Het ongemak betrapt achter een glimlach

Karen Murphy en A.P. Komen gebruiken vaak zichzelf als uitgangspunt voor hun video-installaties. Toch zijn ze geen navelstaarders. Vandaag openen twee tentoonstellingen waar werk van hen te zien is. Over vergissingen en voyeurisme, en een plotse liefde voor planten.

De installatie 'Panic Wagon' is vanaf vandaag te zien in het Van Abbemuseum als onderdeel van de tentoonstelling Entre'Acte 5. T/m 8 april. Vonderweg 1, Eindhoven. Di t/m zo 11-17u. 'Couples' is vanaf vandaag in het Stedelijk Museum te zien, op de tentoonstelling met Gemeentelijke Kunstaankopen. 8 febr wordt in De Appel (20u) 'Home-Movie' vertoond. Spiegelstraat, Amsterdam. In de Circuit Gallery in Londen is nu 'The Secret Garden' te zien.

EINDHOVEN, 3 FEBR.Karen Murphy (27) en Pim Komen (31) haten het om gefotografeerd te worden. Dat is niet zo raar, want ze weten hoe dubbelhartig een camera kan zijn. Een camera registreert en manipuleert, eigent zich dingen toe, licht uit en versterkt. Kleine zwakheden worden grotesk. Het ongemak laat zich betrappen achter een opgewekte glimlach.

Zelf spelen de twee kunstenaars dit gegeven uit in de video-installaties die ze samen maken. Neem hun nieuwste werk Home-Movie. De titel associeer je met gezinsgeluk: een golden retriever die door de tuin dolt, kleuters struikelend eromheen, een lachende vader of moeder. Maar in Komens en Murphy's huisfilm heerst een depressie. “Ik durfde de straat niet meer op, de winkel niet meer in”, zegt Komen. “Ik sloot me op in huis en slikte medicijnen waarvan de doktoren zeiden dat ze m'n persoonlijkheid zouden veranderen.” Home-Movie is het drama van Komen en Murphy zelf. “Heel voyeuristisch”, zegt Murphy. “En niet alleen omdat we iets intiems laten zien. Het is juist doordat er open ruimtes in de film zijn, doordat de beelden gemanipuleerd worden, dat de mensen zich bewust raken van hun voyeuristische rol.” Dat geeft een vervelend gevoel.

We zijn naar de kantine van het tijdelijke Van Abbe-museum gelopen. De inrichting van hun zaal met de installatie Panic Wagon (1994) is klaar voor het publiek. Komen haalt koffie, Murphy rookt tevreden haar sigaretten. “We zijn sinds anderhalf jaar een stel”, zegt ze. Zaken en privé hoeven voor haar niet gescheiden. “Nu hebben we eindeloze discussie's met z'n tweeën, in je eentje voer je dat soort gesprekken niet, want je spreekt jezelf nooit tegen.”

Home-movie registreert de veranderingen in Komens gedrag onder invloed van de medicijnen. Het is geen lineair verteld verhaal van een ziekte, maar een dreigende verzameling stills waar teksten doorheen zijn gemonteerd. “We drukken ons uit in taal”, zegt Komen, “niet in steen of verf. Daar kan ik niks mee” “De eerste week dat ik de pillen nam kon ik helemaal niet slapen en ging 's nachts voor de camera zitten praten. Niets interesseerde me meer in die tijd, behalve tuinieren. Ik heb nooit van planten gehouden, maar nu ontwikkelde ik er een obsessie voor, ik gaf ze zelfs namen.” Wat begon als experiment met twee planten, waarvan de ene plant een van Komens pillen kreeg toegediend en de andere niet, eindigde in een dakterras afgeladen met bloemen en planten. Een dakterras dat in maquettevorm weer opdook in een ander project, The secret Garden dat vorig jaar op de Open Atelierdagen van de Rijksacademie te zien was.

Het klinkt navelstaarderig. Wie zou er willen kijken naar de psychische ongesteldheid van 'zomaar iemand'? En wie is er geïnteresseerd in het gezinsuitbreidings-drama dat aan The Secret Garden voorafging? Toch, wie het werk van de twee bekijkt, ziet en hoort geen platte persoonlijke besognes die je makkelijk met je hand wegwuift, maar ervaart verwarring, twijfel, angst, ongemak. En ook poëzie. The Secret Garden is een lofzang op bloemen: in close-up verschijnen ze blinkend van kleur op een televisiescherm. Er is muziek en ondertitels, die helemaal niet slaan op de hartverscheurende ballade die de Gipsy Kings zingen. De geheime tuin, op een dak gebouwd, door iemand die bang was van de buitenwereld, wordt een bitterzoete gevangenis, waar het schoon en lelijk is om te vertoeven tegelijk.

“Ik begin bij het banale”, zegt Murphy. “Mijn vertrekpunt is niet de fantasie of een voorbedacht scenario, zoals bij Georgina Starr wel het geval is, maar datgene wat ikzelf of mijn vrienden meemaken.” De installatie Panic Wagon bijvoorbeeld, is geïnspireerd op een jeugdherinnering van Murphy. Een zwart gordijn verduistert de ronde zaal in de dependance van het Van Abbe. Drie kleibeelden van kinderen lichten op in het donker. Op drie projectieschermen aan de muren springen hun evenbeelden om beurten tevoorschijn: het zijn de gezichten van Murphy en haar twee zussen ruim twintig jaar ouder nu. Op monotone toon vertellen ze van een traumatische autorit die ze met hun vader in hun jeugd hebben gemaakt. Telkens als een ander aan het woord komt, worden de feiten anders. De auto was een landrover, of was het nou een rangerover? Zusje Ann kan acht zijn, maar ook tien. En wie zat er nou precies voor in de auto naast vader?

Het zijn zaken die niet duidelijk worden in de opnames. Expres niet, en daardoor wordt de beklemming bij de toeschouwer alleen maar groter. Want wat schemerig blijft, is veel beangstigender dan iets dat helder is. “Het gaat er niet om wat er precies is gebeurd, maar hoe het wordt herinnerd”, zegt Murphy. “Ik hoor en zie dat mijn zussen een heel andere herinnering hebben aan die autorit. Dat zijn de feiten. Dat kan ik niet uitstaan. Want toch blijf ik geloven dat ík de waarheid vertel.”