Lord Hanson breekt bedrijf open

AMSTERDAM, 3 FEBR. Breaking up is hard to do, maar ondernemingsbestuurders die het proberen zijn bijna zeker van een hit op de effectenbeurzen. Het opbreken van ondernemingen in meerdere aparte bedrijven -in Angelsaksisch jargon: een break-up- is van Amerika overgewaaid naar Engeland. Is nog slechts een kwestie van tijd voordat ook bedrijven op het Europese continent eraan moeten geloven?

Vorige week nam het Britse conglomeraat Hanson, ooit gevreesd als agressieve bedrijfsopkoper, een drastische stap door zich op te breken in vier verschillende ondernemingen (energie, sigaretten, chemie en bouwmaterialen) die elk een beursnotering krijgen.

De filosofie achter zulke splitsingen is simpel: apart zijn bedrijven meer waard dan samen in een concern. Managers die fusies aanprijzen vertellen graag dat de twee bedrijven samen meer waard zijn: dat 1 plus 1 meer is dan 2. Synergie noemen ze dat. Het opbreken of “ontbundelen” van een onderneming wil juist het omgekeerde bewijzen: dat de som der delen meer waard is dan het geheel. Vier jaar geleden zette Hanson de Britse chemiereus ICI het mes op de keel. ICI splitste zich op in een farmaciebedrijf (Zeneca) en een chemiefirma (ICI). Beleggers verdienden er goud aan. Nu gaat Hanson zelf die weg.

“Grote bedrijven hadden vroeger meer voordelen dan tegenwoordig”, zegt mr. J. Meeuwis, directeur corporate finance bij zakenbank MeesPierson in Amsterdam. “Ze trokken gemakkelijker dan kleine bedrijven toptalent aan, konden makkelijker geld lenen op de kapitaalmarkt, konden makkelijker dure automatisering betalen. Die schaalvoordelen zijn grotendeels verdampt door heftiger concurrentie op wereldschaal. De kosten om conglomeraten te leiden bleken hoger dan de synergie voordelen.”

In Amerika is de break up een trend waar zelfs de grootste bedrijven niet aan ontkomen. Het telecombedrijf AT&T brak zichzelf op in drie aparte ondernemingen en zet en passant 40.000 werknemers op straat. General Motors zal dit jaar een aankoop uit de jaren tachtig, computerservice bedrijf EDS, weer verzelfstandigen en de aandelen overdragen aan zijn eigen beleggers.

In Engeland werkt Thorn EMI aan een splitsing in twee bedrijven: een in de “sexy” media- en muziekindustrie (EMI) en een in de saaie verhuur van electronica. De ratio daarachter, zeggen analisten, is dat de beurswaardering van die twee apart groter zal zijn dan die van het ene concern nu. Mediabedrijven zitten midden in een ongeëvenaarde fusie- en overnamegolf en speculatie op overnames drijft de beurskoersen in de sector op.

Deze extra waarde ontsluiten voor de aandeelhouders geldt in de Angelsaksische wereld als het hoogste doel van de bedrijfsmanagers. En als zij al niet zelf op dat idee komen, dan staat een schare bankiers op de stoep om het te vertellen. En wie doof is, riskeert de woede van professionele beleggers en wordt een prooi van overname-artiesten. Zo ligt het voedingsbedrijf RJR Nabisco onder vuur van twee beleggers, die willen dat RJR zich opdeelt in een voedingsbedrijf en een sigarettenfabrikant. Zij zeggen dat de waarde van de twee bedrijven apart de helft hoger is dan het huidige geheel.

Zo hard gaat het in Nederland en op het Europese continent nog niet toe in de bestuurskamers van de grote ondernemingen. Op het continent hebben aandeelhouders veel minder macht dan in de Angelsaksische wereld. Bestuurders en commissarissen trekken aan de touwtjes.

De economische en financiële krachten die zich doen voelen zijn dezelfde als in Amerika, maar de omstandigheden zijn anders en dat maakt ontvlechtingen à la Hanson minder populair. “Een groot verschil is de omvang van de bedrijven waar je over praat”, zegt Meeuwis van MeesPierson. De Hanson-ondernemingen die na de vierendeling ontstaan, zouden in Nederland tot de twintig grootste behoren. Maar zouden Nederlandse concerns zich opsplitsen dan lopen zij het risico indiviueel te weinig schaalgrootte over te houden om voor het gros van de professionele beleggers nog interessant te zijn.

Het enige conglomeraat dat zichzelf echt heeft opgebroken en daarmee nog steeds doorgaat is het besloten familiebedrijf SHV Holdings, waar, in tegenstelling tot de meeste beursfondsen, een paar aandeelhouders de zeggenschap hebben. SHV deed ooit zaken die uiteen liepen van koffie branden tot schepenhandel en van ziekenhuizenbouw tot computerservice. Nu heeft SHV (bijna 25 miljard omzet in 1994, 57.400 werknemers) nog maar twee activiteiten: handel in (non)food artikelen en energie. Een van de bedrijven die SHV begin jaren tachtig afstootte was Getronics, dat zich ontpopte als een van de meest succesvolle fondsen van Beursplein 5. “Met Getronics heeft SHV nauwelijks of geen geld verdiend”, schreef SHV-president P. Fentener van Vlissingen vorig jaar in zijn boek Ondernemers zijn ezels. Het bedrijf, de strategie, ja zelfs de eerste man van Getronics waren hetzelfde gebleven. “Misschien stond SHV de dochter Getronics in de weg, was er te veel bemoeienis van bovenaf.”

Andere grote concerns, zoals Philips en KNP BT (papier, verpakking, distributie), maken minder drastische keuzes. Bij hen geen break-ups, maar zij brengen wel aparte dochters naar de beurs om te profiteren van het feit dat beleggers die activiteiten hoger waarderen dan het concern als geheel. Philips heeft bijvoorbeeld mediabedrijf Polygram naar de effectenbeurs gebracht. “Dat was voor Philips een grote psycholgische stap”, zei D. Eustace, de financiële man in de Philips' groepsraad, vorig jaar in een interview.

Aparte beursnoteringen zijn nog schaars. Liever verkopen Nederlandse bedrijven dochters, die niet meer in de kernactiviteiten passen, aan de directie (verzelfstandiging) of aan een concurrent. Juist grote verzelfstandigingen zijn in Nederland sterk in opmars, becijferde KPMG Corporate Finance vorig jaar.

Wie een lijstje met de grote Nederlandse concerns bekijkt, ziet nog wel meer kandidaten voor verzelfstandigingen. Afhankelijk van de turbulentie op de media-, telecom- en kabelnetwerken markt zal Koninklijke PTT Nederland (KPN) een keuze moeten maken of PTT Post en PTT Telecom perse bij elkaar moeten bedrijven. En Akzo Nobel heeft zijn winstgevende farma-bedrijf (anti-conceptie pil), die au fond met verf en vezels weinig te maken heeft.

    • Menno Tamminga