Britse politiek in greep van militaire leveranties aan Irak

LONDEN, 5 FEBR. Moet William Waldegrave, de Britse staatssecretaris van Financiën, zijn functie ter beschikking stellen? Kan procureur-generaal Nicholas Lyell ontslag ontlopen? En komen premier John Major en zijn voorganger, Margaret Thatcher, er zonder al te veel kleerscheuren af?

De speculaties worden steeds wilder naarmate de dag dichterbij komt - 15 februari - dat rechter Richard Scott de resultaten van zijn onderzoek bekend maakt naar de rol van de Britse overheid bij wapenleveranties aan het Irak van Saddam Hussein. Op grond van een conceptversie van het Scott-rapport meldde The Sunday Times gisteren dat de positie van Waldegrave heel precair was geworden. In zijn vorige hoedanigheid als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken zou hij het parlement herhaaldelijk hebben misleid. Ook zou hij de onderzoekscommissie hebben voorgelogen.

Maar The Guardian voorspelde vandaag dat de regering produreur-generaal Lyell zal opofferen om het hoofd van Waldegrave te redden. Lyell zou verantwoordelijk zijn geweest voor het achterhouden van ontlastend bewijsmateriaal in een rechtszaak tegen drie ondernemers die van illegale wapenexport werden beschuldigd. Intussen verklaarde de secretaris van de onderzoekscommissie vanmorgen dat alle conclusies op basis van concept-lezingen van het rapport voorbarig zijn, omdat het verslag op het laatst ingrijpend is herzien.

Oppositieleden omschrijven het rapport bij voorbaat als een politieke tijdbom die eens te meer zal demonsteren dat de Conservatieve regering niet te vertrouwen is. Maar veel voormalige bewindslieden die in het verslag worden gehekeld, zoals ex-minister van Buitenlandse Zaken Lord Howe en oud-secretaris van Defensie Alan Clark, spreken over “veel heisa om niets”. Het onderzoek heeft drie jaar in beslag genomen, twee keer zolang als gepland werd, volgens insiders omdat ambtenaren en bewindslieden de voortgang stelselmatig hebben gesaboteerd.

Uit het Scott-rapport blijkt volgens The Sunday Times dat de Britten Irak in de aanloop naar de Golf-oorlog van militair materiaal hebben voorzien. Om dat mogelijk te maken heeft de Britse regering eind 1988 de regels voor leveranties aan Irak versoepeld zonder het parlement daarvan in kennis te stellen. Verontruste parlementsleden kregen juist te horen dat het regeringsbeleid niet gewijzigd was. Zowel de toenmalige premier Margaret Thatcher als John Major, destijds minister van Buitenlandse Zaken, zouden van die misleiding op de hoogte zijn geweest. Ook zouden bewindslieden misbruik hebben gemaakt van hun posities om informatie achter te houden.

    • Dick Wittenberg