Harde EMU-boodschap uit Davos

DAVOS, 3 FEBR. In de informele sfeer van het World Economic Forum in Davos spraken ze elkaar amicaal aan met Jean-Claude en met Hans. Maar hun boodschap was keihard. Jean-Claude Trichet, president van de Banque de France en Hans Tietmeyer, president van de Bundesbank, stelden zich op als het dubbele anker van de Economische en Monetaire Unie, het project voor een gemeenschappelijke Europese munt in 1999 van een aantal EU-lidstaten.

Tegen de aanzwellende golf van kritiek en scepsis, kozen de twee belangrijkste centrale bankiers van het beoogde EMU-blok voor de gesloten verdediging. Geen sprake van uitstel van de datum, of van versoepeling van de toegangscriteria, of van aanpassingen. Trichet verzekerde dat Frankrijk begin 1998 aan de eisen zal voldoen; Tietmeyer beklemtoonde dat de monetaire unie in één keer een succes moet worden, omdat er geen herkansing is. Tietmeyer: “En daar dienen alle politici heel goed van doordrongen te zijn.”

Voor de fijnproevers was er toch een meningsverschil. Tietmeyer hamerde op de noodzaak om een 'stabiliteitspact' te sluiten met de landen die aan de EMU zullen meedoen. Dit moet garanderen dat ze na de overgang op één munt hun overheidsfinanciën niet opnieuw uit de hand zullen laten lopen. Trichet zei dat hij het Duitse doel onderschreef maar dat het Verdrag van Maastricht daarvoor al regels stelt. Hij liet zich geen volmondige ondersteuning van het Duitse voorstel ontlokken.

Maar Tietmeyer was beslist: “Artikel 104-c van het verdrag is niet genoeg. Er moet een automatische straf komen voor landen die zich niet aan het afgesproken plafond (3 procent van het BNP) van het overheidstekort houden”.

    • Roel Janssen