Ernst Hirsch Ballin is even in de war

De macht van de Eerste Kamer wordt steeds groter. Ooit wilden plannenmakende politici het instituut aan de 'overzijde' van de Tweede Kamer nog wel eens vergeten. De behandeling van voorstellen in de Eerste Kamer; dat was toch niet meer dan een formaliteit? Maar hoe anders is dat tegenwoordig. De primaire vraag in politiek Den Haag luidt niet zelden: hoe zal het in de Eerste Kamer vallen?

Dat de angst voor de Senaat er goed in zit, bleek vorige week weer tijdens de beschouwingen over het toen gepresenteerde rapport van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden. In de avondvullende televisie-uitzending op Nederland 3 die aan het rapport-van Traa was gewijd, mochten ook kijkers vragen stellen aan de commissie-leden. De GroenLinkser Mohammed Rabbae kreeg de vraag voorgelegd, hoe Ernst Hirsch Ballin, de ex-minister van justitie, tegenwoordig lid van de Eerste Kamer voor het CDA straks in de Senaat nu het woord over het rapport kon voeren. Want de conclusies waren toch verre van vleiend voor hem geweest?

Rabbae zag het punt, maar vond het verder toch vooral een kwestie die het CDA en Hirsch Ballin moesten zien op te lossen. Hirsch Ballin zat in dezelfde tv-studio en de vraag kon later in de uitzending dan ook aan hem gesteld worden. Volgens Hirsh Ballin hem lag het niet in de rede dat hij in de Senaat het woord zou voeren over het rapport.

Hier vergallopeerde de hoogleraar staats- en bestuursrecht zich toch. Want het mogelijke probleem speelt namelijk in het geheel niet. Het rapport van de commissie-van Traa is geschreven in opdracht van de Tweede Kamer en zal ook daar worden besproken. De Eerste Kamer komt er helemaal niet aan te pas. Senatoren kunnen pas over een enquete-rapport praten als de Eerste Kamer zelf een parlementaire enquête heeft ingesteld. Getuige de assertiviteit van de leden van de chambre de reflexion laat dat moment niet lang meer op zich wachten.

    • Mark Kranenburg