De scriptie als barbaars ritueel

Nederlandse studenten studeren niet lekker. Het gaat stroef, ze snappen de stof vaak niet, kunnen de hoogleraar moeilijk verstaan, verdwalen nogal eens op weg naar een collegezaal, en vinden in het algemeen de gekozen studie stomvervelend.

Geen wonder dat ze vaak afhaken en teleurgesteld bij de sociale dienst aankloppen om hun plaatsje in de banenpool op te eisen. Als er niets verandert, zullen steeds meer jongeren het hoger onderwijs als een weinig inspirerende vorm van tijdverspilling gaan beschouwen, die in zinledigheid de zojuist afgeschafte diensplicht verre overtreft. Nu al holt het aantal gegadigden jaarlijks met tien procent achteruit.

Het is daarom begrijpelijk dat minister Ritzen (Onderwijs) zo snel mogelijk wil weten hoe de 'studeerbaarheid' van het hoger onderwijs verbeterd kan worden. En omdat hij daar een pot van 500 miljoen gulden voor op tafel heeft gezet, vergaderen op dit moment duizenden wetenschappers zich suf over de vraag hoe ze op hun hogeschool of universiteit het leren weer aantrekkelijk kunnen maken.

Nu zijn er tal van deskundigen die de resultaten van dit gezamenlijk overleg niet willen afwachten en in de pers met hun eigen favoriete plannetjes komen. Een opmerkelijk idee stond op deze pagina (13 januari). Professor Job Cohen betoogde dat, als je studenten echt wil motiveren, je ze tijdens hun studie meer nederlagen moet laten lijden. Dus niet te veel uitleggen, hard tentamineren en veel Duits en Frans bij de verplichte literatuur. Pas van dit soort ontberingen zullen ze echt iets opsteken, volgens deze ex-staatssecretaris van Onderwijs.

In HP/De Tijd van vorige week toont ook de Rotterdamse econoom Arjo Klamer zich een groot voorstander van deze paradoxale benadering. Studenten zijn volgens hem “een stelletje lapzwansen” dat veel te veel door staf en overheid in de watten wordt gelegd. “Dat is slecht. Zij moeten het zelf doen”, vindt de hoogleraar. En ze moeten voor die zelfwerkzaamheid ook zelf betalen. Minimaal tienduizend gulden per jaar, heeft Klamer uitgerekend. “Je zult zien hoe gemotiveerd de studenten dan worden.”

Door de prijs leert men nu eenmaal de waarde van de dingen kennen, volgens deze strenge professor die gespecialiseerd is in de economie van de kunsten. Postmoderne museumkunst en universitaire kennis zijn in Klamers optiek heel goed met elkaar te vergelijken. Het prijskaartje is vaak het enige dat de consument echt begrijpt. Hoe hoger dit is, hoe aantrekkelijker de rest hem voorkomt.

Zal de scherp calculerende eerstejaars student Klamers marketingtrucje niet doorhebben? Natuurlijk wel, net zoals hij door het paternalistische verhaaltje van Cohen heenprikt. Al die padvinderswijsheid is alleen bedoeld om de schuld van de crisis in het hoger onderwijs weer in de schoenen van de student te schuiven. Dat is arrogant, klantonvriendelijk en dus weinig effectief in deze tijd.

Terwijl er zoveel simpele mogelijkheden zijn om de studie te moderniseren, die zowel rekening houden met de klant als de kwaliteit van het product. Met een van die mogelijkheden is men zelfs in het voorbereidend onderwijs al begonnen. Daar is deze week het opstel uit het eindexamen HAVO en VWO geschrapt. Waarom gebeurt dat niet ook met de universitaire tegenhanger daarvan, die ellendige scriptie?!

De studeerbaarheid van het hele hoger onderwijs wordt door deze zinloze schrijfopdracht al jaren ernstig ondergraven. Maak daarom een eind aan het geploeter, gezucht en gesteun van al die eenzame worstelaars achter hun tekstverwerker die hun studieplezier, hun zelfvertrouwen, ja, hun hele levensgeluk voelen wegglijden nu ze, aan het eind van hun academische zoektocht, gedwongen worden zestig pagina's vol lopende en correct gespelde zinnen schrijftaal te produceren. Dat is een barbaars ritueel uit een tijd dat men om duistere redenen meende dat zo'n beproeving iemand pas echt geschikt maakte voor de hogere posten in onze samenleving.

Het is verbazingwekkend dat deze misvatting het hoger onderwijs nog zo domineert. Want een grotere mismatch tussen wat de arbeidsmarkt vraagt en wat het onderwijs van een student meent te moeten eisen is niet denkbaar. Blader voor de aardigheid maar eens het zojuist verschenen Intermediair Jaarboek 1996 door. Daarin kan men nalezen wat voor kwaliteiten hoger opgeleiden moeten bezitten om voor een baan bij een toponderneming of een prestigieuze overheidsdienst in aanmerking te komen. Of men nu bij Philips, Campina Melkunie, Mars BV, de Koninklijke Marine, of het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zelf solliciteert, het maakt niet uit, overal wordt prijs gesteld op dezelfde team skills: veel leiderschap dus, flexibiliteit, dynamiek, overtuigingskracht, en sportiviteit. Schrijfvaardigheid is daar niet bij.

Integendeel, ik krijg sterk de indruk dat een solistische medewerker die zich zes maanden terugtrekt in kamertje om zwetend en vloekend een dik pak beschreven papier te produceren niet erg welkom is in het dynamische netwerk der veelverdieners. Als dit slavenwerk soms toch nodig is (een begrijpelijk jaarverslag voor de aandeelhouders bijvoorbeeld) is er altijd wel een werkloze journalist te vinden aan wie die oneervolle taak voor weinig geld uitbesteed kan worden.

De gemiddelde student, die in het leven hoger mikt, schiet met het schrijven van een scriptie dus weinig op. Zelfs als het de grootste nederlaag uit zijn universitaire loopbaan wordt, leert hij er niet veel meer van dan dat hij zijn kostbare studietijd beter had kunnen besteden aan het ontwikkelen van communicerende vermogens die er werkelijk toe doen. Een training mobiel telefoneren bijvoorbeeld, of een cursus mondiaal onderhandelen.

Weg dus met dat onding. Dat zou ook bevrijdend zijn voor het wetenschappelijk personeel. Want er is niets zo geestdodend en demotiverend als het eindeloze correctiewerk dat nodig is om van een gemiddelde scriptie een begrijpelijke tekst te maken. Als men van die straf verlost wordt, zal het onderwijsplezier vanzelf weer terugkeren, worden de colleges sprankelenderer, en de werkgroepen inspirerende teamprestaties. Over studeerbaarheid hoor je dan uiteraard iemand meer.