Haenchen verbetert opera-akoestiek

Na bijna tien jaar met zo'n driehonderd voorstellingen van meer dan dertig operaprodukties weet chef-dirigent Hartmut Haenchen van de Nederlandse Opera nu om te gaan met de berucht slechte akoestiek van het Amsterdamse Muziektheater. Tijdens de première van Strauss' Die Frau ohne Schatten kregen het Nederlands Philharmonisch Orkest en Haenchen het zelfs voor elkaar om de indruk te wekken dat de akoestiek van het Muziektheater juist heel goed is.

Haenchen: “Het ideaal zou toch zijn om alles tussen foyers en podium te slopen en in het Muziektheater een èchte klassieke zaal te bouwen.” In zijn kale werkkamer wijst Haenchen op het enige dat hier aan de wand hangt: een foto van de fameuze zaal van de Semperoper in zijn geboortestad Dresden, waar veel Strauss-opera's hun wereldpremière beleefden. “Die zaal is geweldig mooi, zó moet een opera klinken. In het Muziektheater klinkt het orkest als een radio die te zacht aanstaat.”

Niettemin constateert ook Haenchen dat sinds de opening van het Muziektheater in september 1986 al veel verbeterd is aan de akoestiek. Er hangt nu een plafond boven het orkest en de zijwanden van de toneellijst zijn veranderd omde orkestklank beter de zaal in te krijgen. De orkestbak is wat verbouwd, zodat sommige musici hoger zitten. Het hout is eruit gesloopt, zodat het kale beton nu zoveel mogelijk het geluid reflecteert. En door het plaatsen van een microfoon bij de houtblazers en een luidspreker bij het koper is het samenspel binnen het orkest sterk verbeterd: de musici kunnen in een van de grootste orkestbakken van dit werelddeel nu ook tenminste elkaar horen.

Haenchen: “We hebben nog steeds plannen voor verdere verbeteringen. Wat ik bijna tien jaar geleden al zonder honorarium zei, hebben nu inmiddels ook vier akoestici gezegd. Het probleem is het ontbreken van de 'eerste reflectie' - de klank zakt heel snel in elkaar omdat aan de zijkanten van het toneel de lijst te veel naar buiten staat. De klank wordt niet onmiddellijk in de zaal teruggekaatst en daardoor ontbreekt ook een stereo-effect, waarbij de gereflecteerde klanken van links en van rechts al vooraan in de zaal elkaar overlappen.”

Naast de bouwkundige en technische aanpassingen van de afgelopen jaren heeft Haenchen echter ook een beter akoestisch resultaat bereikt door een geheel eigen wijze van orkestspel. “Ik heb alle opstellingen uitgeprobeerd en ik beschik nu over een enorme ervaring met het opbouwen van de klank in de zaal. Ik werk bij de repetities in de Beurs van Berlage op een klankbalans die daar niet goed is, maar in de orkestbak van het Muziektheater wel werkt.

“Dat ervaar je overigens niet op mijn plaats. Bij de repetities voor Die Frau ohne Schatten liet ik mijn assistent Boudewijn Jansen een stukje dirigeren, om zelf in de zaal te gaan luisteren. Normaal zit hij vlak achter mij op de eerste rij, maar nu was hij perplex over het enorme verschil dat ontstaat: zijn indruk was dat daar binnen twee meter de helft van het volume verdwijnt. Het klankvolume dat nu in Die Frau ohne Schatten met een orkest van 117 man binnen de orkestbak wordt ontwikkeld is zó groot, dat het af en toe in de oren van de musici de pijngrens overschrijdt.

“Wij zitten hier met het Nederlands Philharmonisch Orkest in de verstelbare orkestbak altijd op de hoogst mogelijke stand. Bij Die Frau ohne Schatten zitten we door de omvang van het orkest nu deels onder het podium, maar bij Mozart of Rossini zitten we vrijwel even hoog als de parterrevloer. Ik ben heel verbaasd dat Chailly het Concertgebouworkest altijd zo laag laat zitten.

“We hebben Chailly heel precies verteld wat onze ervaringen zijn en dat een zo lage orkestbak niet goed werkt. Maar hij wil een betere menging van de klank. Die krijg je daar inderdaad, maar het gevolg is wel dat die mooi gemengde klank niet meer de orkestbak uitkomt. Op de balkons hoor je het Concertgebouworkest nog wel, maar op de parterre nauwelijks meer.

“Het hangt natuurlijk ook af van het repertoire. In Strauss wil ik geen menging, ik wil helderheid en structuur. Natuurlijk moet het af en toe heel hard klinken, maar een enkele top in de klank bereik je alleen maar met een rijke basis: ook het orkest produceert in deze opera een piramide van klank, een weerspiegeling van het decor in Die Frau ohne Schatten.”

Het Nederlands Balletorkest gebruikt tijdens voorstellingen in het Muziektheater elektronische versterking, maar dat wil Haenchen niet. Iedere versterking neemt het klankbeeld uit de handen van de dirigent.

“Wat nu nog aan de akoestiek zou moeten gebeuren is de installatie van een verstelbare zijlijst. Ook kan de bekleding van de achterwand van de zaal nog harder worden gemaakt, zodat die beter reflecteert. We hebben een keer het plafond boven de orkestbak lager gezet. Opeens was er wat ik hier mis: de klank die om je heen komt. Maar dat plafond kan niet blijvend zo laag hangen, omdat het de belichting zou hinderen. Voor Der Ring des Nibelungen denken we aan een decor dat zo'n effect zou geven.”

    • Kasper Jansen