'Gewoon geduld hebben, het is pas begin februari'; 'Zeikers zijn het, die Kroes en die Venema'

BARTLEHIEM, 5 FEBR. “Shit, shit, het komt er weer niet van.” Teleurgesteld trekt schaatser Harm Elzinga de muts van zijn hoofd bij het beroemde groene bruggetje over de Funkurvaart in Bartlehiem. Een minuut tevoren heeft hij gehoord dat de Elfstedentocht voorlopig niet doorgaat. “Zeikers zijn het, die Kroes en die Venema”, moppert Elzinga, terwijl hij zich bij zijn makkers voegt. Die staan in de rij voor een stalletje, waar koek en zopie, koffie, thee en kwast te koop zijn.

“Wind je niet zo op, Harm”, roept een oudere vriend vaderlijk. “Het heeft hier vannacht nauwelijks gevroren. Er zouden dooien vallen, als het Elfstedenbestuur die hele horde het ijs opstuurt. Je hebt het toch met je eigen ogen gezien? Bij Harlingen lag een hoop zand op de vaart en er waren veel wakken. Ze zouden ontzettend veel kluunplaatsen moeten aanleggen, dat is toch ondoenlijk?”

Het is zondagmiddag bijzonder druk bij Bartlehiem, het Friese Bethlehem. Jong en oud schaatsen in de buurt van het kruispunt van waterstromen. Een met de Friese vlag versierd verkeersbord, midden op het ijs, geeft aan waar men zich precies bevindt: twaalf kilometer van Dokkum, drieëneenhalve kilometer van Birdaard, twaalf kilometer van Leeuwarden. Op de kade tuurt een tienermeisje in de richting van Dokkum. “Mijn vriendje moet nou toch gauw komen”, zegt ze bezorgd, “anders kan hij voor het donker nooit meer Leeuwarden halen. En dat was toch de bedoeling, riep hij vanochtend.”

Nippend aan haar warme chocolademelk zegt ze dat het voor hem “een schok” zal zijn te horen dat de Tocht der Tochten vooralsnog van de baan is. Hij had er vast op gerekend dat ze deze week werd verreden, zucht ze, “en ik trouwens óók. Iedereen denk ik.” Ze wijst naar een paar medewerkers van PTT Telecom, die langs de Funkurvaart bezig zijn tijdelijke groene telefooncellen te plaatsen en een hoge mast te installeren, zodat de passage van de Elfstedenrijders in het circa zeventig inwoners tellende Bartlehiem goed in beeld kan worden gebracht.

Met venijnig gekras van schaatsen komt een veertiger tot stilstand, snakkend naar een versnapering. “Gaat de tocht niet door?” vraagt hij, terwijl hij het vocht uit zijn baard veegt. “Ik had al zo'n vaag voorgevoel”, vervolgt hij met Groningse tongval. “Tien jaar geleden heeft de organisatie, toen nog onder ingenieur Sipkema, de blunder gemaakt het aantal deelnemers tot zestienduizend te verhogen. Dat is veel te veel, dat kan het ijs niet hebben.”

Maar het aantal wakken is ook nog te groot, bekent hij. Vanaf Harlingen is hij er een hoop tegen gekomen, herinnert hij zich. “Die verdomde, straffe oostenwind, die doet deze Elfstedentocht de das om.”

Mevrouw Joos Rienks woont op een steenworp van het Elfstedenijs in Bartlehiem. Ze ziet de toeristen schaatsen vanuit haar tijdelijke woning, een caravan naast haar verbouwde boerderij die in november van het vorige jaar afbrandde. Ze toont een foto van de hoeve. “Het beroemde bruggetje stond zowat in de huiskamer, kijk maar”, lacht ze.

Rienks weet nog dat ze bij de laatste twee Elfstedentochten, die van 1985 en 1986, als een soort gastvrouw fungeerde. “Er was in mijn woning een complete tv-ploeg gestationeerd”, zegt ze, “enige totaal onbekenden bood ik slaapplaatsen, ik maakte de hele dag broodjes. Van de wedstrijd zag ik haast niks. Leuk wel, hoewel er van de tuin door die duizenden bezoekers niks meer over was. Jan en alleman liepen vrolijk binnen. De stukken closetpapier hingen in de gang aan het plafond en er verdwenen een paar van mijn jassen van de kapstok. Ik had lekkages omdat ze op het dak kropen en ze gooiden een ruit stuk.”

Toen waren de voorzienigen nog niet zo goed als nu, aldus Rienks. “Ik weet dat er nu - als de tocht nog doorgaat - allerlei feesttenten komen voor de vips, een serie toiletwagens en honderd politieagenten, alléén voor dit stukje. Dat is ook wel nodig, want de laatste keer liepen de toeschouwers de rijders op het ijs massaal in de weg.” Ze vindt het jammer dat de tocht vooralsnog niet wordt verreden, maar ze kan zich “de beslissing van Kroes” goed voorstellen.

“Al ligt er hier en daar tachtig centimeter ijs”, legt Rienks uit, “maar elders nog geen vijftien, dan kun je die zestienduizend mensen niet laten vertrekken. Schiet er ergens eentje onder water, dan krijgt het Elfstedenbestuur meteen een dodelijke lawine van kritiek over zich heen en is het misschien de laatste tocht geweest. We moeten geduld hebben, het is pas begin februari.”