Blunderend in de woestijn

MICHAEL R. GORDON en BERNARD E. TRAINOR: The Generals' War. The Inside Story of the Conflict in the Gulf

551 blz., Little, Brown and Company 1995, ƒ 55,05

Hadden de Verenigde Staten en hun bondgenoten de Iraakse verovering van Koeweit op 2 augustus 1990 kunnen voorkomen? Waarom traden ze pas op 17 januari 1991 gewapenderhand tegen Saddam Hussein op? Waarom is het de Amerikanen niet gelukt de militaire kracht van Irak te breken en Saddam Hussein ten val te brengen? Terechte en knagende vragen, vijf jaar na de Golf-oorlog.

Het oorspronkelijke oordeel over de uitkomst van de Golf-oorlog is aan revisie toe, zoveel is zeker. Michael Gordon, journalist van The New York Times, en Bernard Trainor, een gepensioneerde generaal, ploegden vier jaar lang alle archieven door. Ze spraken met president Bush, leden van zijn regering, de militaire top van het Pentagon en andere sleutelfunctionarissen in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Saoedi-Arabië. Ook een groot aantal Amerikaanse en Britse commandanten en militairen die deelnamen aan de operaties 'Desert Shield' en 'Desert Storm' verschaften informatie. Een en ander heeft geresulteerd in The Generals' War, een bijzonder knappe reconstructie van de gebeurtenissen in de Golf-oorlog.

De Geallieerden, en vooral de Verenigde Staten, hebben - dat blijkt uit dit boek - een aantal cruciale fouten gemaakt, al vóór de Iraakse verovering van Koeweit. Irak was na acht jaar strijd met Iran oorlogsmoe en zou veel tijd nodig hebben om het aangetaste oorlogspotentieel weer op te bouwen. Bovendien had Irak als buurland van Iran een streepje voor in Washington. Voorlopig, zo was de gedachte, was van Irak niets te duchten. De Amerikaanse regering reageerde dan ook niet op Saddam Husseins geleidelijke voorbereiding van de invasie van Koeweit. Dat Saddam Hussein het hele grondgebied van Israel onder het bereik van zijn Scud-lanceerinstallaties had gebracht, werd al eind 1989 vermoed. Amerikaanse fotoverkenningssatellieten werden pas een half jaar later in een baan over Irak gebracht, om dat vast te stellen. Maar Washington liet Saddam Hussein begaan. Ook toen bekend werd dat hij ontstekingsmechanismen voor nucleaire wapens en onderdelen voor een 'superkanon' in het Westen probeerde te kopen, reageerde men nog niet. Eind juli 1990 trokken divisies van de Iraakse Republikeinse Garde op naar het grensgebied met Koeweit. Zelfs toen bleef een Amerikaanse reactie uit.

Iraakse tanks

Pas op 1 augustus sloeg Washington alarm. De volgende ochtend rolden Iraakse tanks door de straten van Koeweit. De verwarring in Washington was groot. Minister Cheney van defensie en zijn generaals kwamen voor spoedberaad op het Pentagon bijeen. Dat gezelschap maakte bepaald geen heldhaftige indruk. Vooral Colin Powell, de voorzitter van het comité van bevelhebbers, pleitte voor terughoudendheid. Saddam Hussein zou zich, zo meende hij, na verloop van tijd wel uit Koeweit terugtrekken en het Amerikaanse volk zou nooit voor hogere olieprijzen de levens van Amerikaanse militairen in de waagschaal willen stellen. President Bush koos aanvankelijk de zijde van zijn belangrijkste militaire adviseur. Op 2 augustus liet hij weten geen militaire actie te overwegen. Langs diplomatieke weg moest een bevredigende oplossing voor de Golf-crisis worden gevonden.Dat schoot bij de Britse premier Margaret Thatcher, in het verkeerde keelgat. Zij was in de Verenigde Staten en overtuigde Bush van de noodzaak tot hardere actie. Irak zou uit Koeweit moeten worden verdreven, maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan. De commandant van de Amerikaanse troepen in de Golf, generaal Norman Schwarzkopf, had nauwelijks voldoende militairen ter plaatse om Saoedi-Arabië te beschermen. De meeste bondgenoten lieten het afweten. Alleen Frankrijk en Groot-Brittannië besloten ruim een maand na de inval grondtroepen te sturen. De troepen uit Arabische landen en Saoedi-Arabië zelf legden weinig gewicht in de schaal. De Verenigde Staten zouden het leeuwedeel van de militaire inspanning moeten leveren.

Opnieuw was het generaal Powell die zijn scepsis uitsprak. Voorzichtigheid was en bleef zijn wachtwoord. Met honderdduizenden Iraakse militairen verschanst in de woestijn vreesde hij voor veel slachtoffers onder de Amerikaanse militairen en voor een snel afkalvende publieke en politieke steun in het geval tot een aanval zou worden beslist. Powell vestigde zijn hoop op de economische sancties tegen Irak.

In oktober werd duidelijk dat Irak Koeweit niet vreedzaam zou opgeven. Pas toen gaf Powell zijn luchtmacht de vrije hand om een aanvalsplan uit te werken. In 21 dagen zou Irak murw worden gebombardeerd. De Amerikaanse luchtmacht dacht dank zij haar Stealth-bommenwerpers en laser-geleide bommen het karwei in haar eentje te kunnen klaren. Tot grote woede van de andere krijgsmachtdelen was in het luchtmachtplan geen rol voor de landmacht en de marine weggelegd.

In het Pentagon voerden de generaals hun eigen interne oorlog en Powell droeg het Pentagon op een nieuw aanvalsplan te maken. Daarin kreeg Schwarzkopf extra landmachteenheden toegewezen om een grootscheepse aanval op de grond mogelijk te maken. Dat impliceerde echter dat niet meer voor het midden van januari met de bevrijding van Koeweit kon worden begonnen.

Op 17 januari begon de operatie 'Desert Storm'. Ruim vijf weken lang bombardeerden geallieerde vliegtuigen doelen in Irak en Koeweit. De Amerikaanse luchtmacht had haar aanvalsplan slecht afgestemd op de plannen van de grondtroepen. Eenheden van de Republikeinse Garde bleken niet tot de doelwitten te behoren, wel Bagdad. De bedoeling was nog steeds om de militaire druk op Saddam Hussein zo op te voeren dat hij zich zonder verdere slag of stoot uit Koeweit zou terugtrekken. Met een grondoorlog in het vooruitzicht werd slechts een deel van de bombardementen uitgevoerd op de Iraakse troepen en hun aanvoerlijnen.

Op 18 januari kwam de eerste Scud-raket op Israel terecht. Het risico dat daarmee een reactie van Israel zou worden uitgelokt en dat door Israelische inmenging de Arabische steun zou wegvallen, werd volgens de auteurs door Schwarzkopf onderschat. Hij peinsde er niet over extra luchtaanvallen op Scud-lanceerinrichtingen uit te voeren. Minister Cheney barstte in grote woede uit toen hij merkte dat Schwarzkopf voet bij stuk hield. Na de Golf-oorlog bleek overigens dat geen enkele mobiele lanceerinstallatie was uitgeschakeld door de luchtaanvallen van de Geallieerden.

Als koek

Eind januari volgde plotseling een uitval van Iraakse troepen op het grondgebied van Saoedi-Arabië. Zonder veel problemen werden de Iraakse troepen verdreven. Toch bleef Schwarzkopf in zijn aanvalsplan uitgaan van in uitstekende staat verkerende Iraakse troepen. Hij voorzag een langzame opmars met langdurige en bloedige gevechten van loopgraaf tot loopgraaf. Niets bleek minder waar. Amerikaanse marinierseenheden sneden als koek door de Iraakse linies en rukten zo snel op, dat de langzamere, uit het Westen oprukkende Amerikaanse landmachteenheden zich te laat bij de mariniers dreigden aan te sluiten. Die aansluiting was essentieel om de terugtrekkende divisies van de Republikeinse Garde te omsingelen en uit te schakelen.

Niet op het slagveld, maar in de Amerikaanse en Saoedische hoofdstad werden vervolgens de ergste blunders gemaakt. Terwijl de mariniers in een sprint Irak binnendrongen, bewogen de landmachteenheden zich veel langzamer naar hun rendez-vous met de mariniers. Om het gat te dichten was meer tijd nodig dan voorzien. Maar president Bush wilde zolang niet wachten. Beelden van de 'snelweg des doods', waarop uit Koeweit wegvluchtende Iraakse troepen waren gebombardeerd, veroorzaakten een schok. Het waren in feite de eerste beelden van het door Geallieerden aangerichte oorlogsgeweld.

President Bush was bang dat nog meer geweld de glans van het militaire succes zou wegnemen. Hij vroeg Powell om advies. De hoogste Amerikaanse militair stemde in met de beëindiging van de oorlog, zonder zijn commandanten te raadplegen. Bush' beslissing had voor de commandanten te velde niet op een slechter moment kunnen komen. Zij moesten de omsingeling van de Republikeinse Garde staken. Als de oorlog nog een dag langer had geduurd, zouden deze eenheden zich niet naar Bagdad hebben kunnen terugtrekken.

Bij de wapenstilstandsonderhandelingen bedongen de Irakezen het recht helikoptervluchten uit te voeren boven hun eigen grondgebied. Omdat zoveel wegen en bruggen onbegaanbaar waren, stemde Schwarzkopf grif toe, zonder te beseffen dat de Iraakse strijdkrachten enkele dagen later met succes helikopters zouden inzetten tegen de opstandige shi'iten. Powell vreesde dat door Amerikaanse bemoeienis met de opstand Amerikaanse troepen eindeloos verwikkeld zouden raken in een strijd op Iraaks grondgebied. Nog maar weinigen geloven nu nog in de woorden van president Bush dat elke agressor zich voortaan wel twee keer zal bedenken. The General's War maakt duidelijk dat de VS en hun bondgenoten zich zelf na afloop van de Golf-oorlog ten onrechte hebben gefeliciteerd.