IJs Elfstedentocht kan slechts helft van rijders dragen

LEEUWARDEN, 5 FEBR. De petjes 'Elfstedentocht 1996, ik was er bij', lagen al klaar op tafel. De Friese commissaris Hermans en de Leeuwarder burgemeester Apotheker waren uitgenodigd. IJsmeester P. Venema had woensdag in gedachten als dag voor de Tocht. Opgewekt ging hij in vergadering met de 21 rayonhoofden. Zaterdag had hij samen met voorzitter ir. H. Kroes honderden schaatsers in diverse stadjes over het ijs zien zwieren. Het gaf hem moed. De talloze kluunplaatsen (in totaal 1.500 meter) vormden geen probleem.

Voorzitter Kroes had de tekst al klaarliggen waarmee hij de verzamelde pers kon melden dat het woensdag (of donderdag) zou worden. Maar kort na het begin van de vergadering met de 21 rayonhoofden over de ijskwaliteit sloeg de optimistische stemming om. De rayonhoofden van Bolsward, Stavoren en Hindeloopen verklaarden zaterdagmiddag onomwonden een vijftiende tocht niet verantwoord te vinden. Eén van hen zei dat het 'gekkenwerk' zou zijn de tocht uit te schrijven. Het ijs in de gedichte wakken was niet sterk genoeg en ook onder de talloze bruggetjes in de zuidwesthoek groeide het niet snel genoeg aan. Dat zette een domper op het optimisme van het bestuur.

Na een uur schorste voorzitter Kroes de bijeenkomst. Het bestuur ging in conclaaf. Zou donderdag wellicht kunnen? Ook dat idee werd al snel weer verworpen. “Het kan nog niet”, gaven de rayonhoofden, op twee na, aan. “Er ligt te weinig ijs, er zijn te veel zwakke plekken op de route en het ijs in de gedichte wakken groeit onvoldoende snel aan.” Weersverwachtingen speelden geen rol bij het besluit. Kroes verklaarde dat een Elfstedentcht pas wordt aangkondigd als er op dat moment voldoende ijs ligt.

Unaniem namen bestuur en rayonhoofden de moeilijke beslissing: de Tocht de Tochten gaat deze week in elk geval niet door. Het leek, zo verklaarde voorzitter H. Kroes, of er op dat moment een zucht van verlichting opging. “Het spijt me verschrikkelijk, uit de grond van mijn hart”, zo deelde hij even later mee tijdens een persconferentie in Leeuwarden, precies op het moment dat in Inzell de Friezen Ritsma en Postma tegen elkaar reden op de 10.000 meter. “Maar ik sta voor honderd procent achter dit besluit.”

Geen datum. Geen tocht. Het leek een anti-climax: het bestuur teruggefloten door de rayonhoofden. Achteraf had hij misschien wat behoudender moeten zijn over de kansen op een tocht, gaf Kroes toe. Het ijs zoals dat er nu ligt zou de eerste zesduizend à achtduizend rijders nog wel kunnen dragen, maar nog eens achtduizend zouden voor onverkomelijke problemen zorgen. “Er moeten wel 16.000 schaatsers veilig van Leeuwarden naar Leeuwarden kunnen. En dat kan niet.”

“Aan een totale chaos hebben we niets”, zo verduidelijkte secretaris jhr. G.G. Witsen Elias na afloop. De kluunplaatsen in de zuidwesthoek bij Stavoren, Hindeloopen en Workum, worden naarmate de tocht vordert en er meer rijders over het ijs gaan, altijd groter, nooit kleiner, onderstreepte hij.

Een tegenvaller was het uitblijven van de verwachte ijsgroei in de afgelopen dagen. De ijsdikte onder zeker twaalf bruggen bedroeg acht tot tien centimeter, terwijl vijftien centimeter nodig is. De oorzaak ligt in de (te) matige vorst. Kroes zag de thermometer gisternacht om vier uur slechts op min twee graden staan. Pas daarna daalde het kwik naar naar min zes. “Maar een paar uurtjes zet geen zoden aan de dijk.”

Toch houd het Elfstedenbestuur hoop. “De winter is nog lang”, sprak de Elfstedenvoorzitter monter, “de voorbereidingen gaan door, al moet ik zeggen dat ik wel eens optimistischer ben geweest.” De rayonhoofden hebben opdracht gekregen de banen bij sneeuwval schoon te blijven vegen. Half februari wordt een nieuwe koudegolf voorspeld. Maar Kroes en Venema wagen zich niet meer aan data of voorspellingen.

Venema, die ruim een week lang “vijf nachten matige, trenge vorst” voldoende achtte voor een Elfstedentocht, verklaarde gisteren dat de ijstoestand beter leek dan hij in werkellijkheid was. De massale ijspret zette hem op het verkeerde been. Juist de vele plezierrijders hebben de ijskwaliteit geen goed gedaan, aldus Venema. Het ijs schaafde onder de bruggen af en aan de onderkant groeide het onvoldoende aan. Een dunne ijslaag groeit sneller aan dan een ijslaag van acht centimeter, vertelde de ijsmeester. Venema was diep teleurgesteld dat de Tocht er voorlopig niet in zit. ,Maar als de route niet veilig is voor de rijders, moet je hem niet houden. Het is ontzettend sneu, maar we geven de moed niet op.”

    • Karin de Mik