Post vreest verlies miljoenenomzet

DEN HAAG, 3 FEBR. PTT Post vreest honderden miljoenen guldens omzetverlies per jaar als het gedwongen wordt uit te zoeken namens wie grote klanten vervoersovereenkomsten met het postbedrijf willen afsluiten.

Dat betoogde gisteren mr. M.J. Faro, namens Koninklijke PTT Nederland (KPN) en dochterbedrijf PTT Post, in kort geding voor het College van beroep voor het Bedrijfsleven in Den Haag. KPN procedeerde daar tegen het verbod dat minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) vorig jaar, door middel van een aanwijzing, uitsprak tegen de zogenoemde 'Otto-constructie'.

PTT Post gebruikt deze juridische vondst sinds 1982 om vervoer voor postorderbedrijven tegen grote kortingen en vrijgesteld van BTW te verrichten. Post concurreert met andere transportbedrijven door forse tariefkortingen op postorderzendingen te geven. Door de klanten van die postorderbedrijven formeel tot opdrachtgever te laten bestempelen meent Post, op grond van de uit de Postwet voortvloeiende vervoerplicht, geen BTW te hoeven berekenen. Transportbedrijven, die wel 17,5 procent BTW moeten berekenen, betichtten PTT Post van concurrentievervalsing en vonden daarbij Jorritsma aan hun zijde.

Volgens de minister is eten van twee walletjes uitgesloten: het is òf concurreren met kortingen, of tegen standaardtarieven BTW-vrij diensten verrichten. PTT Post mocht geen nieuwe contracten naar 'Otto-model' afsluiten en kreeg tot september 1996 om die keuze te maken.

Faro noemde als consequentie van de ministeriële aanwijzing dat Post niet alleen postorderbedrijven anders zal moeten behandelen, maar dat het ook met andere grote zakelijke klanten - als onderzocht dient te worden voor wie ze optreden - moet gaan ruziën over de vraag met wie de vervoersovereenkomst wordt gesloten. Grote klanten hebben daar geen zin in, aldus Faro, wat PTT Post “een omzetverlies van honderden miljoenen” kan bezorgen.

Inmiddels loopt een bodemprocedure tegen de staat waarin KPN en PTT Post de aanwijzing aanvechten. In kort geding eisten ze op de oude voet te mogen doorgaan, omdat PTT Post “ernstig wordt gehandicapt in contacten met nieuwe klanten en bij het verlengen van bestaande contracten”.

In hetzelfde geding eiste Nedlloyd-dochter Selektvracht van de Staat juist onmiddellijk effectuering van Jorritsma's verbod. Als Post met de Otto-constructie onrechtmatig handelt, is uitstel niet gerechtvaardigd, stelde mr. A.J. Braakman namens Selektvracht. Volgens hem dreigt zijn cliënt Nederlands grootste postorderbedrijf, Wehkamp, als klant te verliezen. In het verleden was Wehkamp bereid de tarieven van Selektvracht inclusief BTW voor lief te nemen omdat de service beter was dan die van PTT Post. Nu de serviceverschillen geringer zijn geworden vindt Wehkamp het prijsverschil van 3 miljoen gulden te groot. Verlies van Wehkamp zou Selektvracht 54 procent van zijn omzet kosten en kan tot faillissement van de vervoerder leiden, aldus Braakman.

De landsadvocaat, mr. E.J. Daalder, vond de eisen van KPN en Selektvracht niet terecht. KPN moet contracten die in strijd met de wet zijn aanpassen, zei hij, en een periode daarvoor tot september is redelijk.

Rechtbankpresident mr. B. van Wagtendonk doet aanstaande vrijdag uitspraak.