Meer ruimte voor oudheden in Leiden

LEIDEN, 5 FEBR. In navolging van twee andere grote musea in Leiden zal ook het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) aan het Rapenburg een ingrijpende verandering ondergaan. Eerder al begonnen het Rijksmuseum voor Volkenkunde en het Nationaal Natuurhistorisch Museum aan een grootschalige vernieuwingsoperatie. Met de verbouwing en modernisering van het RMO is een bedrag van ruim acht miljoen gulden gemoeid, dat wordt betaald door het ministerie van OCW.

Ongeveer 40 procent van het geld is nodig voor de aanleg van een nieuwe klimaatbeheersing in het museum dat veel kwetsbare objecten bezit zoals mummies, textiel, en voorwerpen van hout, natuursteen en papyrus. De huidige klimaatregeling is sterk verouderd. De vernieuwing heeft tot gevolg dat in het hele museum moet worden gebroken. De vele vaste vitrines moeten van de muur. “De plannen leven al sinds 1985”, zegt mevrouw drs. J.R. Magendans, directeur van het museum. “We hebben nu een architect en installateur uitgekozen, maar zijn nog in het beginstadium. We weten nog niet wanneer de werkzaamheden zullen beginnen, maar willen wel snel concrete plannen op tafel.”

De collectie van het RMO wordt gevormd door de afdelingen Egyptische Oudheid, het Oude Nabije Oosten, de Klassieke Oudheid en Archeologie van Nederland. Het museum is gevestigd in twee gebouwen: het oorspronkelijke museum uit 1820 en het aangrenzende Hof van Zessen, aanvankelijk een oud patriciërshuis uit de de 16de eeuw. De binnenplaats daarvan is in de jaren zeventig overkapt en dient als entreehal. Daar staat ook een van de pronkstukken van het museum, de tempel van Taffeh, het heiligdom voor de Egyptische godin Isis. De tempel blijft op zijn plaats. De verbouwing betreft in hoofdzaak de binnenplaats grenzend aan het oude museumgebouw, waarlangs de afdelingen klassieke en Egyptische sculpturen gerangschikt zijn. De binnenplaats krijgt een overkapping en er zullen muren worden weggebroken om een grote expositieruimte te creëren van 550 tot 600 vierkante meter. Als architect is Martien van Goor uit Amsterdam aangetrokken.

“Alle ruimten in het museum zijn smal en langwerpig, we beschikken nergens over een ruime zaal,” aldus Magendans. “Wisselexposities, zoals de huidige over wijn die we tot 10 juni hebben verlengd, moeten we houden in een lange, smalle sleuf. In een grote zaal kunnen we mooiere tijdelijke presentaties maken en ook meer grote exposities uit het buitenland naar het museum halen. In 1997 krijgen we nog in de oude situatie een internationale tentoonstelling over de overgang van de Romeinse tijd naar de vroege middeleeuwen, maar straks kunnen we ook denken aan buitenlandse exposities van bijvoorbeeld archeologische schatten, die een groot publiek aanspreken.”

De verbouwing heeft consequenties voor de routing en de vormgeving van het museum. Ongeveer drie kwart van het museum zal opnieuw worden ingericht. Gedacht wordt aan een moderne, chronologische indeling waarbij verschillende thema's aan de orde komen, zoals ook is gebeurd bij de recent verbouwde afdeling Archeologie van Nederland op de tweede verdieping. Ook wil het museum op een aparte plaats een beknopt totaalbeeld geven van wat het museum te bieden heeft aan de hand van enkele mooie stukken uit de vier verzamelgebieden.

Het RMO is sinds juli vorig jaar verzelfstandigd. Gebouw en collectie blijven onder de verantwoordelijkheid van het rijk. De verbouwing omvat ook nieuwe voorzieningen voor het publiek, zoals een museumwinkel, informatiecentrum en cafetaria. Magendans schat dat met voorbereiding, verbouwing en herinrichting ongeveer drie jaar gemoeid zijn. Het museum zal in die tijd open blijven. Zij hoopt tijdens de verbouwing het huidige bezoekersaantal van ongeveer 100.000 per jaar te handhaven. Als alles af is, zal worden gestreefd naar jaarlijks zeker 130.000 bezoekers.