Britten boos over Europese visie Kohl

LONDEN, 5 FEBR. Britse bewindslieden hebben furieus gereageerd op de uitspraak van de Duitse bondskanselier Kohl dat verdere Europese integratie “een kwestie van oorlog of vrede in de 21e eeuw” is. Ze voelen zich aangesproken door de waarschuwing van Kohl dat “het langzaamste schip niet de snelheid van het konvooi mag bepalen”, hoewel de Duitse regeringsleider het Verenigd Koninkrijk vrijdag in zijn toespraak niet bij naam had genoemd.

Ambtenaren van het Britse ministerie voor buitenlandse zaken noemden de uitspraken van Kohl “arrogant” en “demagogisch”. Commentaren van kabinetsleden waren al even ijzig en verontwaardigd maar diplomatieker getoonzet. “Een konvooi houdt op te bestaan als daarin geen plaats wordt gemaakt voor alle schepen”, verklaarde de Britse minister van buitenlandse zaken, Malcolm Rifkind. “We moeten een structuur vinden waarin alle betrokken landen zich thuis voelen.” Minister van defensie Michael Portillo verdedigde de Britse soevereiniteit door te onderstrepen “dat de nationale staat nog steeds een belangrijke rol heeft te vervullen”. Daarmee reageerde hij op Kohl die Europese eenheid de beste waarborg tegen het oplevend nationalisme had genoemd.

John Redwood, het parlementslid dat zich heeft opgeworpen als aanvoerder van de rechtervleugel binnen de Conservatieve partij, bestempelde Kohls toespraak als “buitengewoon”. Groot-Brittannië moet de landen die het oneens zijn met de Duitse regeringsleider leiden in het verzet, verklaarde Redwood. Hij pleitte er nog eens voor om in het Conservatieve verkiezingsmanifest nadrukkelijk uit te sluiten dat Groot-Brittannië meedoet aan een Europese munt.

Stemmingmakerij. Zo oordeelden Britse regeringsvertegenwoordigers ook over de noodkreten van Jacques Santer, president van de Europese Commissie, en van Jean-Luc Dehaene, de Belgische premier. Santer waarschuwde afgelopen weekend dat Europa geen tweede kans krijgt als de plannen voor een monetaire unie niet doorgaan. En Dehaene zei dat het uitblijven van een monetaire unie tot desintegratie van Europese markt kan leiden.

De regerende Conservatieve partij in Groot-Brittannië komt het juist wel goed uit als de vorming van een Economische en Monetaire Unie per 1999 niet doorgaat, omdat er binnen de Tories grote verdeeldheid over toetreding bestaat. Minister van buitenlandse zaken Rifkind wakkerde vorige week de groeiende twijfel over haalbaarheid van de Europese muntunie nog eens aan door te zeggen dat de Europese munt “in toenemende mate kampt met een geloofwaardigheidsprobleem”.

De voormalige minister van buitenlandse zaken Douglas Hurd, die bekend staat als een groot voorstander van Europese integratie, deed vorige week in de Financial Times een dringend beroep op Duitsland om invoering van de monetaire unie op te schorten. Hij verklaarde dat aanhangers van de Europese eenheid te lang hebben gezwegen over de wenselijkheid van een Europese munt uit angst om xenofobe tegenstanders van integratie in de kaart te spelen. Maar hij stelt vast dat invoering van een Europese munt volgens de huidige tijdsplanning de Europese Unie nog veel grotere schade zou kunnen berokkenen.

    • Dick Wittenberg