De filosofie verdient een nieuwe strijd der faculteiten

De aparte plaats van filosofen aan de universiteit staat onder druk van bezuinigingen en reorganisaties. De Amsterdamse universiteit overweegt haar filosofen, met de theologen, onder te brengen bij Letteren. Dat lijkt logisch, maar het is een slecht idee, betoogt Frans Jacobs. Laten we ons nu maar houden aan Kant.

De Telegraaf had de primeur. Hoogleraren en studenten van de faculteit der wijsbegeerte hebben bij de diesviering van de Universiteit van Amsterdam gedemonsteerd tegen een mogelijke samenvoeging van hun faculteit met de faculteiten letteren en godgeleerdheid binnen een nieuwe faculteit der geesteswetenschappen. Een tekst van Kant had als leidraad gediend: “Wijsbegeerte is slechts gehoorzaamheid verschuldigd aan de wetten der rede, niet aan die van de overheden.”

Dat citaat van Kant komt uit Der Streit der Fakultäten (1798), waarin de verhouding tussen de filosofische faculteit en de theologische, juridische en medische faculteiten wordt beschreven. De filosofische faculteit is volgens Kant de enige die zich in volstrekt autonomie aan de waarheid en de rede wijdt, terwijl de andere drie faculteiten door hun beroepsgerichte karakter onder de hoede staan van de overheid, die belang heeft bij kundige predikanten, juristen en artsen. Daardoor zijn deze drie faculteiten in zichzelf verdeeld: als faculteiten moeten ze de waarheid dienen, maar als opleidend tot beroepen waarop de overheid toezicht uitoefent, neigen ze ertoe om met de waarheid een loopje te nemen en het nut te laten prevaleren. Daaruit volgt een belangrijke taak voor de filosofische faculteit, die haar niet door de overheid wordt opgelegd, maar door de rede zelf: de waarheidspretenties van alle wetenschappen kritisch te beoordelen. Daarvan zijn die wetenschappen niet steeds gediend, hetgeen leidt tot een strijd tussen de faculteiten, die allen ten goede komt.

Kants gedachten hebben bijgedragen tot de inrichting van de Berlijnse universiteit in 1810, tijdens het ministerschap van Wilhelm von Humboldt. Humboldt liet zich tevens inspireren door het 'Bildungs'-ideaal van Schleiermacher, volgens wie algemene vorming en bezinning op de eenheid en samenhang der wetenschappen de basis moet zijn van specialistische studies. Echo's hiervan klonken door in Nederland, toen in 1815 een nieuwe onderwijswet van kracht werd. Er was ook een interessant verschil. De aloude faculteit van de 'vrije kunsten', waarin de filosofie een centrale plaats innam, werd opgesplist in een faculteit voor wis- en natuurkunde en een faculteit voor letteren en wijsbegeerte. Letteren en wijsbegeerte samen onder een dak: zo vreemd is dat blijkbaar niet.

Waartegen verzetten de filosofen zich, wanneer ze nu de institutionele verbinding met de letteren afwijzen? Ze verzetten zich er in ieder geval tegen dat de plannenmakers voor een faculteit der geesteswetenschappen geen lering trekken uit hetgeen na 1815 is gebeurd. De wijsbegeerte werd een liefhebberij van filologen, historici, beoefenaren van 'zachte' (alfa-)vakken, waarmee de 'harde' (bèta- en gamma-)vakken, die in de vorige eeuw tot grote bloei kwamen, niets te maken wilden hebben, Het enige dat die harde vakken in de wijsbegeerte interesseerde was de wetenschapsfilosofie, soms in de versmalde vorm van de methodologie: filosofie van enige importantie kon zich alleen voordoen in de vorm van bezinning op positieve wetenschap. Deze taakverdeling tussen de tot literaire liefhebberij en historisch reservaat verkommerde algemene filosofie en de vele vakfilosofieën heeft voortbestaan tot 1964, toen door de minister Cals geïnstigeerde Centrale Interfaculteit het licht zag. Daarmee werd over de gehele linie van de wetenschappen een verbinding gelegd tussen wijsbegeerte en vakwetenschappen en kreeg de wijsbegeerte de status van een volledige en zelfstandige studierichting.

In de jaren tachtig heeft minister Deetman pogingen ondernomen om de algemene filosofie weer los te maken van de vakfilosofieën, door aan sommige faculteiten een 'volledige studie wijsbegeerte' in te stellen, zonder verbinding met de overige disciplines, en aan andere faculteten 'bovenbouwstudies', die zich zouden concentreren op de wijsbegeerte van de diverse wetenschapsgebieden, zonder verbinding met de aloude systematische kernvakken van de wijsbegeerte. Daarmee heeft de Tweede Kamer niet willen instemmen. De naamsverandering van 'Centrale Interfaculteit' in 'Faculteit der Wijsbegeerte' heeft weinig gevolgen gehad. Als voorheen kan aan de Faculteiten der Wijsbegeerte filosofie als hoofdvak worden gestudeerd, gekoppeld aan een verplicht niet-filosofisch bijvak. Als voorheen kan ook op basis van een propedeuse-bul in een andere studierichting een bovenbouwstudie wijsbegeerte worden gevolgd. (Een lezenswaardige schets van de lotgevallen van de universtitaire wijsbegeerte in Nederland, van de hand van Th. de Boer, is in juli 1988 verschenen in het Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte.)

Waarom maken de Amsterdamse filosofen en nu bezwaar tegen dat ze in een Faculteit der Geesteswetenschappen opgaan? Ze zijn er natuurlijk beducht voor dat het kleine groepje filosofen verloren gaat in het grote geheel van de letterkundigen en historici, en dat de financiële problemen waaronder de letterenfaculteit thans gebukt gaat, straks ook op de rug van de filosofen terecht komen. Ze vrezen tevens dat de Amsterdamse faculteit der wijsbegeerte, die wat studentenaantal betreft nu verreweg de grootste is van het land, aan zichtbaarheid zal inboeten: aankomende studenten met wijsgerige belangstelling gaan hun heil elders zoeken. Dat zijn echter lokale problemen, die de rest van wijsgerig Nederland onberoerd laten. Er zijn principiëler bezwaren, die aansluiten bij de historische schets die ik gegeven heb. Voor de wijsbegeerte geldt, anders dan voor typische alfa-disciplines, dat haar zin mede bestaat in reflectie op andere wetenschappen. Wanneer de wijsbegeerte wordt beoefend in het kader van een faculteit der geesteswetenschappen, komen de banden die de faculteit der wijsbegeerte nu op een vanzelfsprekende manier onderhoudt met ander faculteiten, onder druk te staan. Haar zelfstandige positie maakt het mogelijk dat de faculteit der wijsbegeerte in vrijheid contacten aangaat met andere faculteiten.

Dit bestuurlijke bezwaar leidt tot een inhoudelijk bezwaar: de associatie van wijsbegeerte met letteren zal haar kortwieken. Wanneer de hele wijsbegeerte de gestalte aanneemt van een alfa-disipline, keren de bèta's en de gamma's zich van haar af. Zo werkt mijn faculteit thans mee aan een nieuw type propedeuse, waarin bèta- en gamma-disciplines met elkaar samenwerken; hoe dat vanuit een alfa-faculteit zou moeten, is duister. Het belangrijkste principiële bezwaar is dat de samenhang tussen de algemene wijsbegeerte en de wijsgerige bezinning op de diverse wetenschappen verloren gaat en dat we terugkeren naar de treurige situatie van voor 1964, toen de traditionele kernvakken van de wijsbegeerte vastzaten aan de 'literarische boeien', zoals Leo Polak het in 1931 uitdrukte.

Alleen als zelfstandige studierichting kan de wijsbegeerte zichzelf ontplooien en verbindingen aangaan met de vakwetenschappen in hun grote diversiteit. Blaas ik niet hoog van de toren door de filosofie in te laten staan voor de eenheid der wetenschappen en voor algemene vorming? Moet zij zich ook maar meteen garant stellen voor het aanleren van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef? Droom ik er stiekem van dat de filosofie, Kant indachtig, de waarheidspretenties van alle wetenschappen onderzoek? Je zou eerder kunnen stellen dat wat Nederland betreft zulke overspannen idealen definitief zijn opgegeven toen de Centrale Interfaculteit werd afgeschaft en de wijsgerige faculteit er een werd temidden van vele andere. Zou het niet een logische volgende stap zijn wanneer de filosofie zich in gepaste bescheidenheid terugtrok in een uithoek van de faculteit der geesteswetenschappen?

Uiteraard past de wijsbegeerte bescheidenheid. Ooit was zij de moeder der wetenschappen; eenmaal moeder is altijd moeder, maar een moeder kan natuurlijk wel oud en aftands worden. Als dienares van de theologie kan ze ook geen goede sier meer maken, nu die eveneens kopje onder dreigt te gaan in de geesteswetenschappen. Toch gaan gepaste bescheidenheid en een zelfbewuste taakopvatting goed samen. Filosofen kunnen niet het hunne bijdragen aan de taken van de universiteit, wanneer ze met een boekje in een hoekje van de faculteit der geesteswetenschappen moeten gaan zitten. De huidige clusteringsplannen in Amsterdam stemmen mede daarom zo treurig, omdat de plannenmakers, anders dan tien jaar geleden minister Deetman, de wijsbegeerte een goed hart toedragen. De rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam was lid van de commmissie-Vonhoff, die de positie wilde verbeteren van de geesteswetenschappen, waartoe zij ook de wijsbegeerte rekende. De rector wil nu de faculteit der letteren veranderen in een faculteit der geesteswetenschappen en de wijsbegeerte daarin doen opgaan.

Natuurlijk is de wijsbegeerte in een bepaald opzicht een geesteswetenschap. Maar in andere opzichten is zij dat niet, en wanneer het eigen profiel van de wijsbegeerte verloren gaat, komt zijzelf in gevaar. Daarom demonstreerden de Amsterdamse wijsgeren voor wijsgerige autonomie en tegen geesteswetenschappelijke betutteling. Kant achtte de strijd der faculteiten van groot belang. Wij gaan door met de strijd.