Borst eens met verandering ziekenhuis

ZOETERMEER, 6 FEBR. Minister Borst (Volksgezondheid) is het van harte eens met de aanbeveling van de commissie 'Ziekenhuismanagement van overmorgen' om te komen tot verregaande samenwerking van het klassieke ziekenhuis als facilitair bedrijf en de specialistische praktijken in het ziekenhuis.

Dit liet zij gisteren blijken tijdens de presentatie van het onderzoeksrapport van de commissie die een jaar geleden werd ingesteld door de vereniging van ziekenhuizen NVG. In de commissie zaten onder meer, als voorzitter, algemeen directeur G. Visser van ziekenhuis De Weezenlanden in Zwolle, hoogleraar in de economie van de gezondheidszorg L. Koopmans, VNO-NCW voorzitter A. Rinnooy Kan, interim-manager en KNVB-voorzitter A. Staatsen en de vorig jaar overleden Th. Meys, lid van de raad van bestuur van ABN Amro.

Borst meent in het rapport een lichte koerswijziging waar te nemen van de Nederlandse ziekenhuizen ten opzichte van de medisch specialisten. “Is het zo dat de ziekenhuizen de medisch specialisten beginnen te zien als gelijkwaardige partners? Zoekt men toenadering tot de specialisten en beseft men dat dit psychologische een goede move is?” Volgens haar moet de komende jaren voorkomen worden dat zich een machtsstrijd ontwikkelt tussen ziekenhuizen en specialisten, “want hun belangen zijn dezelfde”.

Borst twijfelt of, zoals de commissie voorstelt, de specialisten geen directe invloed op het beleid van de ziekenhuisdirectie moeten krijgen. Zij wees op afspraken die nu op lokaal niveau worden gemaakt, en waar lering uit kan worden getrokken. De commissie, en ook de NVZ, vindt dat beide functies strikt gescheiden moeten blijven. “Een specialist kan best in de directie, maar dan moet hij ook ophouden met zijn praktijkvoering”, aldus voorzitter Visser.

De commissie adviseert de Nederlandse ziekenhuizen de professionele autonomie van medisch specialisten te waarborgen door de afdelingen, binnen de door de directie gestelde economische grenzen, zelf het management te laten voeren. Decentralisatie dus. Om echter te voorkomen dat het ziekenhuis-nieuwe-stijl een 'eilandenrijk' wordt, is het nodig dat de ziekenhuizen net als in een gewoon bedrijf een 'company mission' als bindmiddel tussen de verschillende onderdelen ontwikkelen. De persoonlijkheid van de directieleden is daarbij van grote betekenis, zo meent de commissie.

Oud-Fokker topman F. Swarttouw zette gisteren “grote vraagtekens” bij de parallellen tussen het ziekenhuiswezen en de markt. Allerlei economische wetten gaan voor een ziekenhuis niet op, aldus Swarttouw: “Het enige wat je als ziekenhuis zou kunnen doen om het aantal tbc-behandelingen te vergroten is een aantal mensen met tbc te besmetten.” Ook de aanbeveling van de commissie in ziekenhuizen een meerhoofdige directie aan te stellen, schoot de oud-ondernemer in het verkeerde keelgat. “Je kan me het graf injagen met een pleidooi voor een meerhoofdige directie. Bij een tweehoofdige leiding poetst de een de ander altijd onder tafel. Ik zie hooguit iets in een driehoofdige leiding.”

Er bestaat, zo bleek gisteren, onder ziekenhuisdirecties grote behoefte aan meer duidelijkheid over wat wel en niet is toegestaan als ziekenhuizen de markt op gaan. “Als ik uit het oogpunt van patiëntenbelang iets wil ondernemen, dan moet ik of wachten op een vergunning of later een boze brief van het ministerie krijgen”, aldus W. van der Meeren, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisdirecteuren. Hij heeft het afgelopen jaar twee keer een boze departementale brief ontvangen. Directeur ziekenhuiszorg Oudendijk van het ministerie van VWS verklaarde gisteren dat de wet, vooral als het gaat om het toestaan van nieuwbouw of renovatie, “achterhaald” is dat er dus meer dan strikt genomen is toegestaan. “Laten de ziekenhuizen maar tegen de regels aan schoppen, en daarna op het departement komen praten.”