Schenk herkent zich in Ritsma

INZELL, 5 FEBR. Ard Schenk behaalde drie Europese, drie wereld en drie olympische titels. Rintje Ritsma is bezig aan een inhaalrace. Drie EK's en twee WK's won hij inmiddels. Op olympisch niveau is zijn erelijst nog bescheiden: eenmaal zilver, eenmaal brons. Daarin moet over twee jaar verandering komen.

Schenk zag een professionele carrière mislukken. De tijd voor zulke commerciële experimenten was in 1972 nog niet rijp. Ritsma kan nu dank zij het schaatsen wat verdienen. “Hij heeft het juiste moment gekozen”, zegt Schenk, zonder jaloezie. “Rintje heeft zich door de juiste adviseurs laten omringen.”

Toen Schenk zich aansloot bij een gezelschap schaatsers dat om den brode probeerde te sporten, was er hoop op een avontuur. Het liep uit op een fiasco. “Individueel was helemaal niets mogelijk. In die jaren was er wel televisie, maar nog geen reclame. Ik heb wel wat dingetjes gedaan voor sponsors, maar dat was op zeer bescheiden schaal. Tv-rechten, daar had nog nooit iemand van gehoord en van de toeschouwersaantallen hoefden we het ook niet te hebben. Helaas, dat was einde verhaal dus.”

De manier waarop Ritsma zijn sport commercieel uitbuit, stuit Schenk niet tegen de borst. “Hij heeft groot gelijk”, zegt de Nederlandse chef de mission voor de Winterspelen in Nagano 1998. Schenk: “Een schaatser gaat tegenwoordig geen acht, negen jaar meer mee. In mijn tijd hielden we het langer vol. Nu is de concurrentie van onderaf veel heviger. Kijk maar naar de laatste jaren, hoeveel schaatsers zijn er niet op jonge leeftijd afgehaakt. In de jaren zestig en zeventig kon je aan de top blijven schaatsen zo lang je het leuk vond”, aldus Schenk.

Hij heeft met Ritsma meer overeenkomsten dan alleen de drang naar verzelfstandiging. “Ik herken veel van mezelf in Rintje”, zegt Schenk. “Hij is er in de loop van de jaren achtergekomen dat hard trainen onontbeerlijk is. Ook ik was in het begin van mijn carrière best gemakzuchtig, op het luie af soms. Maar al snel merk je dat aanleg alleen niet voldoende is. Dat er meer voor komt kijken om aan de top te blijven.”

De intensivering van de trainingen bracht zowel Schenk als Ritsma op den duur de conditie voor de langere afstanden. Beide schaatsers begonnen als specialisten op 500 en 1500 meter. Langzaam aan verlegde die aandacht zich. Nu pakt Ritsma zijn winst vooral op 5 en 10 kilometer. (ANP)