Een voetbal verenigt blank en zwart Zuid-Afrika

Het Zuidafrikaanse voetbalelftal won zaterdag de Afrika Cup door in de finale Tunesië te verslaan met 2-0. Sandile Dikeni, radio-journalist en dichter, bezocht de finale in Johannesburg.

JOHANNESBURG, 5 FEBR. Zelden hebben wij Afrikanen onze emoties zo sterk beleefd. Zoveel krachtige emoties gevoeld over ons leven en de toekomst van dit land. Het is verbazingwekkend dat juist voetbal al dat optimisme in ons boven bracht.

Voordat het toernooi om de Afrika Cup in Zuid-Afrika begon, wachtten wij zwarten vol spanning op een grijntje enthousiasme bij onze blanke landgenoten. Dodelijk was de tijdelijke stilte van onze landgenoten die voetbal niet als een sport beschouwden. Lange tijd beten vele zwarten op hun lip, zich bedenkend hoe massaal wij afgelopen zomer naar de rugbywedstrijden trokken om te juichen voor een sport die we hadden geleerd te haten, een sport die symbool stond voor de onderdrukker in ons land. En zo verwachtten velen dat de Afrika Cup de barsten in onze maatschappij zou verdiepen door een simpele daad van apathie van de rijken in ons land.

Maar wij zwarten hadden het mis, vreselijk mis. Het begon ons te dagen toen president Nelson Mandela het toernooi opende. Er waren meer blanke mensen in het voetbalstadion dan er zwarte mensen waren geweest bij de wedstrijden van het wereldkampioenschap rugby. De eerste neiging was om dat eenvoudigweg af te doen als nieuwsgierigheid van sommige blanken die het cool vonden om de president te zien. Maar de belangstelling was oprecht en veel blanken begonnen zelfs de typisch zwarte zinsneden te mompelen die te horen zijn bij voetbalwedstrijden. We zongen de internationale voetballiederen, wat wellicht een poging was om ze op hun gemak te stellen. Hoe dan ook, de bal rolde voor een ongelofelijke public-relations-campagne voor de nationale verzoening van Nelson Mandela.

Bij de halve finales van de Afrika Cup schaarde het land zich achter een voetbal. Toen Zuid-Afrika met drie doelpunten verschil won van Zambia, stonden Afrikaaner politiemannen in uniform te juichen voor 'Bafana, Bafana', het Zuidafrikaanse voetbalelftal. Straten in blanke wijken werden afgesloten en door mensen van alle rassen bezet om feest te vieren. Drankjes werden voor half geld verkocht door mensen die nog nooit eerder hadden overwogen om ergens korting op te geven. Overal werd je begroet door het lachende, kleurrijke gezicht van Zuid-Afrika.

Als groot cynicus over het verzoeningsproces kon ik mijn ogen niet geloven. Ik dacht aan Brazilië en hoe daar was geprobeerd het land te verenigen rond voetbal en festivals. Ik dacht aan de vele favelas, de sloppenwijken, die daar bestaan ondanks het grote aantal keren dat Brazilië wereldkampioen voetbal werd. Ik dacht aan de ongelijkheid tussen de zogenaamde preto (de zwarte), de mulatto (de kleurling) en de branco (de blanke) en trok de conclusie dat wij dezelfde weg volgden. Het is een soort vervalste broederschap die weer vervaagt als het laatste fluitsignaal heeft geklonken.

Daarom was ik er bij toen het fluitje klonk voor de aftrap van de finale tussen Zuid-Afrika en Tunesië. Het was een zonnige dag met bijna negentigduizend toeschouwers gehuld in de kleuren van de regenboogvlag. Het was zo druk dat ik in een gangpad zat. Naast me zaten een paar blanke vrienden die niets van voetbal wisten behalve dat Zuid-Afrika moest winnen! Er kwam een enorme zwarte dame de trap af, volledig gewikkeld in een Afrikaanse vlag. Nadat ze mij een blik had toegeworpen, sprak ze de blanke vrouw in ons gezelschap aan en bood haar een stoel aan. Op dat moment voelde ik al mijn politiek-wetenschappelijke feitenkennis langzaam van me afglijden en kwam daar een diepe trots voor in de plaats deel te zijn van dit land. Dat gevoel veranderde later weer in verwarring bij het zingen van het volkslied. Het volkslied is een mengeling van het oude Zuidafrikaanse volkslied en het nieuwe lied Nkosi sikelel'i Afrika. We zongen het eerste deel met geestdrift, maar bij het Afrikaanse deel begonnen we te mompelen tot een aantal straalvliegtuigen van de luchtmacht over het stadion vloog en ons verdere verlegenheid bespaarde door ons te overstemmen met hun motoren.

Is dit één land? Het politieke spelletje begon weer rond te spoken door mijn hoofd. Maar het spoken stopte toen Zuid-Afrika het eerst en het tweede doelpunt scoorde tegen Tunesië, omdat het 'land', zwart en blank, inmiddels zong in het Zulu. De wedstrijd werd gewonnen door Zuid-Afrika.

Maar wonnen we werkelijk? Was dit niet gewoon het zoveelste feestje om ons een goed gevoel te bezorgen. Was deze overwinning in de Afrika Cup een overwinning voor het land, vroeg ik mezelf toen we bij het stadion vandaan reden. Het antwoord kwam ik tegen in de straten van Johannesburg, waar duizenden elkaar omhelsden en zoenden, zwart en blank. Het antwoord was te horen op de radio waar honderden luisteraars de telefoonlijnen verstopten met hun felicitaties voor het nationale team. En het werd me duidelijk dat wij een ander land zijn dan Brazilië. Brazilië heeft geen Mandela. Heeft nooit een Mandela gehad die mensen zonder interesse in voetbal kan veranderen in gestoorde fanaten. En wat als Mandela dood gaat? Zullen we dan nog zoveel van elkaar houden? Ik vroeg het een dronken voetbalfan. Het antwoord kwam snel, zonder aarzeling: “Als Mandela dood gaat, zullen we van elkaar houden in zijn geest”.

Ik kwam er vervolgens achter dat de overwinning niet alleen een Zuidafrikaanse overwinning was maar een van zuidelijk Afrika. Alle volkeren uit zuidelijk Afrika stonden achter de mannen van Mandela. Het was de eerste keer dat de Afrika Cup werd gewonnen door een zuidelijk Afrikaans land.

We wonnen, een zege die ons dichter tot Afrika bracht en misschien dichter bij de wereld.

    • Sandile Dikeni