Top Borsumij hekelt beurs om onderzoek

AMSTERDAM, 5 FEBR. De raadslieden van de voormalige top van Borsumij Wehry hebben woedend gereageerd op de mededeling van de Amsterdamse effectenbeurs dat het onderzoek naar beursfraude wordt doorgezet, ook al heeft Justitie het dossier gesloten.

Advocaat mr. J. Hoff spreekt van “rancuneus optreden” en vreest “een middeleeuws volksgericht” als de beurs haar zin doordrijft.

De beurs maakte vrijdag bekend haar eigen onderzoek naar overtredingen door functionarissen van Borsumij van de gedragsregels voor bestuurders van beursondernemingen (de modelcode) te heropenen. Hoff kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de Amsterdamse effectenbeurs thans “over de rug van cliënten” een strijd uitvecht met andere controlerende instanties als de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), de Economische Controledienst (ECD) en het Openbaar Ministerie (OM) “over het primaat bij de opsporing en bestrijding van die beursfraude,” aldus Hoff in een brief aan beursvoorzitter drs. B. baron van Ittersum.

Hoff refereert daarmee aan uitspraken die beursfunctionarissen vorige week deden toen een nieuwe, aangescherpte versie van de modelcode voor bestuurders werd gepresenteerd. Daarbij werd gesuggereerd dat de strafrechtelijke bestrijding van misbruik van voorkennis faalt en dat een versterkt intern tuchtrecht van de beurs die leemte kan opvullen.

De beurs begon in 1994 al een onderzoek naar de handelwijze van een groot aantal managers van Borsumij Wehry, waaronder de leden van de toenmalige raad van bestuur. Het controlebureau van de beurs stuitte daarbij op 54 mogelijke overtredingen van de modelcode. Omdat bij een aantal van die overtredingen sprake zou kunnen zijn van een misdrijf, werd op 8 december aangifte gedaan van een “ernstig vermoeden” dat de top van Borsumij bij privé-aankopen van effecten van de eigen onderneming misbruik had gemaakt van voorkennis - een vergrijp dat sinds 1989 strafbaar is. Volgens een woordvoerder van de beurs heeft justitie de beurs vervolgens verzocht haar eigen onderzoek te staken. Nu justitie de zaak heeft afgeblazen wegens gebrek aan bewijs, pakt de beurs haar eigen onderzoek weer op.

Hoff stelt in zijn brief dat een beursonderzoek naar Borsumij “absoluut niet relevant” meer is, omdat onder invloed van de affaire het bedrijf vorig jaar is overgenomen door concurrent Hagemeyer en dat de bestuurders J. Noordam en A. van der Graaf inmiddels zijn afgetreden. De noteringsovereenkomst tussen de beurs en Borsumij bestaat dus niet meer.

De beurs laat echter weten “ten principale” vast te willen stellen of de modelcode is overtreden. Volgens de woordvoerder bestaan de sancties uit “de range tussen het publiceren van de overtreding tot het beëindigen van de noteringsovereenkomst”.

Of het hernieuwde onderzoek naar Borsumij nog vervelende gevolgen kan hebben voor niet-Borsumij-medewerkers wil de beurs niet zeggen. In een eerder rapport van het controlebureau van de beurs wordt melding gemaakt van een aantal beurspartijen dat als tegenpartij voor de Borsumij-managers optrad, zoals het beleggingsfonds Orange Fund en H. Vermeulen, de directeur van het effectenhuis Van Meer James Capel dat dat fonds destijds beheer

de.