gaat lijken. De nietsvermoedende bezoeker komt via ruwe, ongeschaafde schrootjes in de kern van het doolhof en staat opeens oog in oog met zichzelf. De vier wanden zijn van spiegelglas en het spiegelbeeld wordt tot in het oneindige herhaald. Vier bustes van beroemdheden, ogenschijnlijk bekende beelden voor de bezoeker, zijn tussen de spiegels gezet en kijken je ironisch aan. Anders dan men misschien in een beeldenmuseum zou vermoeden, gaat het hier niet om de beelden en de beeldhouwkunst. In het concept van Vollaers en Zwart zijn bijna alle rollen omgedraaid, dat wil zeggen: de essaybundel is de tentoonstelling en de tentoonstelling is in feite de catalogus. Een catalogus van beelden, sleutels tot de tekst en commentaar op het thema.

Het vernuftige, perfect uitgevoerde en hier en daar humoristische werk (de term 'vormgeving' is hier niet op zijn plaats) van Vollaers en Zwart is een verademing na de zware thematiek. Het is een jaren-negentig-verbeelding van de leef- en denkwereld van wetenschappers, waarvan de jongste 62 en de oudste 87 is. Zij behoren tot de generatie die bewust de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt en is opgegroeid met een sterk religieus besef. Hun gedachtengoed, dat al gauw als beladen en moralistisch uitgelegd had kunnen worden, is door de clichés, logo's en codes, middelen waar Vollaers en Zwart in hun werk veel gebruik van maken, ondubbelzinnig en op een toegankelijke manier gevisualiseerd. Ook hier zijn de rollen omgedraaid: de kunstenaars zijn conservator geworden en de wetenschappers onderdeel van het kunstwerk.

    • Esther Agricola