GENE KELLY 1912-1996; Virtuoze acrobaat

De vergelijking met Fred Astaire heeft Gene Kelly, die gisteren op 83-jarige leeftijd in zijn slaap te Beverly Hills overleed, altijd onzin gevonden. De twee grootste dansers uit de geschiedenis van de filmmusical, die alleen in Ziegfeld Follies (1946) en de compilatiefilm That's Entertainment samen optraden, behoorden immers tot verschillende tradities. Astaire was de elegante heer in rokkostuum, wiens souplesse bijna magisch vanzelfsprekend leek; Kelly vernieuwde de filmdans door in spijkerbroek en t-shirt en buiten studio of theater te dansen, maar vooral door zijn acrobatische choreografieën, meer virtuoos dan betoverend. Over zijn eigen stijl zei Kelly eens dat hij streefde naar mannelijke, atletische bewegingen. Terwijl Astaire in het begin van zijn carrière een duo vormde met zijn zuster Adele, deed Kelly de eerste passen met z'n broer Fred. Wellicht verklaart dit ook Kelly's relatief geringe overtuiginskracht in romantische duetten.

Eugene Curran Kelly werd op 23 augustus 1912 geboren in Pittsburgh, als zoon van een Ierse verkoper en een voormalig actrice. Hij begon te dansen tijdens zijn studie economie en belandde in 1938 op Broadway, waar hij twee jaar later als solodanser en choreograaf opviel. Het overdragen van zijn opvattingen aan andere dansers was een van Kelly's grootste passies.

In 1942 debuteerde Kelly tegenover Judy Garland in Vincente Minnelli's filmmusical For Me and My Gal. Direct imponeerde Kelly ook al met zijn hese, sympathieke zangstem. De eerste film die hij choreografeerde was Cover Girl (1944) met Rita Hayworth, gevolgd door onder meer Anchors Aweigh (1945), waarin Kelly met de tekenfilmfiguren Tom en Jerry danste. De 'swashbuckler'-kant van zijn talent kwam goed tot haar recht in de muzikale spektakels The Pirate (Minnelli, 1948) en als D'Artagnan in The Three Musketeers (1948). Een jaar later regisseerde hij voor het eerst, samen met zijn vaste assistent en co-regisseur Stanley Donen, On the Town. De op New-Yorkse locaties gedraaide fantasie over drie passagierende matrozen zou zijn favoriete film blijven, omdat Kelly daarin voor het eerst de filmmusical de straat op bracht.

Minnelli's An American in Paris (1951) op muziek van Gershwin wisselde daarentegen gecompliceerde buitenopnamen af met kunstmatige fantasiescènes; het door Kelly gechoreografeerde en met Leslie Caron uitgevoerde, zeventien minuten durende feeërieke slotballet wordt algemeen beschouwd als het artistieke hoogtepunt van de MGM-musicals. De film won een Oscar voor beste film en Kelly kreeg een speciale Oscar voor zijn innovatieve bijdragen.

De meest klassieke film van Kelly en Donen was weer een jaar later Singin' in the Rain, niet alleen wegens het geestige scenario over de overgang van stomme naar sprekende film, maar vooral wegens het onvergetelijke titelnummer voor een verliefde man, een paraplu en een lantaarnpaal. Kelly regisseerde, schreef, choreografeerde en speelde de hoofdrol in Invitation to the Dance, een woordloze, bijna abstracte dansfilm die in 1956 in Berlijn de Gouden Beer won.

Kelly regisseerde nog enkele films, waaronder de komedie A Guide for the Married Man (1967), de musical met Barbra Streisand Hello Dolly! (1969) en de western The Cheyenne Social Club (1970), maar zijn spaarzame niet-muzikale films en rollen zijn inmiddels terecht vergeten.

Tot op hoge leeftijd behield Kelly een speciale band met Frankrijk, het decor van An American in Paris. Toen hij in 1960 een pas de deux voor de Parijse opera choreografeerde, werd Kelly geslagen tot ridder in het Légion d'Honneur. Hij speelde gastrollen tegenover Yves Montand en Catherine Deneuve en een van zijn laatste verschijningen op het witte doek was in Raymond Depardons documentaire Reporters (1981).

De innovaties die Kelly doorvoerde hebben zijn positie als populaire ster nooit aangetast. Hij zei eens: “Ik ben altijd van mening geweest dat je de intelligentie van het filmpubliek niet moet onderschatten. Daar heeft Hollywood zich in vergist. Ik herinner me nog goed hoe iedereen ons voor gek verklaarde, toen we dat lange ballet aan het slot van An American in Paris bedachten.” Van de epoche dat zulke moed in de Amerikaanse filmindustrie beloond werd, is Gene Kelly een soort van vlaggedrager. De neergang van de musical aan het einde van de jaren zestig valt ongeveer samen met Kelly's verdwijning uit de schijnwerpers.

    • Hans Beerekamp