Juf Hillary kent geen twijfels

HILLARY RODHAM CLINTON: It Takes a Village. And Other Lessons Children Teach Us

318 blz., Simon & Schuster 1995, ƒ 39,40

De schrijfster van It Takes a Village is een bekend persoon, ze is de vrouw van president Bill Clinton. Dit is haar eerste boek en al voor de verschijning is er al veel over gezegd en geschreven. Over de auteur zelf is nog veel meer gezegd en geschreven. Meer dan enige andere First Lady is Hillary, sinds zij tijdens de campagne van 1992 aan de zijde van haar man meestreed, onderwerp van toejuichingen èn boegeroep geweest. Ze lokt zeer tegengestelde reacties uit. Wie haar niet geweldig vindt, haat haar intens.

It Takes a Village begint op een prettige, persoonlijke toon. Hillary vertelt over haar moederschap. Hoewel ze over het onderwerp alles wat haar in handen kwam had gelezen, bleek ze in de praktijk onvoorbereid te zijn. Gelukkig kon ze haar licht opsteken bij vrienden, familie en kennissen. Als vanzelf komt ze in haar verhaal terecht bij haar eigen jeugd in een buitenwijk van Chicago. De buurt bestond uit gezinnen die, als we de auteur mogen geloven, allemaal zo ongeveer dezelfde samenstelling, levenswijze en achtergrond hadden. Er was een kerk in de buurt die een zeer belangrijke rol vervulde, iedereen deed aan sport, iedereen ging bij elkaar op bezoek. Voor Hillary was dat de ideale omgeving voor een kind. De titel van haar boek maakt dit duidelijk, onderverwijzing naar een Afrikaans spreekwoord: Er is een dorp nodig om een kind op te voeden.

De basis van een gelukkig leven is volgens Hillary een gelukkig gezin. Zij erkent dat het niet per se verkeerd hoeft af te lopen als je niet in dergelijke gezegende omstandigheden opgroeit. Het leven van haar man is daar een treffend voorbeeld van. Bill Clintons vader stierf toen zijn moeder zwanger was van hem; ze hertrouwde met een man die dronk en in zijn roes vrouw en kind sloeg. Toen Bill een jaar of vijftien was, zette hij de man van zijn moeder het huis uit. Bill is, ondanks zijn moeilijke jeugd, goed terechtgekomen. “Mijn persoonlijke wens, dat elk kind een compleet, vertrouwd gezin heeft, zal wel altijd een wens blijven”, schrijft Hillary.

Na de beschrijving van haar persoonlijke achtergronden gaat de schrijfster, steeds meer in het algemeen, over op haar ideeën over opvoeding in de Verenigde Staten. Nog slechts sporadisch grijpt ze terug naar haar jeugd of haar eigen gezin. Enerzijds is ze uiterst idealistisch - ze is ervan overtuigd dat er veel kan worden verbeterd -, anderzijds legt ze, door het opsommen van alle gevaren die kinderen omringen, ongenadig de misstanden in de Amerikaanse maatschappij bloot. Haar boek toont tevens aan dat in de VS, meer dan in Nederland, de angst regeert.

Chelsea, de dochter van Hillary en Bill, vroeg op een dag toen het gezin nog in Little Rock, Arkansas, woonde of ze met haar vriendinnetje op de fiets naar de bibliotheek mocht. Hillary schrijft dat bij de gedachte alleen al haar de angst om het hart sloeg en dus bracht ze de meisjes met de auto. Een andere keer, tijdens een fietstochtje met Chelsea en een vriendinnetje, hoefden de kinderen van haar geen helm op, en prompt zwaaide een vrachtwagenchauffeur zijn deur open in het gezicht van het Chelsea's vriendinnetje. Voor Hillary was dit een soort straf van de Allerhoogste, omdat ze zo lichtzinnig was geweest. Maar verkeersgevaar is niet het enige. Kinderen worden bedreigd door echtscheiding, wapens, drugs, door de afwezigheid van een ziektekostenverzekering, onbetrouwbare crèches, televisiegeweld en agressieve tabaksreclame. Veel van deze gevaren zijn in de VS reëler en afschrikwekkender dan in Nederland. Het is in Nederland bijvoorbeeld nauwelijks voorstelbaar dat een ziekenhuis een kind met hersenvliesontsteking de deur wijst, omdat het niet verzekerd is, maar in Amerika gebeurt het, met fatale gevolgen.

It Takes a Village staat vol mogelijke risico's en gevaren, en Hillary gaat die te lijf met een fanatisme en moralisme die op den duur ergernis wekken. De titel van elk hoofdstuk - er zijn er achttien - is een soort Succesagendaspreuk. 'Kinderen komen niet met gebruiksaanwijzing', 'Een ons preventie is beter dan een pond intensive care', 'Kinderverzorging is geen kijksport' en zo verder. Elk hoofdstuk heeft bovendien een motto in de vorm van een spreuk van een (niet-controversiële) held, zoals Abraham Lincoln, Booker Washington of Golda Meir. De auteur citeert te pas en te onpas allerlei autoriteiten, als wetenschappers en politici, maar ook Albert Schweitzer en Dave Thomas. Die laatste is de topman van de fastfood-keten Wendy's.

En juffrouw Hillary weet van geen ophouden. Haar boodschap - een blije jeugd maakt een gelukkige wereld - wordt erin geramd. Daarbij geeft ze blijk van een zeer hypocriet overkomend sociaal gevoel, of is het naïviteit? In haar jeugd, schrijft ze, kwam ze in contact met zwarten en latino's en ook met kinderen van migrantenarbeiders. Hoe verrijkend was dat. In haar tijd als gouverneursvrouw in Arkansas waren er criminelen die karweitjes in de ambtswoning en de tuin deden, sommige van hen waren zelfs zwart! Maar met hen had ze - we zouden ons met terugwerkende kracht nog even zorgen kunnen maken - een goede verstandhouding.

De talloze psychologen die in het boek worden geciteerd moeten het stellen zonder voetnoten, bronverwijzingen ontbreken. Als leerboek is het ongeschikt, en de armen in de binnensteden hebben er geen tijd voor. Voor wie zou It Takes a Village dan zijn geschreven? Hoogstens voor de welgestelde, succesvolle vrouw die carrière heeft gemaakt en dat heeft gecombineerd met een gezin. En misschien kan het boekje voor het eigen kamp, de Democraten, dienst doen als gids voor wat in de VS nog verbetering behoeft.