Dikke roofvogels

De folder 'Eten buiten de deur - informatie over wintervoedering van vogels' vindt u bij dierenwinkels en bezoekerscentra. Ook te bestellen bij Vogelbescherming, Driebergseweg 16c, 3708 JB Zeist. Tel. 030-6937700. Hier zijn allerlei voedertafels en -planken te koop, en er is een vogelvriendelijke voorbeeldtuin.

Je hart krimpt als je nu de vogels ziet. De oude merel op het stijfbevroren gazon. De winterkoning, in het laatste avondlicht nog wanhopig op zoek naar wat eetbaars. En, toppunt van zieligheid, het roodborstje met die flinterdunne pootjes in de sneeuw.

Toch hebben lang niet alle vogels het 's winters per definitie slecht. “De roofvogels maken gouden tijden door”, verzekert Nico de Haan van Vogelbescherming. “Veel zangvogels zijn een beetje aangeslagen door de kou en reageren daardoor een fractie van een seconde trager dan anders. Dat maakt precies het verschil uit tussen wel of niet gepakt worden. De roofvogels eten zich in deze tijden dik en rond! Er zitten nou eenmaal altijd twee kanten aan alles wat er in de natuur gebeurt.”

Een drukbezette voedertafel is een tafeltje-dekje voor de sperwer. Daar heeft hij zijn slachtoffers maar voor het uitkiezen. Vooral als die tafel niet op een veilige plek dichtbij struikgewas staat.

“Ook de aaseters maken het goed”, zegt De Haan. “Langs de wegbermen liggen meer verkeersslachtoffers dan ooit.” Meerkoeten bijvoorbeeld grazen nu vlak langs de weg, omdat daar het laatste gras groeit, omdat het daar net iets warmer is. Versuft door de kou worden ze bij bosjes aangereden en de buizerd heeft ze maar voor het oprapen.

Maar trekt de roofvogel zelf zijn sprint ook niet trager dan anders? “Als hij in goede conditie is niet”, zegt De Haan. “Het is echt een misverstand om te denken dat vogels niet tegen kou kunnen. Als ze in goede conditie zijn hebben ze nergens last van. Door hun vet en hun veren zijn ze prima geïsoleerd. Kijk maar naar de eenden die je nu in de laatste wakken in het ijs ziet zwemmen. Die poedelen daar in dat ijskoude water rond alsof er niets aan de hand is. Het enige waar ze mee bezig zijn is elkaar het hof te maken!”

Wie niettemin zijn hart wil laten spreken kan de vogels rond het huis gerust een handje helpen. Een beetje bijvoeren kan in deze tijd helemaal geen kwaad. Het zijn echt niet alleen zieke, zwakke vogels die de lente niet halen. Onder barre weersomstandigheden lopen heel wat overwinteraars gevaar. Een klein zangvogeltje zoals de roodborst verliest in één koude winternacht zo'n 10 procent van zijn lichaamsgewicht. Eén dag niet eten omdat het sneeuwt kan al funest zijn. Zo'n vogeltje heeft zo weinig vetreserves, omdat het in zijn vliegend bestaan op elk grammetje moet bezuinigen. Dus moet het voortdurend blijven eten. Vooral als het koud is, is extra 'brandstof' hard nodig. Maar juist dan is het voedsel schaars en bovendien zijn de dagen kort, zodat er weinig tijd is om het bij elkaar te scharrelen.

Hang dus gerust een pindaslinger op, liefst van ongebrande, ongezouten pinda's. Vetbollen zijn zelf te maken, maar ook kant en klaar te koop. Broodkruimels, gewelde krenten en rozijnen, kaaskorstjes zonder plastic, rot fruit en alle soorten bessen zijn in trek. Verder fijngesneden schillen en klokhuizen, en zonder zout gekookte aardappelen en rijst. Zout voedsel is slecht voor vogels, omdat het tot uitdroging leidt. Ook margarine, die laxerend werkt en zouten en conserveermiddel bevat, moet u nooit geven. Geef een appel als het vriest liever niet in kleine stukjes, maar als één geheel. Onkruidzaden, strooizaad en zonnepitten mogen ook.

Mezen en boomklevers zijn blij met een likje pindakaas aan de boomstam gesmeerd, vooral als het ijzelt en ze geen insekten in de boomschors kunnen vinden. Rozebottels trekken 's winters groepjes groenlingen aan. Voor de lijsters had u hopelijk al ruim op tijd een lijsterbes geplant. En om de grote bonte specht te lokken boort u gaten in een boomstammetje en stopt die vol met vet en zaden.

Voor de hongerige uilen is er uiteraard de muizenhaard. In een stil hoekje achterin de tuin legt u, afgedekt tegen de regen, een bergje stro neer. Regelmatig een handje graan erbij en de muizen verschijnen vanzelf. 's Avonds in het schemerdonker vliegen dan bos- en ransuilen, steenuilen en kerkuiltjes af en aan.

    • Marion de Boo