Legendarisch fossielendelver

VIRGINIA MORELL: Ancestral passions. The Leakey family and the quest for humankind's beginnings

638 blz., geïll., Simon & Schuster 1995, ƒ 59,10

Stokoude menselijke fossielen en jonge mooie vrouwen, dat waren de twee levenslange passies van Louis Seymour Bazett Leakey (1903-1972), de hoofdrolspeler uit Ancestral passions. Hij is in Morells familie-biografie precies vierhonderd enerverende pagina's aanwezig, waarna de twee andere beroemde Leakey's - Louis' tweede vrouw Mary, en hun zoon Richard - hun uiterste best doen om de spanning nog honderdvijftig pagina's voort te laten duren. Maar tevergeefs, het is de kleurrijke figuur van Louis en zijn veelbewogen leven die het boek dragen, in nauwe samenhang met de wetenschap waar hij als geen ander zijn stempel op heeft gezet: de pale-antropologie.

Louis Leakey werd geboren in Kabete, een dorpje midden in Kikoejoeland (Kenia) waar zijn vader als missionaris werkzaam was. Al op jonge leeftijd sprak hij vloeiend Kikoejoe, en samen met een aantal vrienden uit de stam onderging hij zelfs bepaalde initiatie-rituelen. Groot en moeizaam was dan ook de overgang naar Engeland waar hij eerst een kostschool bezocht om daarna in Cambridge antropologie en archeologie te gaan studeren. Maar hij hield zich staande, vooral dank zij een combinatie van karaktertrekken die hem ook later zeer van pas zou komen: eerzucht, doorzettingsvermogen, tomeloze werklust, charme en brutaliteit.

De pale-antropologie, die al snel zijn speciale belangstelling kreeg, stond nog in de kinderschoenen. Niet verwonderlijk, gelet op het bescheiden fossielen-materiaal dat men in de jaren twintig ter beschikking had: resten van de zogenaamde Java-mens en Peking-mens, een paar brokstukken van Neanderthalers, en de wonderbaarlijke Piltdown-schedel die de amateur-archeoloog Dawson in 1912 had opgegraven in een Engelse grindput.

Voorts miste men een goede methode om het materiaal te dateren, en was de taxonomie een chaos, hoe mooi de namen op zichzelf vaak ook waren. Zo werd de Piltdown-schedel toegeschreven aan Eoanthropus dawsoni, of: de dageraadsmens van Dawson. Pas in de jaren vijftig werd de Piltdown-schedel als een vervalsing ontmaskerd, terwijl in die tijd tevens orde werd geschapen in de taxonomie door slechts twee geslachten hominiden toe te staan: Homo en Australopithecus (letterlijk: zuidelijke aapmens).

Nieuwe impuls

Het was Leakey die de wetenschap in de jaren dertig een nieuwe impuls gaf. Niet alleen door de aandacht te richten op Oost-Afrika, in het bijzonder de Great Rift Valley, maar ook door de vondsten die hij samen met Mary deed bij Olduvai Gorge in het noorden van Tanzania. Het zou te ver voeren in allerlei details te treden, maar het is in elk geval een spectaculair verhaal dat Morell te vertellen heeft: bijvoorbeeld over het ruwe kampleven te midden van leeuwen en olifanten (die nog wel eens een veelbelovend schedeltje wilden platwalsen), of over de opzienbarende ontdekkingen, het grootste vertoon waarmee de vondsten aan de media werden gepresenteerd en de wetenschappelijke ruzies die daarna steevast losbarstten.

En dan was er de periode, vanaf 1939, dat Leakey in ongenade was gevallen bij de pale-antropologische gemeenschap en hij, dank zij zijn kennis van het Kikoejoe, nog net een baantje kon krijgen bij de koloniale geheime dienst. Als een soort marskramer, met een knapzak vol met zeep en canvas schoenen, werd hij langs de dorpjes gestuurd om geruchten op te vangen over een dreigende rebellie van de Kikoejoe-bevolking.

In de loop van de jaren vijftig pakte hij de draad weer op bij Olduvai, haalde daar de ene fraaie Homo na de andere uit de grond en kreeg allengs grote internationale erkenning. Hij was een uitstekend spreker, en zijn legendarische charisma zorgde ervoor dat zijn lezingen groot succes hadden. Vooral in Amerika waar vrouwen in het publiek soms in snikken uitbarstten van pure ontroering. De verhouding tot Mary was inmiddels danig bekoeld, niet het minst door het grote aantal vrouwen met wie Louis korte (vaak) of lange (zelden) affaires had. Tot in zijn laatste levensjaren zou hij ook op dat gebied actief blijven, en dat terwijl hij - zo schrijft Morell met onmiskenbare huiver - vrijwel kreupel was geworden, veel te dik, en bovendien geen tand meer in zijn mond had staan.

Na een reeks hartaanvallen overleefd te hebben, twee beroertes, en een overval van een zwerm bijen die hem achthonderd steken toebrachten en zijn lichaam voor dagen verlamden, stierf hij uiteindelijk aan een volgende hartaanval: tijdens een tussenstop in Londen, op weg naar de zoveelste lezing in Amerika.

Een groot gemis voor Ancestral passions, want hoeveel verbluffende ontdekkingen Mary en Richard ook nog doen op de resterende pagina's en welke hevige strijd ze ook voeren tegen hun rivalen Don Johanson en Tim White (de vinders van 'Lucy'), het echte vuur is grotendeels verdwenen. En helemaal als Mary zich met haar onafscheidelijke dalmatiërs (zorgvuldig getraind op het laten liggen van ieder botje) terugtrekt uit het veldwerk, en Richard reclame gaat maken voor Rolex-horloges - met de overigens aardige tekst: 'Some men merely make history, Mr. Leakey redefines it.'

Morells vlot geschreven boek is onder meer gebaseerd op uitvoerige interviews met tientallen betrokken personen, onder wie Mary en Richard Leakey zelf. De toon is hier en daar wat al te bewonderend en welwillend, vooral ten opzichte van Mary, maar daar staat voldoende nuchterheid in andere passages tegenover. De index, literatuurlijst en het notenapparaat, samen tachtig pagina's, zijn voorbeeldig verzorgd.

    • Henk Lagerwaard