Een glimlach van brekend glas

De tentoonstelling 'Mona Lisa, Mona Lisa, Mona Lisa' is tot 17 maart 1996 te zien in de Centrale Bibliotheek (vierde verdieping), Hoogstraat 110 in Rotterdam. Dagelijks, ook 's avonds, op zaterdag- en zondagmiddagen van 13.00 tot 17.00 uur geopend.

Eén woord om de uitdrukking op haar gezicht mee te vangen is niet makkelijk te vinden. Haar blik is aandachtig, oplettend zelfs, spottend en toch vriendelijk, alles tegelijk. Een schalks lachje heeft ze, Mona Lisa. Je weet dat het niet kan, maar wie een tijdje in haar ogen kijkt heeft het gevoel dat de expressie van haar gezicht verandert. Haar glimlach heeft, je ontkomt niet aan het woord, iets raadselachtigs.

De Mona Lisa schijnt het portet te zijn van Lisa, de echtgenote van de zijdehandelaar Fransesco del Gioconda, door Leonardo da Vinci in ca. 1503 op een houten paneel geschilderd. De bijzondere kwaliteit van het schilderij is deels te verklaren uit de door Da Vinci geïntroduceerde techniek van het sfumato. Zachte lijnen, schemerig licht en fijne, subtiele vormgeving stelde hij in plaats van de lineaire manier van schilderen en de scherpe belichting zoals tot dan toe gebruikelijk in de Florentijnse schilderkunst uit de 15de eeuw. Tot ca. 1635 droeg het doek trouwens een andere, weinig eerbiedige titel, namelijk 'Portret van een publieke vrouw met starende blik'.

Kunstenaars moeten zich op de een of andere manier geprovoceerd voelen door het wereldberoemde schilderij; nog steeds worden er kunstwerken gemaakt met de titel 'Mona Lisa'. Zangers bezongen haar, dichters schreven haar odes: 'Niemand heeft zo een glimlach als die van jou van brekend glas', dichtte Hans Andreus (1988). En in zijn 'La Gioconda' (1992) verzucht Adriaan Morriën: 'Tot in de wolken heb ik je gezocht/ Van je luchtige tred geen spoor/ Geen lichtval waarin je hals/ was verstrikt. Geen blauwe paden waar jij op mij wachtte.' Andy Warhol schilderde er een hele reeks in verschillende kleuren en de 'Mona Lisa' van de Belgische surrealist René Magritte is een lege spiegel, aan weerszijden omlijst door gordijntjes. Ook zijn er spotprenten en persiflages. Bekend zijn die van regisseur Woody Allen als Mona Lisa, met een glimlach waarvan de geheimzinnigheid kan wedijveren met die van het origineel, en de Florentijnse schone als Stalin, met snor.

Minder origineel zijn de talloze produkten met haar beeltenis. Het zijn vaak prullaria waarbij het gissen is naar de praktische gebruikswaarde, 'dingen' van een somber stemmende overbodigheid waarvoor het fenomeen 'giftshop' uitgevonden lijkt. Zo duikt de fijnzinnige glimlach op in ministeck, op koekblikken, T-shirts, als servethouder of als theepot, met een armpje als tuit. Horloges, wandkleden, onderzetters, koffiemokken. In China zijn er sigaretten met haar beeltenis op het pakje, in Argentinië eten ze haar als pudding, in Italië siert zij wijnetiketten en ook is er de Mona Lisa-aardappel.

Voor een verzamelaar moet Mona Lisa een droom zijn. Zijn eierdopjes een dankbaar verzamelobject, de eindeloze variatie waarin Mona Lisa tot ons komt is van een hogere orde. In de Centrale Bibliotheek te Rotterdam is nu zo'n verzameling te zien. Eigenaar is Rob Kooyman (58), Mona Lisa-verzamelaar, zoals zijn visitekaartje in vier talen vermeldt, 'Monamaan' zoals hij zelf zegt.

Het is die glimlach. Eens maakte Kooyman een legpuzzel; haar gezicht in 1000 stukjes. En het allerlaatste stukje was dat van haar linkermondhoek. Pas toen hij dat op zijn plaats legde, was de glimlach terug. Het hele geheim dat de gemoederen al vijf eeuwen verhit in één klein stukje karton. De verzameling ontstond zoals misschien wel alle verzamelingen ontstaan: bij toeval. Sinds vrienden en kennissen gingen meeverzamelen leidt de verzameling een eigen leven.

Behalve voorwerpen zijn er op de tentoonstelling veel artikelen en foto's te zien. Mona Lisa in de reclame, als doe-het-zelf-pakket, Mona Lisa bloot en in weinig kuise houdingen. Natuurlijk zijn er boeken over haar geschreven, meestal van het soort die als 'damesromans' getypeerd kunnen worden.

Ook de wetenschap interesseert zich voor haar. Medici hebben op het schilderij enthousiast de technieken losgelaten die voorheen alleen voor mensen bedoeld waren; nu worden de vermeende doodsoorzaken van lang geleden gestorven geportretteerden alsnog achterhaald. De glimlach zou geen glimlach zijn maar kramp; zij zou aan spierverlamming hebben geleden, het bewijs werd geleverd door een zwelling van de middenhandsbeentjes. Door middel van digitale beeldprocessen werd ontdekt dat de hals oorspronkelijk helemaal niet zo blank was en werd gesierd door een later weggeschilderde halsketting.

Een fraaie theorie is die van een Canadese kunsthistorica, Suzanne Giroux, die in 1993 beweerde dat de glimlach, ingekaderd en een kwart slag gedraaid, de rug te zien geeft van een jongeman. Da Vinci zou homoseksueel zijn geweest en op die manier stiekem zijn vriend hebben vereeuwigd. Volgens weer een andere theorie is op het doek geen vrouw afgebeeld, maar Da Vinci zelf. Het zou een zelfportret zijn in travestie. Ook George Sand dacht er het hare van. Zij schreef dat Mona Lisa die 'oude sok van een man van haar' bedroog met de schilder. Waarom sjouwde hij anders dat schilderij tot z'n dood met zich mee?

    • Ilse van der Velden