'Drugs doorlaten is echt niet nodig'

ROTTERDAM, 5 FEBR. Als het aan de commissie-Van Traa ligt worden er nooit meer drugs 'doorgelaten' en worden alle andere opsporingsmethoden strikt gereglementeerd. Maar is er dan nog wel opsporing mogelijk?

J. Blaauw, oud-hoofdcommissaris van politie in Rotterdam, kan zich niet voorstellen dat de politie de regels van Van Traa als belemmerend zal ervaren. “Die hele doorlaterij van drugs hebben we helemaal niet nodig. Alleen criminelen hebben dat nodig om onder de vlag van de politie de zakken te vullen.” De verruiming van de methoden die zich in de praktijk heeft voorgedaan, is volgens Blaauw niet ingegeven doordat de oude methoden niet meer voldeden. “De georganiseerde misdaad kan gewoon met de klassieke methoden worden bestreden. Observeren, afluisteren, volgen, peilen. De technische mogelijkheden zijn zeer ver. Toen ik begon deden we alles nog met rooksignalen.”

Bovendien is er de klassieke 'tipgever', aldus Blaauw. “Ik ben niet tegen informanten, alleen tegen infiltranten. En je moet informanten niet op de loonlijst zetten. Want dan denken ze: ik word ervoor betaald, ik moet wat leveren. En dan verzinnen ze desnoods zelf wat.” Blaauw begrijpt niet dat de Algemene Christelijke Politiebond (ACP) zich - “in navolging van de minister trouwens” - nog sterk maakt voor de Deltamethode, het 'doorleveren' van drugs zoals het inmiddels opgeheven IRT Noord-Holland-Utrecht deed. “Daarbij sluit de politie een pact met criminelen. Het is natuurlijk een illusie te menen dat als je eerst 100 kilo doorlaat, dan met 1.000 kilo meteen de grote baas meekomt.”

P. Kruizinga, voorzitter van de ACP over de opmerkingen van Blaauw: “Voor tachtig procent heeft hij gelijk. Maar het is wel enkele tientallen jaren geleden dat hij zijn ervaring met recherchewerk opdeed. Sindsdien heeft de drugshandel een buitengewoon grote vlucht genomen.” Kruizinga meent dat de Deltamethode inderdaad uit de hand is gelopen, maar dat Van Traa weer iets te ver doorschiet als hij het doorlaten van drugs geheel wil verbieden. “Wij zijn er nog steeds niet tegen om een spiering uit te werpen om een kabeljauw te vangen.”

Een politieman die een leidende functie bekleedt in de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit en liever niet met zijn naam in de krant wil vindt de voorstellen van de commissie-Van Traa “nog erg vaag”. Hij verwacht dat er, als de politieke wil aanwezig is, binnen een jaar nieuwe wetgeving kan zijn. “En vooruitlopend op de wetgeving kun je met een aantal activiteiten best gewoon doorgaan.”

De aanbevelingen voor gebruik van opsporingsmethoden in het rapport-Van Traa (voor bijvoorbeeld politie-infiltratie en gestuurde informanten zou voortaan toestemming moeten worden gevraagd aan het college van procureurs-generaal, het hoogste orgaan van het openbaar ministerie) vindt hij “leuk”. “Maar we kunnen ook wel zonder. Wij hebben daar sinds een jaar of twee een toetsingscommissie voor met mensen van politie en openbaar ministerie. Dat werkt goed, dat gaat heel snel. Als je eerst al die PG's bij elkaar moet roepen zal het wel wat trager gaan, vrees ik.”