Hollands Dagboek

Nathalie Alonso Casale (1970) is filmmaakster en actrice. Ze werd geboren in Parijs, verhuisde in 1974 naar Nederland en volgde hier een opleiding aan de Amsterdamse Film en Televisie Academie. De afgelopen week bezocht ze het Rotterdams Film Festival, waar haar zwart-wit film 'Memory of the Unknown' in première ging. Nathalie Alonso Casale woont met haar vogeltje Kiko in Rotterdam.

Woensdag 24 januari

Ik leef in een andere tijd. Ik leef in een tijd waarin wit nog wit is en zwart zwart. In een tijd waarin die twee opponenten zo spannend zijn dat er meer kleuren lijken te zijn dan er daadwerkelijk bestaan. Maar nu bestaat het dus niet meer. Hier heb ik nou anderhalf jaar op zitten wachten. Hier heb ik nou elke dag voor moeten vechten. Voor iets dat niet meer bestaat.

Er bestaan alleen nog maar zwart-grijs films. En CD-roms. En interactieve cybersensitieve effits. En digitaal. En driedimensionale virtuele realiteiten. En L's en A's en CQ's en PTR's met heel veel onbegrijpelijke getallen. En geen zwart-wit. En dat wisten ze bij Cineco al zes maanden. Alleen ik wist het nog niet. Dat ik niet meer bestond.

Zes maanden geleden is Agfa-Gevaert opgehouden met het leveren van 16mm zwart-wit-materiaal. Kodak is nog wel doorgegaan en daarom printen ze nu op Kodak. Ik zie de film samen met mijn cameraman Vladas, geluidscomponist Jan Dries en editor Paul. Het is geen echte film meer. Het is een grijze onscherpe brij met sissend optisch geluid die we te zien krijgen. Over twee dagen is de première en we hebben geen geld om aan correctieprints en dergelijke te denken. We moeten de answerprint vertonen. Ik wil dood.

De hele dag in het laboratorium om uit te zoeken wat er precies is misgegaan. Wachten, oneindig wachten. Mijn oren en ogen zijn grijs geworden. Ik hoor alleen een hoge pieptoon en zie alles en iedereen in een mist van tranen die niet uit mijn ogen willen komen. Ik ben zo moe. Het is allemaal voor niets geweest. Al die uren, al die dagen, al die maanden, al die mensen die zich druk hebben gemaakt, niet druk hebben gemaakt, druk hebben gemaakt, niet druk hebben gemaakt...

Vladas probeert uit te zoeken wat er is gebeurd. Volgens Cineco is er niets gebeurd.

“Misschien hebben jullie op oud positief materiaal geprint.”

“Wij van Cineco printen nooit op oud materiaal, meneer.”

“De temperatuur. Jullie hebben een verkeerde temperatuur gebruikt bij het ontwikkelen.”

“Meneer, alstublieft! Dat is allemaal standaard bij Cineco.” Een sensitometrie-test. Een densitometrie-test. Ik sta achter ze als ze mijn film over een glazen tafel heen en weer schuiven. Vlak langs een rondslingerend vergrootglas, vlak over een achtergebleven sleutelhanger, vlak tegen een scherp metalen mesje. In mijn hoofd zie ik het resultaat van dit professionele heen en weer geschuif. Grote witte krassen over het beeld. Eindelijk witte, mooie witte krassen in al dat grijs. Zo nu en dan moet ik even gaan zitten omdat het zwart wordt voor mijn ogen. Ik heb al besloten dat ik niet naar de première ga. Ik heb al besloten dat ik wel naar de première ga, maar alleen om een vlam te gaan houden onder de film die daar vertoond moet worden en die mijn film niet meer is.

18.00 uur en we zitten er nog steeds. Mijn producent is er nu ook. Hij is met een vreugdekater uit Cannes teruggevlogen waar ze zijn film Conducting Mahler goed hebben ontvangen. Zijn kater slaat langzaam om naar de grijze kant van de situatie.

“Tja”, oppert een specialist, “het zou natuurlijk kunnen dat het komt omdat we het op Kodak hebben geprint in plaats van op Agfa, maar dat verschil kan toch nooit zo groot zijn?”

“Wij van Cineco hebben al duizend films op Kodak geprint en er heeft nog nooit iemand over geklaagd. Een klein verschil is er natuurlijk wel in de curve maar dat weten wij ook niet precies.”

Wij wachten ergens op.

“Het lijkt mij erg vreemd dat jullie daar iets van kunnen zien”, hervat een andere specialist, “maar het zou natuurlijk kunnen.”

En weer wachten we ergens op. Op het einde. Op het einde van iets dat geen einde meer heeft.

En er zijn dan ook een aantal shots helemaal overbelicht geprint, zwart dichtgeslagen. En het wide-screen kader walst aan de onderkant mee op de maat van mijn processiemuziek.

“Foutje”, zegt de specialist die weer specialist is op een ander gebied, “printen we gewoon die stukjes even opnieuw, zetten we er netjes tussen.”

Vanavond was de openingsavond van het Rotterdam Filmfestival. Ik heb geen seconde de tijd gehad eraan te denken en heb de uitnodiging uit zenuwen langzaam tot een vodje verfrommeld dat ik aan de wind heb meegegeven toen ik Cineco verliet. Daarna ben ik met Paul urenlang machteloos door de stad gaan rijden zonder te weten waarheen.

Donderdag

09.00 uur. Ik wil een zwart-wit film. Geen zwart-grijs. Alstublieft. Ik heb de beelden al zolang in mijn hoofd meegedragen. Waarom moeten ze nu vernietigd worden.

14.00 uur. Vincent maakt in Dizzy een foto van mij voor de NRC. Ik ben vreselijk neerslachtig omdat de oudste DJ van Nederland, Nico van Cita 2000, is overleden. Door het venster van Dizzy zie ik aan de overkant Cita 2000. Er staat een grote container voor die de afbraakrestanten bevat. “Stom toeval”, zegt de eigenaar van Dizzy nog.

19.30 uur. Opnieuw bij Cineco. Beneden in de hal zitten Piet en Vladas te wachten. Mijn producent is eerst even zijn eigen films aan het bekijken met Jan Dries. Piet gaat naar huis want hij kan maar beter niet de volgende zijn die een schok krijgt. Ik ga er vanuit dat de nieuwe copy die ze inmiddels gedaan hebben weten te krijgen ook niets voorstelt.

23.00 uur. De copy is dit keer iets minder grijs. Natuurlijk valt er nog een heleboel te corrigeren en is het geluid dit keer slechter, maar het gaat hier tenminste om een vertoningswaardige copy. Een sluier trekt langzaam op terwijl ik de beelden aan me voorbij zie komen. Dit is in ieder geval dichterbij wat Vladas en ik in ons hoofd hadden.

Tijdens de projectie krijg ik te horen dat er volgende week een goede copy zal worden gemaakt op Afga-Gevaert materiaal. Ik zal maar niet vragen waar dat materiaal nu dan opeens wel vandaan gaat komen, daarvoor is alles toch te onbegrijpelijk, en is dit dus weer een logisch gevolg van iets anders onbegrijpelijks.

Het is twee uur als we thuis zijn. Morgen is de première en morgenmiddag de ondertiteling. Het kan me niets meer schelen. Ik ben alleen maar woedend op alles en iedereen. Mijn hoofdrolspeler Slava is vandaag niet gekomen. Ik zou zweren dat alles met elkaar te maken heeft.

Vrijdag

Voor het eerst loop ik rond op het festival dat nu al drie dagen aan de gang is. Er zijn natuurlijk weer een heleboel mensen die ik niet wil zien of spreken en waar ik grote bogen omheen moet maken om ze niet 'toevallig' te treffen. Bij de gastenbalie sta ik bijna een uur te onderhandelen over kamers, passepartouts en dergelijke. Ik geloof nog steeds niet dat er straks een film vertoond gaat worden en daarom is alles - hoewel ik op de automatische piloot functioneer - vrijwel onverdraaglijk.

19.25 uur. Het is zover. Ik heb me de hele dag voor alles afgesloten, maar nu zal ik er toch naartoe moeten. Jan Dries vertelt me door de telefoon dat hij niet komt. Dat is dan twee, na Slava.

Vladas en Piet scheren zich, we kleden ons om op de hotelkamer die we ter gelegenheid van de verschrikkelijke première hebben gekregen. Er gaat een gerucht dat er niemand van de festivalorganisatie zal zijn om deze film te introduceren en dat we zelf maar moeten zien hoe we het doen. Daarom doe ik overal heel lang over, in de hoop dat de film al zal zijn begonnen als ik binnenkom.

19.40 uur. Als we bij Lumière 2 aankomen, staat Emile Fallaux, de directeur van het festival, me op te wachten. Hij is voor mijn gevoel de eerste mens op aarde die me de vraag stelt hoe ik me voel. Ik loop voor hem uit de zaal binnen. Een zee van mensen, golven van geroezemoes. Een felle televisielamp recht in mijn ogen. Emile voelt als een veilige bescherming achter me. Ik wil eigenlijk teruglopen en me in zijn lange jas verstoppen om hem uit te leggen dat Slava niet uit Moskou hier naartoe is gekomen en dat Jan Dries ook niet is gekomen en dat ik zeker weet dat het allemaal geen zin heeft. Ik weet zeker dat hij het dan helemaal met mij eens zou zijn, maar ik loop toch maar snel door naar voren, want helemaal zeker weten doe je het natuurlijk nooit in zulk soort situaties. Ik heb het gevoel dat er iets vreselijks gaat gebeuren en dat ik dan straks iedereen voor de gek gehouden heb. “Er is helemaal geen film”, zeggen ze dan, “ze heeft ons de hele tijd in de maling genomen, er is helemaal niets te zien.” Dan kan ik ze natuurlijk nog altijd vertellen over hoe het had moeten zijn, net zolang totdat ze overtuigd zijn van hoe mooi het had kúnnen zijn. Dat kan ik erg goed, ik heb daar bijna vier jaar ervaring in, in het vertellen van wat ik allemaal had kunnen, zou kunnen en nog wil doen als ik daar ooit de kans toe zou krijgen.

Zo meteen gaat het licht echter uit en dan knapt de film, loopt het geluid A-sync en hebben ze de ondertiteling dwars over het beeld gezet voor de duidelijkheid. En dan gaat iedereen adviezen geven over hoe het had gemoeten. Gaan ze vertellen over hoe zij het altijd doen met die ondertiteling en hoe je ervoor kan zorgen dat alles sync loopt. En kijken ze me medelijdend aan. “Wat jammer”, zeggen ze dan fluisterend tegen elkaar, “die vorige film was zo mooi ondertiteld en zo mooi zwart-wit, wat jammer dat deze zo mislukt is.”

Het licht gaat uit, de film begint.

21.00 uur. Einde. Applaus en opstaan. Onmiddellijk daarna moet ik eerst een interview voor de Rotterdamse kabeltelevisie geven en dan naar een talkshow met Jan Heys. Alles gaat geloof ik goed, ik kan me er weinig van herinneren. Als ik terugkom in het VIP-tentje waar de receptie van de première plaatsvindt, zijn de meeste mensen alweer weg. Mijn producent staat dronken om zich heen te vloeken op mijn lichaam, geest en bestaan omdat zijn naam maar zo klein op de poster staat en mijn naam zo groot.

Sommige gezichten staan rustiger en tevredener dan ooit. Sommige stemmen dringen tot me door. Het zijn de stemmen van mijn vrienden.

Zaterdag

Grijze dag. 's Avonds in Luxor Angelopolous' Ulysses gaze gezien. Ik ben totaal kapot als ze Lenin op een boot naar een Duitse privéverzamelaar gaan brengen. Ik moet heel hard huilen als ze toasts uitbrengen op de overledenen van de afgelopen honderd jaar en weifelend over Eisenstein besluiten dat zij wel van hem hebben gehouden, maar hij nooit van ons. Ik vind de vrouw in de film, met al haar driedubbele rollen zo zwak als maar kan en heb het gevoel de afgelopen eeuw in maar een paar uur en eigenlijk de hele mensheid in diezelfde recordtijd te hebben zien voorbijkomen. Ik heb heel veel zwakheden menen te ontdekken gedurende die film, maar heb wel het gevoel een film te hebben gezien met mijn beelden erin. Verdomme, ik kan niets zinnigs over die film zeggen. Ik onthoud hem.

Zondag

Slava is eindelijk gekomen. Ze hebben hem vier uur bij de grens vastgehouden. Hij valt bijna om van vermoeidheid en weet nog niet waarvoor hij hierheen is gehaald.

Iemand heeft me iets verteld over een slechte kritiek in de NRC. Een soort blasfemische vergelijking tussen Bunuel en mij. We moeten er erg om lachen. Tenslotte is dat precies wat we verwacht hadden, aangezien er voor de meeste journalisten niets meer bestaat dan Bunuel en surrealisme of Tarkovski en langzaam. Toch blijft het onbegrijpelijk dat iemand niet de moeite neemt om eens goed naar een film te kijken en dan maar weer alle Spanjaarden op een hoopje gooit onder de noemer 'surrealisme'. Slava weet inmiddels dat zijn drie films eindelijk door een criticus in Nederland onder de noemer critics choice zijn ontdekt en vertoond zullen worden. Hij heeft nu al vijf jaar geen film meer mogen maken en ik voel voor het eerst dat hij de hoop begint op te geven. Omgekeerde wereld. Zoveel desillusie elke dag. Zoveel mensen die ik ken die geen films maken terwijl zij de enigen zijn die in film denken en voelen.

Om half twee met een taxi naar huis. Slapen.

Maandag

Voor het eerst in maanden weer gedroomd. Zes dromen. Vier bruikbare beelden. Ik twijfel de hele dag over de keuze van de film die ik vanavond ga zien. Sur Place van Paul Ruven of een andere. Uiteindelijk kom ik twintig minuten na aanvang bij Sur Place binnen. Vanaf dat moment lijkt het alsof langzamerhand alle mensen een voor een de zaal verlaten. Achter mij wordt van verveling diep gezucht en gedraaid op een stoel. Ik vind de film mooi. Om half twee neem ik weer een taxi naar huis, nadat ik twee uur heb gewacht op een vriend in het Hilton die niet op kwam dagen. Het is zowel binnen als buiten overal verschrikkelijk koud.

Dinsdag

Een serieuze recensie in de Volkskrant over onze film. Dat had ik niet verwacht. Men zou het zelfs positief kunnen noemen. Nog wat interviews, een fotosessie en ik mag weer naar huis. Kiko vliegt vrolijk door de kamer als ik thuiskom. Hij heeft de hele lamp een stukje naar beneden gehaald en nu is er geen licht meer. Ik zet de kachel heel hard omdat het zo verschrikkelijk vochtig koud is. Het liefst zou ik de hele dag verder gaan slapen.

Woensdag 31 januari

Eenzame, eenzame dag. Ik geloof niet dat de zon ooit weer warm zal zijn. Vandaag was hij er toevallig, maar hij is bleek en het blijft koud en nat. Er liggen ook van die smerige stukjes ijs zo her en der over de stoep verspreid. De zon doet het gewoon niet meer, hij is kapot.

Vandaag twee rotfilms gezien en dan zie ik het meteen niet meer zitten. Eentje over kosmonauten. Het enige wat ik erover kan zeggen is dat ik het sowieso al een groot vertoon van menselijke intelligentieniveaus vind waar ik niets over wil weten en dat ik er hoe langer hoe meer van overtuigd raak dat de mens met zijn beide voeten op aarde hoort en niet diep onder water of hoog in de lucht. Het is toch niet voor niets dat er op die plekken niet genoeg of geen zuurstof is om te ademen?

En dan zeker ook nog van die willekeurige films erover maken. De tweede film was een Spaanse film waarover in El Pais veel gesproken werd en die ronduit slaapverwekkend was. Ik hoef meteen voor de rest van de dag nergens anders meer heen. Genoeg onzin voor een dag.

Eenmaal thuis, luister ik naar de zes berichten op het antwoordapparaat. Allemaal afspraken voor morgen. Ondertussen bestudeer ik uitvoerig een fragment van Hieronymus Bosch' 'Laatste Oordeel'. Ik vraag aan Vladas wanneer nou die nieuwe copy zal worden gemaakt waar ze het een week geleden over hadden. Hij heeft net gehoord dat daar uiteindelijk toch geen geld voor is.