Soedan ziet Amerikaanse samenzwering

Uit angst voor terreuraanslagen heeft de Amerikaanse regering vorige week besloten al haar diplomaten uit Soedan terug te trekken en Amerikaanse staatsburgers op te roepen het land te verlaten. Soedan verdenkt de VS van een samenzwering.

KHARTOUM, 5 FEBR. Zonder enige veiligheidsmaatregel bracht een diplomaat in Khartoum gisteren zijn echtgenote naar de kerk. Een diplomaat van een andere Westerse ambassade omschrijft de situatie in de Soedanese hoofdstad als “vreedzaam voor buitenlanders”. De Amerikaanse regering daarentegen zegt te vrezen voor terroristische aanslagen op haar diplomaten en andere landgenoten in Soedan en besloot daarom vorige week haar ambassade in Khartoum te sluiten. “Soedan is gevaarlijk en zal gevaarlijk blijven zolang de regering hier niet optreedt tegen terroristische groepen”, aldus een woordvoerder van de Amerikaanse ambassade, “daarom vertrekken we”.

De meeste Amerikaanse diplomaten en burgers zullen vermoedelijk donderdag het land verlaten. De Amerikanen vertrekken met gewone lijnvluchten. Geen enkele Westerse ambassade heeft voor zover bekend extra veiligheidsmaatregelen getroffen na het onverwachte Amerikaanse besluit te vertrekken.

De Soedanese autoriteiten bagatelliseren de Amerikaanse angst. “De Amerikaanse ambassadeur heeft nooit een veiliger oord aangetroffen dan in Soedan, waar hij dagelijks kon joggen in de straten van Khartoum”, aldus Mohamed Khalifa, voorzitter van het parlement. De Soedanese president, Omar el-Bashir, noemde in het weekeinde de Amerikaanse maatregel “een complot”. “Maar ondanks de voortgaande samenzweringen tegen Soedan zijn we niet bang, integendeel, we gaan voort op de ingeslagen weg”, aldus Bashir.

Volgens de samenzweringstheorie van de Soedanese regering heeft Washington de zuidelijke guerrillabeweging, het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA), nieuwe wapens geleverd, waardoor de groep vorig jaar in het offensief kon gaan. Verder zouden de VS de buurlanden Eritrea en Ethiopië hebben aangezet om militaire acties uit te voeren langs hun grenzen met Soedan. Achter de resolutie tegen Soedan van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van vorige week zit volgens deze visie eveneens Washington. In deze resolutie wordt van Soedan de uitlevering geëist van drie verdachten van de mislukte aanslag op 26 juni op de Egyptische president Mubarak in Ethiopië. De volgende Amerikaanse stap, zo vrezen de autoriteiten in Khartoum, is druk uitoefenen op de Veiligheidsraad om een internationale olieboycot af te kondigen tegen Soedan.

Amerika zette Soedan in 1993 op de zwarte lijst van landen die internationaal terrorisme steunen. Het merendeel van de informatie over kampen op Soedanees grondgebied waar terroristen hun opleiding krijgen, blijkt afkomstig van de Amerikanen. “Wij zelf beschikken niet over harde bewijzen, we horen wel veel verhalen”, zegt een Westerse diplomaat.

Gewapende bewegingen uit het Midden-Oosten als het moslim-fundamentalistische Hamas, de groep van de Palestijnse terroristenleider Abu Nidal, het Libanese Hezbollah en het Egyptische Gama'a al-Islamiya hebben volgens diplomaten kantoren in Khartoum. In een twintigtal kampen van de Soedanese Volksdefensiemacht, een door fundamentalisten geleide vrijwilligersmilitie die gescheiden opereert van het Soedanese regeringsleger, zouden internationale terroristen hun opleiding krijgen. Soedan levert verder, volgens beschuldigingen van buurlanden, steun aan fundamentalistische verzetsbewegingen in Oeganda, Eritrea en Ethiopië.

Na de uitlevering in 1994 door Khartoum aan Frankrijk van de internationale terrorist Carlos stokte de stroom Amerikaanse beschuldigingen tegen Soedan. De mislukte aanslag op Mubarak waarbij Soedan betrokken zou zijn, leidde echter weer tot een omslag. Het onderzoek naar de aanslag nam al snel de vormen aan van een politieke strijd van Egypte, en later Ethiopië en Amerika tegen Soedan.

Ethiopië overhandigde bewijzen aan zowel de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) als de Veiligheidsraad waaruit blijkt dat drie van de aanslag verdachte Egyptenaren naar Soedan zijn uitgeweken. Soedan ontkende dit aanvankelijk, tot Ethiopië de op het vliegveld van Addis Abeba verstrekte instapkaart toonde van één van de drie. Daarna moest Soedan toegeven dat de verdachte Egyptenaar inderdaad op het vliegveld van Khartoum was aangekomen.

Het regime in Khartoum spreekt de Ethiopische aantijgingen tegen als zou de aanslag Mubarak in Soedan zijn voorbereid. De verdachte Egyptenaar zou na zijn aankomst in Soedan “zijn verdwenen”. Volgens de OAE en de Veiligheidsraad herbergt Soedan wel degelijk alle drie de Egyptenaren. Het is welhaast onmogelijk geworden voor Soedan om te voldoen aan de eis van de Veiligheidsraad. Besluit Soedan de drie Egyptenaren uit te leveren, zo menen diplomaten, dan verklaart het regime zichzelf alsnog indirect schuldig aan de aanslag op Mubarak.

    • Koert Lindijer