We moeten Rusland tarten noch paaien

In de Europese Unie willen de meeste landen, waaronder Nederland, uitbreiding van de NAVO naar het Oosten èn toetreding van Rusland tot Raad van Europa. Frits Bolkestein acht op dit moment geen van beide initiatieven opportuun.

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 heeft Rusland nu de kleinste omvang sinds Katharina de Grote. Niettemin is het nog steeds veruit het grootste land van Europa en in militair opzicht potentieel ook het machtigste.

Voor de Europese Unie zal het dan ook altijd van vitaal belang zijn in haar optreden jegens Rusland het juiste evenwicht te vinden. Geen provocatie, maar ook geen appeasement. Nodig is een constructieve houding, maar dan wel gebaseerd op zeer zakelijke quid pro quo overwegingen.

Twee zaken trekken thans de aandacht: de uitbreiding van de NAVO en het Russische lidmaatschap van de Raad van Europa. De meeste lidstaten van de Europese Unie - waaronder Nederland - willen zowel het een als het ander. Het is de vraag of dat verstandig is.

De Nederlandse opstelling zal altijd moeten berusten op een eigen analyse van de rol van de NAVO en van de Raad van Europa in het Europese krachtenveld.

Eerst de uitbreiding van de NAVO. Het gaat hier om een hartewens van de Oosteuropese staten. Zij voelen zich in een veiligheidsvacuüm en zoeken rugdekking tegen de Russische beer. Die wens is begrijpelijk, hoewel Wit-Rusland en vooral Oekraïne belangrijke bufferstaten zijn en de veiligheid van de Oosteuropes landen nu niet wordt bedreigd. Het zwakke optreden van het voormalige Rode Leger in Tsjetsjenië heeft laten zien dat deze gewapende macht - althans op conventioneel gebied - geen evenknie meer is van de strijdkrachten van de NAVO die met technologisch hoogontwikkelde wapens zijn uitgerust.

De noodzaak tot uitbreiding van de NAVO bestaat dus niet. Bovendien: mocht de nood ooit aan de man komen, zouden de Westeuropese bondgenoten dan bereid zijn de militaire bijstandsverplichting vervat in artikel 5 van het NAVO-verdrag prompt na te komen? Is de Koninklijke Landmacht, als het erop aankomt, voornemens snel op te marcheren om de rivier de Boeg - de grens tussen Polen en Wit-Rusland - te verdedigen?

De werkelijkheid is dat de Oosteuropese landen aan hun NAVO-lidmaatschap veel minder veiligheid zullen kunnen ontlenen dan de Westeuropese bondgenoten, ook omdat een nucleaire garantie niet in de bedoeling ligt. Bovendien zal hun toetreden onvermijdelijk van invloed zijn op de hechtheid van het bondgenootschap. Immers, hoe meer landen toetreden, des te moeizamer de besluitvorming. De kans is dus groot dat de hele NAVO verwatert. Willen wij dat?

De NAVO is nooit een bedreiging voor de Sovjet-Unie geweest. Zij is dat ook nu niet voor Rusland. Maar dit betekent niet dat wij geen oog zouden moeten hebben voor de in Moskou heersende perceptie. Daar wordt de NAVO gezien als een geïntegreerde vechtmachine, waar men wel degelijk beducht voor is. In politiek-psychologisch opzicht is Rusland de ineenstorting van de Sovjet-Unie nog lang niet te boven. De Russische leiders zinnen dan ook op manieren om het 'nabije buitenland' (de republieken die vroeger deel van de USSR uitmaakten) weer onder controle te brengen. Uitbreiding van de NAVO zal die neiging versterken. Verwacht mag worden dat Moskou vooral de druk op Oekraïne sterk zal opvoeren. Het is twijfelachtig of dat land de druk zal kunnen weerstaan. NAVO-expansie zal de 'Lager-mentaliteit' evenzeer aanwakkeren als het Versailles-verdrag in Duitsland heeft gedaan.

Daarbij komt dat de Europese Unie op een aantal terreinen Moskou nodig heeft. Bij voorbeeld bij de handhaving van het bestand in Bosnië, bij het voorkomen van de levering van kernwapens aan Iran, en bij de uitvoering van de ontwapenings-overeenkomsten (CFE-verdrag en Start-2). Wat dit laatste betreft, heeft minister Gratsjov al gezegd dat het Westen dit in geval van een NAVO-uitbreiding wel kan vergeten. Dat is een dreigement dat wij niet zomaar kunnen negeren.

Kortom: little upside gain, big downside risk. Wij moeten ons ook niet latenmisleiden door de politiek van de regering-Clinton. In de eerste plaats is die all sail and no anchor. In de tweede plaats is zij onevenredig beïnvloed door de ethnic vote, vooral de Pools-Amerikaanse lobby. Uitbreiding van de NAVO is welbeschouwd een riskante provocatie die voorshands onnodig is.

Laten de Oosteuropese landen gewoon doorgaan met het Partnership for Peace programma. Dat is door Rusland aanvaard en dat is voor nu voldoende.

Nu Ruslands lidmaatschap van de Raad van Europa. Die Raad is een weliswaar niet zo opvallende, maar toch waardevolle organisatie. Zijn opdracht is het beheren van het culturele erfgoed van Europa en de bescherming van de rechten van de mens.

De belangrijkste activiteit van de Raad van Europa is het waarborgen van de naleving van het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Alle lidstaten zijn verplicht de beslissingen van het Hof voor de Mensenrechtren na te leven. In de praktijk heeft het Hof bewezen grote invloed te kunnen uitoefenen op de kwaliteit van de rechtspleging in West-Europa.

De effectiviteit van het Hof staat of valt met de nauwgezette naleving van de in het EVRM vervatte mensenrechten. Toen die na de staatsgreep van de Griekse kolonels in 1967 niet meer was gewaarborgd, is Griekenland er op instigatie van Max van der Stoel uitgeknikkerd.

Na het neerhalen van het IJzeren Gordijn is een groot aantal Oosteuropese landen toegelaten. Men kan zich afvragen of dat verstandig is geweest. Vooral moet worden getwijfeld aan de wijsheid van het als lid aanvaarden van Roemenië in 1993. Dat land was toen, gelijk ook nu, géén democratische rechtsstaat. Maar Rusland is door zijn omvang en potentiële macht een geval apart.

Hoe moet nu het Hof functioneren als de meeste leden afkomstig zijn uit landen waar rechters enkel in naam onafhankelijkheid bezitten? Zal het gezag van het Hof niet tanen als blijkt dat zijn beslissingen steeds vaker worden genegeerd? Dat laatste zal negatief uitwerken op de bereidheid tot naleving van de landen die in beginsel wel vatbaar zijn voor de morele druk die uitgaat van de beslissingen van het Hof.

Rusland heeft een slechte reputatie op het gebied van de rechten van de mens. Het treedt op brute wijze op in Tsjetsjenië. In juni zijn er presidentsverkiezingen. Niemand weet wie die verkiezingen zal winnen.

Het argument van Jeltsin is: laat Rusland toe, anders krijgen de anti-democratische krachten de wind in de zeilen. Dat is een standaard dreigement dat ook tijdens de kruisvluchtwapen-discussie werd gebezigd: doe wat ik wil, anders gebeurt er iets verschrikkelijks. Maar wij moeten ons niet laten intimideren. Welk signaal wordt door de Russische toetreding gegeven? Dat Moskou zijn gang kan gaan. De Raad van Europa wordt hiermee volstrekt gedevalueerd.

Met 164 tegen 34 stemmen heeft de Parlementaire Assemblée van de Raad vorige week ingestemd met Ruslands toetreding. Het is dus bijna een beklonken zaak. Binnenkort zullen de Permanente Vertegenwoordigers met eenparigheid van stemmen moeten besissen. Daarna zal in maart het Comité van Ministers een definitief besluit moeten nemen. Nederland en gelijkgezinde landen kunnen hier wel degelijk invloed uitoefenen. Misschien kan minister Van Mierlo nog een uiterste poging doen om de toelatingsbeslissing tot na de Russische verkiezingen uit te stellen.

Toelating van Rusland zou onomkeerbaar zijn. Niemand zal Rusland de wacht durven aanzeggen, zoals Max van der Stoel dat indertijd met Griekenland heeft gedaan. Griekenland is klein: daar durft men wel tegen optreden. Zo was het ook met de boycot van Zuid-Afrika in de jaren tachtig.

Zoals wel vaker, is hier ook sprake van een prealabel vergelijk tussen Duitsland en Frankrijk. Kohl wil zo snel mogelijk Polen, Tsjechië en Hongarije onderdak brengen bij de NAVO. Daarom wil hij Rusland met het lidmaatschap van de Raad van Europa gunstig stemmen. Maar wie de uitbreiding van de NAVO afwijst - en in Duitsland zijn er vele gezaghebbende stemmen die dat doen - hoeft dat lidmaatschap ook niet als doekje voor het bloeden aan de Russen te geven. De Fransen lijken vooral gecharmeerd van het typisch Europese karakter van de Raad. Zij zien deze organisatie als onderdeel van een 'nieuwe Europese veiligheidsarchitectuur', waar zij zonder de Verenigde Staten met de Russen aan tafel kunnen zitten. Maar wie geen last heeft van het Franse anti-Amerikanisme, hoeft ook daar niet aan mee te doen.

Het politieke leven in Rusland heeft een volstrekt eigen dynamiek. Het is dan ook een illusie te denken dat de Russische toetreding tot de Raad de uitslag van de komende presidentsverkiezingen zou kunnen beïnvloeden. Tegelijk zijn de gevaren voor de toekomst van deze organisatie reëel: het politieke gewicht van een weerspannig Rusland zal gaandeweg de geloofwaardigheid van de Raad schaden en zijn functioneren ontwrichten. Wat dat betreft vormen de opmerkingen van de Russische delegatieleider in Straatsburg, Loekin, een veeg teken. Zo vroeg hij zich openlijk af of de regels en aanbevelingen van de Raad zich wel verdragen met het gezond verstand en de Russische werkelijkheid!

Mijn slotsom is tweeërlei. In de eerste plaats is de uitbreiding van de NAVO tot de grenzen van de voormalige Sovjet-Unie een provocatie van Rusland die geen enkel nuttig effect zal sorteren. Ten tweede gaat het niet aan het buitensporige Russische geweld in Tsjetsjenië te legitimeren door Rusland toe te laten tot de Raad van Europa.

De behoedzaamheid gebiedt ons noch het een, noch het ander te doen. Rusland niet nodeloos tarten, maar dat land evenmin een kwaliteitsmerk geven zolang de vereiste kwaliteit ten enen male ontbreekt.

    • Frits Bolkestein