Russische kompels beëindigen staking

MOSKOU, 5 FEBR. Russische mijnwerkers hebben hun staking beëindigd nadat de regering zaterdagmorgen vroeg had beloofd 10,4 biljoen roebel (3,5 miljard gulden) in de noodlijdende mijnbouw te steken. Als de belofte niet wordt nagekomen, gaan de mijnwerkers op 1 maart opnieuw in staking, zo hebben zij aangekondigd.

Maar schatting 450.000 mijnwerkers waren donderdag in staking gegaan uit protest tegen het uitblijven van hun lonen. De meesten hadden hun laatste salaris in oktober gekregen. Verder eisten zij ondersteuning en herstructurering van de noodlijdende mijnbouw.

“Alles wat ik heb beloofd in mijn ontmoeting met de leiding van de vakbond zal worden uitgevoerd”, zei premier Tsjernomyrdin zaterdag, voordat hij voor een korte vakantie naar de badplaats Sotsji vertrok. Volgens hem is het ministerie van financiën al begonnen 600 miljard roebel (214 miljoen gulden) aan achterstallige lonen uit te betalen. Verder is het bedrag dat dit jaar in de mijnbouw zal worden gestoken met ruim een derde verhoogd tot 10,4 biljoen roebel.

Het is niet duidelijk waar het extra geld vandaan komt. Tsjernomyrdin hamerde zaterdag op “budgetaire discipline”. Vitali Boedko, hoofd van de vakbond, zei dat het meeste uit de Russische begroting voor 1996 zou komen, maar hij noemde ook een bedrag van 500 miljoen dollar uit “buitenlandse leningen”. Vorige maand noemde president Jeltsin bij een fonds voor de wederopbouw van Tsjetsjenië ook al buitenlandse leningen als bron. De Russische regering onderhandelt op dit moment met het IMF over een krediet van 9 miljard dollar.

De arbeidsonrust was op een ongelegen moment gekomen voor president Boris Jeltsin, die de laatste weken bezig lijkt aan een campagne voor herverkiezing. Jeltsin heeft onlangs de oprichting beloofd van een 'presidentieel fonds' waaruit achterstallige salarissen zouden kunnen worden betaald.