Relevante polispunten

Het lukt de verzekeringswereld niet altijd om haar evangelie duidelijk over te brengen op het volk. In een televisiefilmpje rekent een filmster haar vriendin voor dat deelnemen in een beleggingsfonds van haar verzekeraar meer oplevert dan sparen: “17,3 procent over de afgelopen vier jaar, belastingvrij”. Dus 4,3 procent per jaar, gemiddeld. Dat is niet bijzonder hoog, want enkele andere fondsen komen dik boven de 10 procent en de gulste spaarbanken bieden meer dan 4,5 procent; belastbaar.

Een lezeres uit Breda is bijzonder boos op haar bank/tussenpersoon en verzekeraar, waar ze begin vorig jaar een lijfrentekapitaalverzekering afsloot. De jaarpremies van 1.500 gulden mag ze van haar belastbare inkomen aftrekken. Daarom moet ze met het opgebouwde kapitaal op de einddatum een lijfrente kopen en daarover inkomstenbelasting betalen. De fiscus geeft en neemt. Mevrouw mag, via die verzekeraar, de premies beleggen in enkele beleggingsfondsen met beursnotering en loopt zelf het beleggingsrisico.

De blijdschap over de nieuwe polis, een aanvulling op haar pensioen, slaat om in woede als uit het eerste beleggingsoverzicht blijkt dat haar tegoed gedaald is. “Klopt”, zegt de bank, “de fondsen zijn in waarde gedaald.” De koersen in de krant en de opgebelde verzekeraar weerspreken die mededeling.

De verzekeraar bevestigt het telefoongesprek in een brief met deze strekking. “In folders en handleidingen melden wij de hoogte van de kosten. In de polisvoorwaarden staan deze expliciet genoemd. Onze inhoudingen voor acceptatiekosten, poliskosten en provisie tussenpersoon zijn lager dan die van andere verzekeraars. Wij laten onze kosten zien, anderen doen dat niet. In het eerste jaar wordt 85 procent van de premie belegd. In de jaren daarna 94 procent. Per maand rekenen we 8 gulden incassokosten, wijzigen beleggingsmix en gratis (wèl voor rekening verzekerde, A.H.) eenmaal per jaar overhevelen van het tegoed van het ene naar het andere beleggingsfonds.”

Door die 8 gulden per maand bedragen de kosten per 1.500 gulden premie 21,4 procent en daarna 12,4 procent per jaar. Is de woede van mevrouw terecht? Ja. De folder van het plan en tevens aanmeldingsformulier gaat uitvoerig in op belastingvoordelen, maar niet op het verschil tussen de betaalde en belegde premie. Is er nog wat aan te doen, vraagt mevrouw. Liefst ziet ze “een pressiegroep tegen deze praktijken” of haar rechtsbijstandverzekeraar op de barricaden. Dat zal niet helpen. Een polis is een contract tussen verzekeraar en verzekeringnemer. Het ligt voor de hand dat de verzekeringnemer de voorwaarden vóór het ondertekenen van het aanmeldingsformulier bestudeert en eventueel besluit met een andere levensverzekeraar in zee te gaan als deze niet bevallen. Maar in de praktijk handelen verzekerden zelden zo bedachtzaam.

Mevrouw zou haar woede om meer dan één reden beter kunnen richten op de bank. Die treedt namelijk op als haar vertegenwoordiger en wordt betaald via de voornoemde inhouding op de premie. Het is de taak van een zelfstandige tussenpersoon (een loondienstagent werkt maar voor één maatschappij) om een opdrachtgever in contact te brengen met de beste maatschappij, binnen de voorliggende opdracht en misschien zelfs rekening houdend met zijn of haar persoonlijke omstandigheden. Daarbij moet een tussenpersoon zijn opdrachtgever informeren over de relevante punten van een voorstel, waaronder de kosten. In dit geval verschuilt de bank zich achter de verzekeraar en laat die de klacht afhandelen.

Gefundeerd klagen bij de bank kan helpen. Wanneer de bank de boot afhoudt (dat zal deze zeker doen om geen precedent te scheppen), moet een andere instantie zich over de klacht buigen. Maar welke? Dat kan ze overleggen met de Vereniging Consument & Geldzaken (020-6 84 90 55) of de Consumentenbond (070-4 45 45 45).

Heeft klagen tegen die machtige banken en verzekeraars enige zin? Ja. Eén hardnekkige Belgische voetballer is er in geslaagd het transfersyteem in de voetballerij, een wereld vol machtige organisaties, om zeep te helpen. In het Verenigd Koninkrijk zijn aanbieders van financiële produkten sinds 1 januari 1995 verplicht alle relevante feiten, waaronder de eigen provisie, op een formulier met key features te vermelden. Wie verzekeringen/beleggingsplannen wil vergelijken, kan zich beperken tot die punten en hoeft zich niet door een berg financieel-literair proza heen te worstelen.

Welke alternatieven heeft de Bredase? Bijvoorbeeld dit. Rechtstreeks op de beurs, dus niet via een verzekering, deelnemen in de beleggingsfondsen die de verzekeraar aanbiedt. Of, nog beter, geld stoppen in de best renderende beleggingsfondsen van de beurs. Je mist dan weliswaar de belastingaftrek en vrijstelling van vermogensbelasting (de enige verkoopargumenten van de verzekeraar, in dit voorbeeld), maar je beschikt altijd over je vermogen, bent nooit verplicht om een lijfrente te kopen en daar inkomstenbelasting over te betalen. Zelfs inkomstenbelasting over koerswinsten die je bij eigen beheer niet hoeft te betalen. De fiscus geeft en wil dat een keer terugnemen. Daarom staan die eenvoudige lijfrenteverzekeringen stijf van de wettelijke regels.

    • Adriaan Hiele