Plan Ziektewet staat haaks op Regeerakkoord

Wie via het Buitenhof van de Tweede naar de Eerste Kamer loopt passeert enorme citaten uit de Grondwet, zoals: “Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook is niet toegestaan.”

Nu is er eind 1995 van de Tweede naar de Eerste Kamer een wetsvoorstel gekomen - de privatisering van de Ziektewet - waarvan alom verwacht wordt dat het juist discriminatie zal bevorderen, en wel van mensen met gezondheidsproblemen. Uit onderzoek van het College voor Toezicht op de Sociale Verzekeringen blijkt dat dergelijke discriminatie van (potentiële) werknemers sterk is toegenomen, zowel 'aan de poort' als tijdens het dienstverband en bij reïntegratie. Dat komt vooral door de beperkte privatisering van de Ziektewet uit 1994. Kleine bedrijven werden toen verplicht het loon van zieke werknemers 2 weken door te betalen, grote bedrijven 6 weken (Wet TZ).

In plaats van eerst manieren te zoeken om deze discriminatie tegen te gaan wil het kabinet die eigen-risico-periode van 2/6 weken nu uitbreiden naar 52 weken. De coalitiepartijen steunden het voorstel, met als enige toezegging een evaluatie. Dat suggereert dat er nog een weg terug zou zijn, maar betrokken adviesorganen achten afschaffing van de Ziektewet nagenoeg onomkeerbaar.

Genoemde en tal van andere bezwaren leven ook in de Senaat, in de PvdA-fractie zelfs zozeer dat deze unaniem tegen het wetsvoorstel is. Deze onverwachte boodschap leidde tot afkeurende, disciplinerende reacties van de collega-fractievoorzitters van de coalitiepartijen in het parlement. Zij beriepen zich daarbij op het Regeerakkoord en speculeerden op een kabinetscrisis.

Nu zou het voor 'paars' wel een testimonium paupertatis zijn om met een machtswoord een zielloos ja te moeten afdwingen voor wat wel het hart van het Regeerakkoord wordt genoemd. Voor een kabinet dat in dialoog met de samenleving wil regeren moet het bovendien nog pijnlijker zijn, dat het wellicht een politiek draagvlak voor de WULBZ afdwingen kan, maar geen maatschappelijk draagvlak: werkgevers, werknemers, adviesorganen, artsen- en patiëntenorganisaties en zelfs verzekeraars zijn ertegen.

Radioprogramma's konden geen verdedigers vinden behalve woordvoerders van de enige partij die de WULBZ echt steunt, de VVD. Vorige week riepen tweehonderd medisch hoogleraren de Senaat op de wet te verwerpen, vooral omdat deze de toegankelijkheid van het arbeidsproces voor mensen met een gezondheidsprobleem ernstig zal belemmeren. Tenslotte werd op het Congres 'De toekomst van de sociale zekerheid', in aanwezigheid van vele kopstukken, de WULBZ gekraakt, zonder dat iemand het ervoor opnam, behalve de Kamerleden Van Hooff (VVD) en Adelmund (PvdA) - de laatste met een beroep op, alweer, het Regeerakkoord.

In het betreffende document zelf zoekt men echter tevergeefs naar de begrippen 52 weken en privatisering van de Ziektewet. Er wordt alleen gesproken over privatisering bij de Ziektewet, wat ook een eigen-risicoperiode kan betekenen voor 2, 6, 13 of 26 weken.

Evenmin verzet het Regeerakkoord zich tegen een stapsgewijze benadering, op geleide van goede evaluatie van eerdere ervaringen, zoals alle betrokken organisaties en adviesorganen aanraden. Wèl staat er: “Het spreekt voor zich dat de positie van chronisch zieke werknemers [...] bijzondere aandacht behoeft.” Dat pleit eerder tégen de 52-weken-variant, vooral gezien het krachtige pleidooi voor arbeidsparticipatie, dat de harde kern vormt van het Regeerakkoord.

Voorts wordt het recht van werkgevers benadrukt “om voor alle werknemers (zonder selectie) een betaalbare verzekering [...] te kunnen afsluiten”. Is dat handhaafbaar bij particuliere verzekeraars, die het juist moeten hebben van risicoselectie? Ze wijzen acceptatieplicht af en mogen van het kabinet gezondheidsverklaringen gaan hanteren.

Tenslotte bepleit het Regeerakkoord een sterkere poortwachtersfunctie van de huisarts. Maar de WULBZ zal leiden tot voorrangsbehandeling voor werknemers via bedrijvenpoli's, buiten de huisarts om. Zo dreigt een tweedeling in de gezondheidszorg.

De verrassende conclusie is dan ook dat het Regeerakkoord eerder noopt tot verwerpen dan tot aannemen van de WULBZ! Het biedt bovendien ruimte voor alternatieven.

Opmerkelijk is dat staatssecretaris Linschoten (Sociale Zaken) schriftelijke vragen van de Senaat hierover onbeantwoord laat - net als trouwens tal van andere vragen. Opmerkelijk is ook zijn inconsistente reactie op de “belangrijke vraag [...] waarom met dit wetsvoorstel zoveel spoed gemoeid is, en waarom niet eerst de effecten van met name de Wet TZ, maar ook de vele andere wettelijke maatregelen van de laatste jaren worden afgewacht.” Dezelfde vraag werd tegenover de Tweede Kamer negatief beantwoord vanwege de CPB-verwachting uit 1994 van het aantal WAO'ers in 1996: 800.000 à een miljoen. Bovendien diende de WULBZ toen ter bestrijding van het korterdurend ziekterisico. Nú zegt hij dat de WULBZ nodig is om het langdurig verzuim te drukken, terwijl TZ het kortdurend verzuim drukt. Maar uit door hem aangehaald onderzoek blijkt dat TZ juist het langerdurend verzuim heeft doen dalen.

Is er dan geen financiële ruimte? Het net aangehaalde rapport concludeert: “De besparing die door TZ in drie jaar werd beoogd is in 1994 reeds vrijwel volledig gerealiseerd net als de verzuimdaling van een procentpunt.” Als we hierbij de laatste kwartaalraming betrekken van - niet 5.000 maar 22.000 WAO'ers minder in 1996, resulterend in een extra besparing van 600 miljoen gulden - dan lijkt er alle ruimte voor heroverweging van de WULBZ, voor behandeling in samenhang met de privatiseringsvoornemens bij de WAO en voor een grondige evaluatie van de privatisering tot nu toe, inclusief de vraag of het privatiseringsoptimum met 2/6 weken voorlopig al niet bereikt is, zoals oud-minister De Vries van Sociale Zaken vorige week stelde.

Vooral echter biedt bovengenoemde interpretatie van het Regeerakkoord een uitweg uit het dilemma dat de Eerste-Kamerfractie van de PvdA op scherp heeft gezet: het niet loslaten van een omvangrijke en kwetsbare groep, of het dogmatisch vasthouden aan een variant, waarmee men zich ver verwij-derd heeft van de samenleving en die bovendien op gespannen voet staat met het Regeerakkoord en met de Grondwet.

    • P.C. Buijs