Gevangen in de vrijheid

GRAHAM USHER: Palestine in Crisis. The Struggle for Peace and Political Independence after Oslo

146 blz., Pluto Press 1995, ƒ 29,95

PLO-leider Jasser Arafat zal nog vaak met heimwee terugdenken aan zijn heroïsche dagen in een bunker in Beiroet. De onlangs gehouden Palestijnse verkiezingen hebben aan deze romantische verzetsstrijd definitief een einde gemaakt. Arafat dient zich nu te bewijzen als 'staatsman'. Volgens journalist Graham Usher zal hem dat niet gemakkelijk afgaan. De onmogelijke positie waarin Arafat zich sinds zijn ondertekening van de 'principeverklaring' van Oslo heeft gemanoeuvreerd, wordt op elke pagina van Ushers Palestine in Crisis duidelijk.

Als de Palestijnse Nationale Autoriteit (PNA) het terrorisme van Hamas en Jihad niet onmiddellijk aanpakt, zo zei wijlen premier Rabin, zal Israel zich niet gebonden voelen aan de gemaakte afspraken voor autonomie. Arafat trommelde daarom na zijn aankomst in Gaza in juli 1994 zo snel mogelijk 13 duizend rekruten op om een omvangrijk veiligheidsapparaat te bemannen dat paal en perk moest stellen aan het geweld tegen Israel. De Wereldbank die de PNA 2,1 miljard dollar beloofd had, voelde er echter niets voor om Arafats bureaucratie te bekostigen en dreigde de hulp stop te zetten. Tegelijkertijd vonden veel Palestijnen Arafats preoccupatie met orde en veiligheid rieken naar de politiestaten die in de Arabische wereld zo welig gedijen.

Volgens Usher is het een teken aan de wand dat de PNA in deze hachelijke situatie met repressie het hoofd boven water probeerde te houden. De agenten van het Palestijnse 'Preventieve Veiligheidsapparaat' bewezen in korte tijd wel erg trigger happy te zijn bij hun poging de publieke orde te herstellen. Critici werd zonder pardon de mond gesnoerd en Palestijnse ambtenaren gingen ongegeneerd op de stoel van de Israelische censor zitten. Palestijnse belangengroeperingen ondervonden na een lange strijd tegen de Israelische bezetter dat zij opnieuw hun onafhankelijkheid moesten verdedigen. Usher weet in dit verband over het veelvuldig beschreven vredesproces minder bekende en veelzeggende feiten te melden. Zo zet hij uiteen hoe een fusie van de Palestijnse vakbeweging met haar moederorganisatie uit Tunis een 19-koppig bestuur opleverde waarin 'allochtone' Palestijnen met slechts twee zetels werden vertegenwoordigd.

In de Westerse en Israelische media is vaak aangevoerd dat het autoritaire gedrag van de PNA verklaard kan worden aan de hand van het feit dat de partijbonzen van de PLO uit de hoofdsteden van de Arabische wereld een weinig democratische cultuur met zich mee brachten. Usher daarentegen benadrukt terecht dat de autoritaire excessen van de PNA inherent zijn aan de Verklaring van Oslo en de meer gedetailleerde akkoorden daarna.

Door Arafats vèrgaande concessies aan de Israeli's kan de PNA simpelweg niet meer openstaan voor kritiek. Zo is Israel ondanks het vredesproces in staat geweest meer dan 20 duizend hectare bezet gebied te annexeren. Het lijkt bovendien niet van plan de nederzettingen op te geven blijkens de vele miljoenen shekkels die momenteel besteed worden aan een omvangrijk wegenstelsel voor de kolonisten.

Arafat hoopt dat deze problemen zich door de dynamiek van het vredesproces vanzelf zullen oplossen. Verschillende Palestijnse intellectuelen denken daar echter anders over. Israel zou volgens hen in het geniep een oud plan uitvoeren van voormalig minister van defensie Moshe Dayan. De bezette gebieden zouden zo worden opgedeeld in semi-autonome enclaves, omringd door nederzettingen en het Israelische leger. Zolang deze 'defaitisten' met hun pessimistische scenario de gehele rechtvaardiging van het vredesproces ondergraven, lijkt Arafat niet bereid het vrije woord te laten zegevieren.

Usher geeft Arafats sceptici grotendeels gelijk, maar weigert hun pessimisme te onderschrijven. Hij geeft daarbij enigszins aarzelend aan dat de twijfel die Arafats persoonlijke adviseur Mahmud Abbas direct na het Oslo-akkoord verwoordde, nog steeds kan worden weggenomen. “Oslo zal leiden tot een Palestijnse staat of tot een catastrofale liquidatie van de Palestijnse zaak.” In de derde fase van het vredesproces, waarin de kwestie van de nederzettingen op de onderhandelingsagenda staat, zal blijken of Arafat als bevrijder de Palestijnse geschiedenis zal ingaan.

    • Reinoud Leenders