Boris

Boris des Gentils Minois, Fransman, van adel, met een lange stamboom en vele kampioenen in zijn voorgeslacht.

Toen Boris bij ons kwam was hij vier. Zijn baasjes konden hem niet langer houden, omdat ze met twee Pekinezen in een piepklein huis vol speelgoedberen woonden. We zaten niet op een hond te wachten, maar Boris zou worden afgemaakt of wij zouden hem onder onze hoede moeten nemen.

Het argument dat hij niet kon blaffen gaf de doorslag. Het eerste wat hij deed, toen hij bij ons kwam, was blaffen. Maar, 't is waar, het was niet meer dan een eenmalig kort soort 'wof', een geluid dat hij overigens zelden heeft laten horen. “We gaan het niet altijd over hem hebben, tegen het bezoek” namen wij ons voor. Het was onontkoombaar. Wij konden het niet laten en het bezoek evenmin.

Boris was gewoon een eyecatcher. Zijn fysiek fascineerde. Zijn vacht gestroomd, overwegend zwart met bruin, beige, grijs en blond. Een stralend wit befje. Gedrongen, maar niet laag op de poten, zware borstpartij, vlekkeloos smalle taille, zwart nappa leren lipje, dijen als hammetjes, blote okseltjes, brede kaken, korte donkere wimpertjes en wenkbrauwen. Vleermuis-oren die als hij opgewonden of alert was zò rechtop stonden dat ze elkaar bijna raakten.

Alles aan hem was smakelijk, ook zijn wratjes, ook zijn dopneusje dat af en toe met vaseline moest worden ingevet. Eén bonk spieren, heerlijk om aan te zitten.

Water is de enige drank geweest die hij in zijn leven gedronken heeft. Van champagne of Spa hield hij bijvoorbeeld niet. Van nature een matige, keurige eter, die liet staan waar hij geen trek in had en zijn bek schoonwreef, rollend op een matje. Nooit werd hij dik, hoewel hij bij wijze van traktatie hapjes kreeg van wat wij aten. Slagroomsoesjes, haring, vlees met jus, Franse kaas.

Hij rook naar een bloemenwei, vooral in zijn oren. Als hij gaapte was hij net een salamander. Als hij liep, dansten zijn acherpootjes achter het zware voorlijf aan. Huppelen en dribbelen op de pas uit blijdschap.

“Boris, je gaat mee.”

Gek was hij op autorijden en hij had daarvoor een speciaal reissetje gekregen: een nylon tasje met een doos met brokjes en een fles water. Voor reizen naar het buitenland zijn paspoort.

Een meesterlijke keeper: als Henk op de grond een bal neerlegde en zei dat hij er niet aan mocht komen, bleef hij staan, gespannen tot in iedere vezel van zijn lijf, met zijn ogen Henks schijnbewegingen volgend. Soms wel een halve minuut lang. En dan komt het schot.

“Ja, hij houdt 'em. Goed zo, de man!”

Heel lang kon je hem in de ogen kijken en tegen hem praten zonder dat hij zijn kop wegdraaide. Alleen uit desinteresse, wanneer hij dacht 'lul maar raak' wendde hij zijn blik af.

Hij hield van gezelschap, van levendigheid om zich heen. Het liefst zou hij met iedereen om zich heen op tafel liggen en horen dat er over hem gepraat werd. Hij vond het heerlijk om het middelpunt te zijn. Zijn rood-wit genopte verjaardags-strik droeg hij graag, net als truitjes en vestjes waarmee hij werd uitgedost wanneer het koud was.

“Wat ben je mooi, schat.”

Hij was ontroerend, al lag hij maar te slapen. Ontroerend omdat hij niet praten kon.

Nooit heb ik hem bang gezien. Niet voor honden, niet voor mensen, niet voor onweer of wat ook. Alleen als iemand boos op hem was, sidderde hij van ellende, en als er met stemverheffing werd gesproken, trok hij zich terug.

In Zwitserland is hij vreselijk geschrokken: nadat hij in een ravijn had gekeken waren zijn snorharen plotseling grijs.

Zijn nalatenschap gaan wij verdelen: een rode en een zwarte coltrui, een wijnrood met zwart kunstbont gevoerd jasje, een wollen jasje met een Sherlock Holmes-ruit, een witte sprei die ik voor hem haakte, twee halsbanden en een riem, zijn hondenbelastingpenning, de borstel waar zijn haartjes nog in zitten en de post die hij onlangs vanwege onze verhuizing naar Groningen kreeg (“Aan de hereboer Boris des Gentils Minois”).

Rust zacht, lieve man, trouwe viervoeter, fijne snuiter, bore-popje, schattie-hondje, hongerig dier. Hondekop, Keesje, Risje. De man, de mensch, stouttie, vent, lief dier. Engelenhondje, mooie kerel, lekkere vent, de Boor, lieveke.