Het hartebloed gezogen uit een lijk

Voorstelling: Die Braut von Korinth, naar J.W. von Goethe, door Stichting MDBK. Compositie: Jan Bus; regie/choreografie: Petra de Haan; muzikale leiding: Jurgen Hempel; decor: Jet Dijkstra. Zang: Bernard Loonen; dans: Laureen Djeddah. Gezien: 2/2 Theater Bellevue, Amsterdam. T/m 4/2 aldaar; 10 en 11/2 De Utrechtse School. Inl 020-6247248.

Johann Wolfgang von Goethe heeft altijd op gespannen voet gestaan met het christendom, en zijn ballade Die Braut von Korinth uit 1797 laat zich zelfs lezen als een anti-christelijk manifest. De christenvrouw in de ballade haat alle vormen van zinnelijkheid. Wanneer ze haar dochter betrapt bij het vrijen met een jongeman zou ze het tweetal het liefste meteen op de brandstapel zetten. In schril contrast met die christelijke weerzin tegen de vreugde staat volgens Goethe de 'heidense' gewoonte om te genieten. De Atheense jongeman die, omstreeks de tweede eeuw na Christus, in Korinthe zijn bruid komt halen, gelooft nog in de antieke goden. Het meisje eigenlijk ook. Maar sinds de oude, frivole goden uit haar huis zijn verdreven, is het veranderd in een soort gevangenis; haar mooiste jaren heeft ze doorgebracht in een cel, ja in een ijskoud graf. Pas in een van de laatste strofen ontpopt de uit haar graf herrezen bruid zich als een ordinaire vampier: Aus dem Grabe werd' ich ausgetrieben/ Noch zu suchen das vermisste Gut/Noch den schon verlornen Mann zu lieben/ Und zu saugen seines Herzens Blut.

Veel tijdgenoten van Goethe negeerden de in de ballade verwerkte godsdienstkritiek en concentreerden zich verlekkerd op het vampierverhaal. Of ze lazen Die Braut von Korinth als het zoveelste gedicht over Eros & Thanatos, dat eeuwige koppel. De componist Carl Loewe bijvoorbeeld deed dat laatste. In zijn liedversie van Die Braut von Korinth bezingt deze romanticus de huiveringwekkende macht van de liefde. Het lied is te horen tijdens een multidisciplinaire theateravond onder de voor de hand liggende titel Die Braut von Korinth. Tijdens het 'concertante' deel van de avond voeren Vera Lansink, sopraan, en Jaap Dieleman, piano, Loewes lied uiterst behoedzaam uit. Stem en dictie van de sopraan zijn vlekkeloos, maar van mij mag ze haar personages meer spélen.

Bij het 'theatrale' deel, bestaande uit een eigentijdse versie van Die Braut..., zit dat theatrale 'm gek genoeg niet zozeer in de enscenering. De expressie van de danseres, het dode meisje, beperkt zich tot wat krachteloze pasjes rond het bed, dat de vorm heeft van een langwerpige houten kist - een doodskist natuurlijk. Jet Dijkstra's toneelbeeld, gecompleteerd door een metalen poort (naar het dodenrijk?) is weinig origineel. Nee, de spanning zit 'm in de muziek. Schelle, grillige en rillerige accenten, aangebracht door een pianist en een blazersensemble, zorgen voor de huiveringen die in de bloedeloze enscenering ontbreken. In de visie van componist Jan Bus gaat het, anders dan bij Loewe, wèl om de wrede kanten van het christelijke geloof. Een gegeven waar Bus vooral om lijkt te treuren, want tussen de felle momenten door klinkt zijn muziek traag en droevig. Zanger Bernard Loonen heeft een melancholieke, milde en beschouwelijke uitstraling, en dat valt hier, in tegenstelling tot zijn bijdrage aan de kameropera Westerling (eveneens met muziek van Jan Bus) vorig seizoen, precies op z'n plaats. Daar speelde de tenor een oorlogsmisdadiger, hier een dichter - Goethe, in wiens hoofd zich de macabere liefdesscène voltrekt.

    • Anneriek de Jong