Keen geeft Zweedse tafeltennislegende het nakijken

CHARLEROI, 3 FEBR. In 1982 werd een 16-jarige Zweedse tafeltennisser vice-kampioen van Europa. Bij de senioren wel te verstaan. Zijn naam was Jan Ove Waldner. Iedereen was het er roerend over eens: de wereld was een immens talent rijker. En 'J-O' maakte de belofte volledig waar. Hij werd wereldkampioen in 1989 en drie jaar later kwam hij in het bezit van de olympische enkelspeltitel. Bovendien zegevierde hij zes keer in de Top-12, het jaarlijkse onderonsje voor de Europese pingpong-elite.

Dat veertien jaar topsport sporen nalaat, werd gisteren duidelijk tijdens de openingsronde van de Top-12 in Charleroi. Weliswaar speelde zijn tegenstander, de Nederlandse invaller Trinko Keen, een voortreffelijke partij, maar zijn opmerkelijke overwinning had ook te maken met de tanende vorm van Waldner. De 30-jarige inwoner van Stockholm heeft steeds meer moeite met zijn motivatie, en ook fysiek behoort hij niet meer tot de besten.

Tot voor kort hadden de topspelers zoveel respect voor Waldner, dat dat gegeven alleen al hem een bepaalde voorsprong gaf. Bovendien had hij jarenlang een schier onbespeelbare service, een spelonderdeel waarmee hij zich steeds weer uit de meest netelige situaties wist te redden. Maar Keen bewees al in de herfst van vorig jaar bij de open Zweedse titelstrijd dat hij tegen deze Waldner opgewassen is. De Zweed won de halve finale met slechts 3-2.

Al wekenlang deed in de tafeltenniswereld het gerucht de ronde, dat Keen zou mogen meespelen bij de Top-12 in Charleroi. Hij was eerste reserve en de Griek Creanga, zo wist bondscoach Engel weken geleden al te melden, zou door een schouderblessure beslist niet kunnen meespelen. Maar Keen was er allerminst gerust op. Uiteindelijk bleek Creanga toch van de partij te zijn, maar toch kwam er een plaatsje vrij voor de fullprof uit het Gelderse Randwijk. De Zweden Karlsson en Persson zegden af wegens griep.

Deelname aan het prestigieuze Top-12-toernooi lijkt voor Keen dé gelegenheid het mislukte Olympische kwalificatietoernooi te doen vergeten. Maar zo werkt dat bij hem niet. “Elk toernooi staat op zichzelf”, zegt hij beslist. En in Manchester ging het (vooral wegens een griepje) met Keen volledig mis.

Meedoen met de écht grote jongens in Charleroi geeft hem een kick, zegt hij. “Maar ik heb van meet af aan tegen mezelf gezegd: laat je niet onder druk zetten. Ik weet dat ik van iedereen wel eens kan winnen. Maar als ik me dat te hard realiseer, dan gaat het zeker mis.”

Tegenover zijn coach, Theo Rieken, bekende hij donderdag wel dat hij “een heel vreemd gevoel” had. Rieken: “Ik maakte me even ongerust, maar gistermorgen voor de wedstrijd had Trinko alleen nog maar last van een gezonde spanning.” Redelijk ontspannen begon Keen aan zijn confrontatie met Waldner. En zelfs nadat hij de Zweed met 3-1 had verslagen, besefte hij nog niet helemaal dat hij wat bijzonders had gedaan. “Dit was de derde keer dat ik tegen hem speelde. De beide voorgaande keren was ik er al dichtbij geweest. Hij heeft steeds aardig wat moeite met me. Hij kan zijn spel niet aan me opleggen.”

Keen hanteert een speltype waarmee hij het menig wereldtopper moeilijk maakt. Hij is technisch behoorlijk compleet, met zijn service als sterkste wapen. Alleen op atletisch gebied komt hij nog wat tekort, zeker wanneer hij wordt vergeleken met een topatleet als Jean-Michel Saive. Gisteravond leed Keen tegen ex-Europees kampioen Rosskopf zijn eerste nederlaag (3-1). De gedeelde tweede plaats in de groep biedt echter nog volop uitzicht op een plaats in de halve finales.

Bettine Vriesekoop bleef in haar eerste twee partijen ongeslagen. Zonder echt goed te spelen versloeg zij haar Russische teamgenote Elena Timina (3-2) en de Zweedse Asa Svensson (3-1).