Details doen Marokkanen gruwelen

Marokko is een 'narco-land', schrijft de commissie-Van Traa. Hoe reageren de Marokkanen in Nederland?

ROTTERDAM, 6 FEBR. Aangezien vorige maand nog de Marokkanen in Nederland door de Volkskrant aan het schrikken waren gebracht met de kop 'Moskeeën zitten in hasjhandel', heeft het IRT-rapport voor hun zegslieden haast iets geruststellends. Niet de helft van de Marokkaanse moskeeën, maar slechts 'enkele' kunnen met drugshandel in verband gebracht worden. Het zijn eerder details in het rapport die de bijna 200.000 Marokkanen in Nederland doen huiveren. Zoals het verhaal over die handelaar in Rotterdam die miljoenen verdiende, in Marokko een huis met een zwembad bezat, maar zijn tien kinderen in kartonnen dozen liet slapen. De politie had de kinderbescherming moeten inschakelen. Dat een mens zo diep kan zinken, verzucht men - 'zo on-Marokkaans'.

Halim El Madkouri, beleidsmedewerker van het inspraakorgaan SMT (Samenwerkingsverband Marokkanen en Tunesiërs), waarschuwde enige maanden geleden in Contrast, het blad van het Nederlands Centrum voor Buitenlanders, voor de groeiende invloed van de drugscriminaliteit op het Marokkaanse leven van alledag. De Volkskrant deed daar een schepje bovenop, waarna Marokkaanse organisaties het blad van insinuaties beschuldigden en rectificatie eisten. Na al die beroering “lijkt het rapport nu een beetje klein”, zegt El Madkouri, “maar toch is het heel ernstig wat er in staat. Kinderen van tien, twaalf jaar, die geronseld worden om drugs te vervoeren! Wat voor volwassenen worden dat?”

Het rapport kan geen cijfers geven over feitelijke Marokkaanse betrokkenheid bij criminaliteit, maar hun in het algemeen slechte huisvesting, hoge werkloosheid en gebrekkig onderwijs - kortom hun 'ongunstig maatschappelijk profiel' - 'vormt een voedingsbodem voor criminaliteit'. Er zijn dan ook nogal wat Marokkaanse jongens die roven en stelen. Maar dat is nog geen georganiseerde misdaad volgens het rapport. De Marokkaanse mafia staat nog in de kinderschoenen, en het beeld van een dreigende toekomst wordt voornamelijk gebaseerd op de situatie in Marokko zelf.

In het noordelijke berggebied van Marokko werd altijd al wat kif verbouwd, voor plaatselijk gebruik, maar sinds Nederlandse handelaren in de jaren zeventig de uitvoer gingen organiseren is dat het belangrijkste exportprodukt van het land geworden. Tien procent van Marokko's inkomsten bestaat uit de export van hasj. 100.000 gezinnen leven ervan, volgens de Marokkaanse overheid zelf. Dit alles is volgens het rapport 'ondenkbaar zonder medewerking van een deel van de overheid'. Het Marokkaans bestuur is door de georganiseerde misdaad geïnfiltreerd, is de conclusie - Marokko is een 'narcoland'. En dat bestuur, onder leiding van de absolutistische vorst Hassan II, heeft een grote - zij het niet precies aan te geven - invloed op Marokkanen in Nederland.

“Een 'narcoland'! Dat had ik niet verwacht”, zegt Amin Mouden, secretaris van het linkse Komitee Marokkaanse Arbeiders in Nederland (KMAN). Het KMAN is geen vriend van het Marokkaans regime, maar dit verwart Mouden. “Mensenrechten, democratisering, discriminatie - daarover hebben we altijd gepraat, en nou blijkt dit zo belangrijk te zijn. Zo diep geworteld, en zo bepalend voor de economie!”

Mouden zou niet kunnen zeggen of de Marokkaanse overheid inderdaad banden heeft met de drugshandel in Nederland. Mensen van de Amicales, de verenigingen voor gastarbeiders die vanuit Marokko zijn opgezet, zijn wel voor drugshandel gearresteerd, en dat waren vrienden van medewerkers van het consulaat. “Maar dat is al het verband dat ik kan leggen.” En met de politie praat hij weliswaar regelmatig, alleen, dat gaat altijd over lastige Marokkaanse jongens. Georganiseerde misdaad is er vast, denkt hij, want al die handelaren waar je van hoort, die waren er tien jaar geleden nog niet, “maar het is nog maar een beginnetje”.

De jongens, daar gaat het nog steeds om. El Madkouri, die al eerder alarm sloeg: “De jongens in de drugshandel hebben scooters, ze dragen merkschoenen en leren jacks - ze doen er alles aan om te laten zien hoe goed ze het hebben. Dat zijn voorbeelden voor anderen, die zeggen: ik wil ook wel drie vriendinnetjes om me heen, ik wil ook wel een scooter. Hoe kunnen ze daar weerstand tegen bieden?” Gezien deze verleidingen en hun 'ongunstig maatschappelijk profiel' is wellicht verwonderlijk dat niet alle Marokkaanse jongeren in de drugshandel zitten - en de ouderen ook. Zijn ze er soms te bang voor? “Helemaal niet”, zegt Mouden, “ik vind het gewoon geen goede zaak.” Is dat genoeg reden? “Ja, iedereen wil uiteindelijk een normaal leven leiden.”

Een huisje en een baantje - dat willen ook de meeste jongens waar de politie mee praat, vertelt Mouden. “Ik ken ze. Dealen doen ze niet langer dan een jaar of twee, en dan gaan ze zich afvragen: hoe kan ik net zo leven als mijn ouders? Op een bepaalde leeftijd luisteren ze naar niemand en halen ze van alles uit, maar als ze zo negentien zijn kiezen ze uit zichzelf een ander leven. Waarom dat zo gaat begrijp ik niet. Maar ze willen uiteindelijk net als iedereen een rustig leven leiden, met het hoofd rechtop over straat kunnen gaan, kunnen uitleggen waar ze hun geld vandaan hebben, niet zulke risico's meer lopen, en niet zo geïsoleerd staan. Alleen, als ze voor dat normale leven kiezen hebben ze een enorme achterstand opgelopen.”

Wat moet er aan gedaan worden? Er moet meer overleg komen natuurlijk. “Samenwerking tussen Marokkaanse organisaties en de politie en justitie om vertrouwen te kweken, want dat is er nu niet”, zegt El Madkouri. Er moet ook geïnvesteerd worden in onderwijs en werkgelegenheid. Maar allereerst, zegt El Madkouri, “moet de politie harder optreden, niet alleen als er overlast is en de burgers klagen. Er moet een beschermende band om de gemeenschap heen gelegd worden. Het moet de criminelen moeilijk gemaakt worden. Het moet afgelopen zijn met het gedogen. Of je laat het zo doorgaan. Het is het een of het ander.”

    • Martijn de Rijk