Bij Jos Staatsen draait alles om discipline

Voor voorzitter Staatsen van de afdeling Betaald Voetbal van de KNVB is voetbal geen sport, maar een produkt. In zijn visie is het een theatervoorstelling met vijfentwintig acteurs. Het enige nieuwsfeit is de uitslag. Die is niet van te voren vast te stellen.

Verkiezingsavond in Groningen. In ontmoetingscentrum Trefkoel druppelen de uitslagen van de Provinciale Statenverkiezingen binnen. Het is 27 maart 1974. Achter een verlaten D66-kraampje laat een teleurgestelde Staatsen, wethouder in het Groningse college, de voor zijn partij vernietigende uitkomst op zich inwerken. Op een paar zetels na wordt D66 uit de Groningse Staten gestoten. “Dit heeft geen zin meer”, aldus Staatsen tegen een verslaggever uit de regio. “Ik stap over naar de PvdA.” Uiteindelijk heeft die beslissing de wethouder het burgemeesterschap van Groningen opgeleverd.

Mr. A.A.M.F. (Jos) Staatsen (53) houdt deze week voetbalminnend Nederland in zijn greep. Als voorzitter van de afdeling Betaald Voetbal van de KNVB is hij verantwoordelijk voor de beslissing welke zendgemachtigde de voetbalrechten krijgt. De strijd gaat tussen het tv-station Arcade dat sporadisch te ontvangen is, maar wel de dikste portemonnee heeft, en de NOS, die samen met de Holland Media Groep een bod op de uitzendrechten heeft gedaan dat enkele tientallen miljoenen guldens lager ligt.

Staatsen verdient als voorzitter van de afdeling Betaald Voetbal van de Koninklijke Nederlandsche Voetbalbond geen cent. Officieel besteedt de interimmanager als vrijwilliger twee dagen in de week aan de bond met een miljoen leden. Onder de onbezoldigde leiding van Staatsen is de KNVB de afgelopen drie jaar geprofessionaliseerd en een commercieel bedrijf geworden. Staatsen heeft het dan ook niet langer over de 'sport' voetbal, hij spreekt liever over het 'produkt' voetbal. “Voetbal is te vergelijken met een theatervoorstelling. De wedstrijden zijn door de KNVB in scène gezet. De spelers zijn de acteurs. En omdat de uitslag niet te beïnvloeden is, is alleen de afloop een nieuwsfeit. Dat produkt is een hoop geld waard”, zei Staatsen, doelend op de televisierechten, vorige maand op een discussiebijeenkomst in Den Haag

Het is Staatsen naar eigen zeggen echter niet alleen om het geld te doen. Het produkt moet zo goed mogelijk worden overgebracht. De KNVB stelde een dik bidbook samen met eisen waaraan voetbalprogramma's moeten voldoen. Het aantal camera's, het tijdstip van uitzending, het herhalen van zware overtredingen; als het aan de KNVB ligt wordt er in de onderhandelingen over de rechten ook over deze zaken gesproken. De bond liet onderzoeken of hij die eisen wel kan stellen. De hoogleraren M.L. Snijders en G.A.I. Schuijt kwamen tot de conclusie dat de KNVB er beter aan doet dat na te laten. Staatsen intepreteert dat advies op zijn eigen manier: “Wij schrijven niets voor, wij maken afspraken in een contract.”

Het is niet de eerste keer dat Nederland over de schouder van de KNVB-voorzitter meekijkt. November 1993. Staatsen had zich krap zes maanden een weg gezocht door de - volgens ingewijden - 'jungle die de KNVB heet', of Cruijff moest worden gecontracteerd als bondscoach van het Nederlands elftal.

Met Staatsen aan het bestuurlijke roer en Cruijff op het veld, zou Oranje in de Verenigde Staten een gooi doen naar het wereldkampioenschap. De contracten lagen klaar, alleen de handtekeningen ontbraken nog. Staatsen reisde in zijn eentje af naar Spanje en had op 23 november 1993 een langdurig onderhoud met Cruijff. De bestuurder pur sang - die als burgemeester van Groningen wel eens een wedstrijd van de plaatselijke FC bezocht - ging op bezoek bij het 'voetbaldier' in Barcelona. “Dat werkte dus niet”, vonden enkele achtergebleven KNVB-bestuurders, “Staatsen koos de zakelijke benadering in een wereld vol emoties.”

T. Aalbers was destijds de penningmeester van het sectiebestuur. “Ik heb er toen ook voor gestemd om niet met Cruijff verder te gaan. Persoonlijk denk ik dat het beter was geweest als Staatsen niet alléén naar Barcelona was gegaan, er had ook een 'voetbalman' mee gemoeten. Maar uiteindelijk zorgde de falende communicatie tussen de advocaten voor een breuk”, meent Aalbers nu.

De affaire leverde Staatsen naast landelijke bekendheid zowel hoon als loftuitingen op toen niet Cruijff, maar Advocaat tot bondscoach werd benoemd. Zelf beschouwde hij de mislukte missie niet als een nederlaag. In NRC Handelsblad zei Staatsen toen: “Na mijn gesprek met Cruijff was ik ervan overtuigd dat het rond zou komen. Maar daarna kwam zijn advocaat met hele andere dingen op de proppen dan ik met Cruijff had besproken. Ik weet zeker dat de persoon Cruijff graag bondscoach had willen worden, maar de BV Cruijff wilde het niet.”

Als de advocaat van Cruijff even had gebeld naar bestuurders die Staatsen nog van zijn Groningse tijd kenden, zou hij te horen hebben gekregen dat onderhandelen met Staatsen een slag anders gaat dan gebruikelijk in de voetbalwereld. Bij hen staat een beeld in het geheugen geëtst van een man die gruwt van details, snel wil beslissen en waarmee niet meer te onderhandelen valt nadat hij het eerste bod heeft gedaan. “Het is een harde bestuurder die weet wat hij wil”, kwalificeert voorzitter J. Wallage van de Tweede-Kamerfractie van de PvdA Staatsen, met wie hij in de Groningse gemeenteraad zat en in het college van B en W. “Mensen die hem oppervlakkig kennen”, zegt burgemeester B. Wilpstra van Zuid-Laren, “denken dat Staatsen een aarzelende man is door zijn zachte, bijna verlegen manier van spreken. Daardoor laat hij zelden een grote indruk achter. Maar in wezen is hij keihard, zeker als aan de andere kant van de tafel 'geneuzeld wordt', zoals hij dat zegt. Dan krijgt hij narrige trekjes, gaat kordater spreken, maar tot een uitbarsting heb ik het nooit zien komen.”

De kwalificaties die de gemeente Groningen halverwege de jaren tachtig had bedacht voor haar nieuwe burgemeester lijken tegengesteld aan de typeringen van oud-collega's van Staatsen. De eerste burger van Groningen mocht zich niet met de inhoudelijke kant van het gemeentebeleid bemoeien en vooral een keurige representant van de stad zijn. Dat de nieuwe burgemeester zowel zijn ankers in Den Haag als in Groningen had, werd als een handige prae gekwalificeerd.

Vast stond dat alleen een PvdA'er kans zou maken. De Groningse PvdA-top zette in op 'de twee Wimmen', maar Wim Kok wilde zijn handen vrijhouden voor de landelijke politiek en Wim Meijer, nu Rabobank-topman, werd geblokkeerd door het landelijke bestuur van zijn eigen partij. Staatsen, toen net twee jaar directeur-generaal binnenlands bestuur op het ministerie van Binnenlandse Zaken, was derde keus en werd aanvankelijk niet als een serieuze kandidaat gezien. Pikant was dat de dg zijn minister, K. Rietkerk, adviseerde over de benoemingen van burgemeesters. Deze besloot op 21 juni 1985 Staatsen te benoemen tot burgemeester van Groningen. “Zijn binnenkomst was niet echt hartstochtelijk”, herinnert toenmalig PvdA-wethouder Y. Gietema zich. “Hij zat er al acht weken en had nog geen woord met me gewisseld. Toen ben ik hem maar eens een hand gaan geven.” Staatsen ontpopte zich in weerwil van het voor zijn benoeming opgestelde profiel, tot een inhoudelijk bestuurder. Dat zette nogal eens kwaad bloed in het college en resulteerde in een gevariëerde reeks van conflicten.

Zo was er in 1988 de benoeming van de hoofdcommissaris van de Groningse politie. Staatsen wilde graag N. van Helten uit Leeuwarden naar Groningen laten komen als opvolger van de naar Amsterdam vertrokken E. Nordholt. Dit stuitte op veel verzet en Staatsen benoemde zonder enige ruggespraak A. Woltjer. Het college voelde zich gepasseerd. “Op zich is het een taak van de burgemeester om dat soort benoemingen zelf te doen”, zegt Gietema. “Maar het kenmerkt de man. In het algemeen deed Staatsen veel op eigen houtje. Hij was in zichzelf gekeerd en had een egocentrische houding.”

Begin 1989 speelde het 'dienstauto-incident' dat tot ergernis van Staatsen zijn stad zelfs in het buitenland in discrediet heeft gebracht. Het college wilde dat de burgemeester in een stoplichtrode auto met stadswapen zou gaan rijden zoals alle auto's van de gemeente waren uitgevoerd. “Dat verdom ik”, zei Staatsen en zijn tegenstanders (lees: zijn wethouders) grepen die weigering dankbaar aan om op te blazen tot bizarre proporties. Na zeer veel aandacht in de media verzon het college een compromis: er kwamen twee goedkopere auto's, een rode voor de wethouders en een onopvallende blauwe voor Staatsen.

In 1990 vond de ontruiming van het gekraakte Wolters Noordhoff-complex plaats en Staatsen greep zijn bevoegdheden als burgemeester volgens zijn wethouders wel erg dankbaar aan om wederom solo op te treden. “Het is nu oorlog”, zei Staatsen in de televisiecamera's, terwijl traangaswolken in de stad hingen. De wethouders zaten verbijsterd voor de televisie.

Tweede-Kamerlid J. Rijpstra (VVD) was van 1988 tot 1991 Gronings gemeenteraadslid. “Staatsen zat als burgemeester klem tussen PvdA-wethouders als Van de Vondervoort, Zunderdorp en Gietema. Hij paste niet binnen de PvdA, daar is hij als burgemeester een beetje op afgeknapt. Met een verleden als D66'er had hij niet de echte PvdA denkwijze”, aldus Rijpstra.

“Groningen is een wethouder-stad”, heeft oud-wethouder Wallage geconcludeerd, “en Staatsen was dat daar al eens geweest. Hij is een doener, maar moest zich schikken in een rol als wethouder-met-een-sjerp. Dat botste met al die andere doeners. Met dat verschil dat zíj gekozen waren en Jos benoemd.”

Staatsen, wiens gemiddelde dienstverband vier jaar duurt, snakte naar het einde van zijn zesjarige ambtsperiode. “Ik heb de beperkingen van het ambt onderschat”, zei hij in een afscheidsinterview in het Nieuwsblad van het Noorden. Staatsen had behoefte aan een nieuwe uitdaging, hij voelt zich het beste wannneer hij als pionier veranderingen kan doorvoeren. Bij verschillende gelegenheden had hij bovendien blijk gegeven van affiniteit met het bedrijfsleven.

Staatsen komt uit een groot katholiek Utrechts ondernemersgezin. Hij studeerde nog in Utrecht toen zijn vader, eigenaar van een wasserij, overleed. De 22-jarige rechtenstudent werd geen tijd gegund om het verlies te verwerken; hij kreeg meteen de verantwoordelijkheid voor zijn vaders bedrijf, dat hij kort daarna saneerde. Daarop vervolgde Staatsen zijn rechtenstudie in Groningen. “Toen Jos in Groningen kwam had hij wel andere dingen aan zijn kop”, zeggen zijn Groningse studievrienden nu. “Het overlijden van zijn vader en de verantwoordelijkheid voor de wasserij hebben hem gehard en hem vroeg volwassen gemaakt.” Ze menen dat Staatsen nu de 'perfecte baan' heeft en doelen daarbij op zijn directeurschap van het Amsterdamse managementbureau Boer & Croon Group.

Sinds 1991 is Staatsen daar interimmanager en moet hij lokale overheden uit de brand helpen die in een crisis zijn verzeild geraakt. Eind vorig jaar was het Zaanstad, waar een vertrokken gemeentesecretaris voor een acute crisissituatie zorgde. Vandaag de dag is het Emmen, waarvoor hij samen met politiek zwaargewicht E. van Thijn, voormalig burgemeester van Amsterdam, inventariseert waarom het Emmens college niet naar behoren functioneert.

Collega J. Engelen werkt nauw met Staatsen samen: “Hij wil dat je hem kernachtig vertelt wat de problemen zijn. Als je dat niet kunt dreigt hij weg te lopen. De gesprekspartner verstijft dan even, maar wordt wel gelijk gedwongen om tot de kern te komen.” De baan is de analytisch ingestelde en 'onrustige doelgerichte' Staatsen op het lijf geschreven, menen bekenden. In hun ogen verklaart dat ook zijn jawoord in 1993 aan de KNVB, waar hij zijn bestuurlijke kwaliteiten aan een groter publiek kon tonen. K. Jansen beheerde onder het bewind van Staatsen twee jaar lang de portefeuille technische zaken. “Staatsens eerste voornemen was om af te komen van de vergadercultuur die binnen de KNVB heerste.” Hij hanteert twee standaardregels tijdens vergaderingen: maximum vergadertijd is twee uur en roken is verboden. Discipline, daar draait het bij Staatsen om. “Als iemand zich niet op de juiste wijze manifesteert, dan kan hij keihard zijn”, zegt Jansen. Toen Aalbers vorig jaar terugtrad uit het sectiebestuur nadat een secretaresse hem beschuldigd had van aanranding, reageerde Staatsen koel. “Hij heeft me welgeteld nog één keer gebeld. Dat was een gesprekje van nog geen twee minuten, dat heeft me wel teleurgesteld”, zegt Aalbers.

Een herkenbaar beeld voor oud-collega Wallage: “He doesn't take fools lightly, dat is Jos.”

    • Koen Greven
    • Robert Giebels