Op hoop van Nuis

AAD NUIS, staatssecretaris van Onderwijs, heeft een tijd niets van zich laten horen. Maar deze week was hij er weer, in de Tweede Kamer, om bijgestaan door minister Ritzen de plannen voor hervorming van het hoger onderwijs te verdedigen. Dit HOOP (Hoger onderwijs- en onderzoeksplan) belooft de Nederlandse studenten een 'compacter en intensiever' onderwijs. Daarmee moeten de HBO-opleidingen en universiteiten hun aandeelverdienen in de anderhalf miljard gulden aan bezuinigingen waarvoor het hoger onderwijs deze kabinetsperiode is aangeslagen.

Deze bezuinigingen worden in beperkte mate (200 miljoen gulden in het begin van de volgende eeuw) verhaald op de universiteiten en hogescholen en hoofdzakelijk opgebracht door de studenten en/of hun ouders, die met minder studiefinanciering en hoger collegegeld geconfronteerd worden. De bestuurders van het hoger onderwijs hebben met succes de grootste bezuinigingslast van zich afgewenteld. Bij sommige universitaire instellingen kan de hopeloos inefficiënte bedrijfsvoering aldus ongestraft voortgaan. DE GEDACHTE achter 'HOOP' is dat studenten sneller door het hoger onderwijs gejaagd moeten worden. Daartoe moet de 'studeerbaarheid' (het woord is van het ministerie van Onderwijs) worden vergroot. Anders gezegd: studeren wordt minder aantrekkelijk en financieel zwaarder. Dat dit studiejaar het aantal eerstejaars met maar liefst tien procent is gedaald (en bij technische studies die geen vrije tijd bieden voor bijbaantjes om de basisbeurs aan te vullen, nog meer), is niettemin als een verrassing gekomen voor de bewindslieden op Onderwijs. Ritzen veronderstelde deze week in de Kamer dat jongeren misschien eerst een jaartje wat anders doen, voordat ze aan een studie beginnen. Zou de minister werkelijk geloven in zo'n plotselinge verschuiving in het gedrag van scholieren na hun eindexamen? Er is een onderzoekje beloofd.

Met de studieduur is het merkwaardig gesteld. Nuis pleitte vlak voor de afronding van de kabinetsformatie voor een algemene studieduur van drie jaar, gevolgd door een tweede fase voor de bollebozen. Kon best en de studenten wilden het, verzekerde hij. In het regeerakkoord werd deze '3+2-formule' opgenomen, maar na protesten en een rondreis langs de universiteiten en hogescholen, het 'circus Nuis', herzag de staatssecretaris zijn opvattingen. Niemand was voor een kortere studieduur, orakelde hij. En nu de bezuinigingen toch op de ouders en studenten werden verhaald, was de financiële druk ook minder groot. Slechts voor VWO'ers die een HBO-opleiding volgen, wilde Nuis vasthouden aan een studie van drie jaar. Maar de hogescholen protesteerden en ook dat plan heeft hij inmiddels ingetrokken. IN HET 'HOOP', zoals het is gepresenteerd, is dus niets meer terug te vinden van de ambities waarmee Nuis anderhalf jaar geleden begon. De Tweede Kamer steunt de vierjarige opleiding en Nuis zet zijn werk als staatssecretaris blijmoedig voort. Misschien is het een idee om het staatssecretariaat van Nuis tot drie jaar te beperken. De druk op de docenten en studenten in het hoger onderwijs, geperst in een stelsel van compact en intensief studeren, gaat onverminderd verder omhoog.