Humoristisch en triest portret van een verstikkend kleinburgerlijk milieu; Bokkige dochter met muizige moeder

Voorstelling: Winkeldochters van Ger Thijs door Theater van het Oosten. Regie: Mark Timmer; decor: André Joosten; spel: Margreet Blanken, Loes Wouterson, Jan van Eijndthoven. Gezien: 3/2 Theater a/d Rijn Arnhem. Aldaar: 6 t/m 9/2; tournee t/m 4/4.

Dassen's modeschoenen staat er, nog net leesbaar, op het raam. De modeschoenen zijn inmiddels lang verdwenen uit de etalage die geen etalage meer is: sinds de eens zo florerende schoenenzaak op een dag failliet ging is de winkel tot woning verbouwd en vreugdeloos gemeubileerd.

Het middenstandsgezin is er blijven hangen maar de dokters en ambtenaren die de buurt vroeger zo'n degelijk aanzien gaven hebben plaats gemaakt voor junks en zwervers. Met extra sloten op de deur probeert de familie de straatjungle op een afstand te houden, maar ook achter vergrendelde deuren en gesloten gordijnen voelen ze zich niet veilig. Intussen is het verval van de buitenwereld als een rottingsproces dat ook de verhoudingen binnen het gezin heeft aangetast: een doodgebloed huwelijk en een narrige dochter van 35 die nog bij haar ouders hokt hebben de sfeer in huis grondig verzuurd en verziekt.

In Winkeldochters, dat in 1983 voor het eerst in première ging bij het Publiekstheater en nu opnieuw is te zien bij Theater van het Oosten, schetst Ger Thijs een portret van een verstikkend kleinburgerlijk milieu dat tegelijk humoristisch en triest is. Met vaardige hand zet hij drie verknipte individuen neer die weliswaar van elkaar afhankelijk zijn maar ook volledig op elkaar zijn uitgekeken - een sneer als deze is typerend: “Als ik me iets fijns herinner ben jij er nooit bij” (moeder tegen dochter).

Geen van hen weet raad met zijn gevoelens en ieder ontwikkelt zo zijn methode om aan het benauwende gezinsleven te ontsnappen. De man, die 's nachts naast “een ijskast” ligt, vlucht in overspel; de vrouw lijdt onder de dekens op de bank aan ingebeelde ziekten en verwacht “ergens volgende week” dood te gaan en de graatmagere dochter die met uitzondering van bonbons geen hap door haar keel krijgt houdt zich zoveel mogelijk doof voor haar omgeving met een stapel roddelbladen.

Het enige dat hen bindt is hun angst voor de oprukkende verloedering buiten op straat. En helemaal ongelijk kun je ze niet geven als op een avond een met bloed besmeurde man als een maniak op de ramen bonst. Toch knaagt voortdurend het ongemakkelijke gevoel dat ze met hun domheid, intolerantie, onbegrip en vooroordelen een hoop ellende zien die er niet is.

Medelijden en ergernis - om de haverklap word je erdoor overvallen in de transparante en geestige voorstelling van Mark Timmer. Timmer die eerder dit seizoen bij Theater van het Oosten twee monologen regisseerde met Margreet Blanken en Jan van Eijndthoven en hen nu in Winkeldochters samenbrengt met Loes Wouterson, heeft zich vooral op het acteren gericht en de spelers tot mooie prestaties aangezet.

Misschien is Jan van Eijndthoven iets te bombastisch om van begin tot eind te overtuigen, maar zijn spel kent ook sterke momenten, vooral in de scènes waarin hij alleen is met Loes Wouterson. Wouterson maakt van de dochter een schitterende creatie, bokkig en met een stuurse kop, maar ook labiel en onzeker. Het meest gelachen heb ik om Margreet Blanken als de moeder die er met haar strak opgebonden haar, onflatteuze kleding en platte veterschoenen precies uitziet zoals ze zegt: een muis. Ze praat klagelijk en verongelijkt en tegelijk spaart ze zichzelf niet - je moet er niet aan denken dat je zo iemand de hele dag om je heen hebt, maar als ze Margreet Blanken heet is het wel een genot er naar te kijken.

    • Noor Hellmann