VS willen hoogverrijkt uranium terugnemen

De Verenigde Staten zijn bereid gebruikt, hoogverrijkt uranium dat afkomstig is van diverse Europese onderzoeksreactoren terug te nemen en op te slaan. In totaal gaat het om zo'n twintig ton. Dat heeft de Amerikaanse minister voor energie, Hazel O'Leary, bekend gemaakt.

De terugname werd een slepende kwestie tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, nadat de VS in 1988 plotseling besloten het afval niet meer terug te nemen. Onderzoeksreactoren werken met hoogverrijkt uranium (zogeheten weapons- of bomb grade), meestal 90 procent. Het oorspronkelijke materiaal was geleverd door de VS. Zij weigerden de terugname met als motief de vermindering van de nucleaire proliferatie.

Natuurlijk uranium bestaat slechts voor 0,7 procent uit de splijtbare isotoop U-235. De niet-splijtbare isotoop U-238 vormt dus het merendeel. Met bepaalde technieken, waarvan gasdiffusie en ultracentrifuge de bekendste zijn, is het mogelijk het U-235 gehalte te verhogen. Dit proces heet verrijken. Voor zogeheten lichtwaterreactoren wordt uranium meestal slechts verrijkt tot drie procent, voor kernwapens tot 90 procent.

Voor het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) te Petten, dat ook over hoogverrijkt uranium beschikt, maakt de Amerikaanse beslissing weinig uit. Volgens een woordvoerder van het Gemeenschappelijke Centrum voor Onderzoek, de feitelijke Europese eigenaar van de kernreactor en de nucleaire onderzoekspoot, heeft het ECN een aanvraag lopen om het radioactieve afval onder te brengen bij de COVRA ('Centrum voor opslag van radioactief afval') in Borssele, de zogenaamde Borssele-II-faciliteit. Andere Europese onderzoeksreactoren zullen echter opgelucht ademhalen, omdat zij het hoogradioactieve afval niet voor lange tijd kunnen opslaan.