Beleggers jagen goudprijs in een opwaartse spiraal

ROTTERDAM, 3 FEBR. Sinds februari 1990 is de goudprijs niet zo hoog geweest als de 416,25 dollar die gisteren in Londen voor een troy ounce (31 gram) werd geboden. Gegrepen door de goudkoorts stuwde de goudhandel de afgelopen weken de prijs op van rond 390 dollar, nam gisteren soepel de 'psychologische' horden van 406 dollar en 409 dollar (de Golfoorlog-pieken uit 1992) en vestigde een zesjaars hoogtepunt bij het sluiten van de markt. Gisterenmiddag streek de goudprijs in de Londense markt neer op 414,50 dollar.

Voor het eerst sinds jaren is de goudprijs daarmee uit de band van tussen 370 dollar en 390 dollar gebroken. Zelfs de broederlijke poging van meesterbelegger George Soros en de Britse zakenman Sir James Goldsmith om in 1993 de prijs op te stuwen bracht de koers van goud niet zo ver als gisteren.

Beleggers in goud hebben het niet eenvoudig gehad in de laatste vijftien jaar. Van een prijs van rond 600 dollar in 1980 is de waarde van goud langzamerhand teruggelopen, en bevindt zich nu al geruime tijd onder 400 dollar. Van enige waardevastheid, waar goud in tijden van inflatie bekend om hoort te staan, was dus al geen sprake, en gecorrigeerd voor (Amerikaanse) inflatie is de reële waarde van het metaal sinds begin jaren tachtig zelfs gehalveerd.

Is goud nu plotseling terug als beleggingsobject? De meningen over de oorzaak van de recente prijsexplosie en over de toekomstige prijsontwikkeling lopen sterk uiteen. De angst voor oplopende inflatie, die deze week door sommige marktpartijen als oorzaak voor de prijsstijging werd aangehaald, klinkt niet erg geloofwaardig. Goud vervult die rol al een jaar of tien niet meer, zodat het aanhalen van inflatie als oorzaak voor de prijsstijging veel weg heeft van een omgekeerde bewijslast.

De goudindustrie zweert intussen, om andere redenen, bij hogere prijzen. Gary Maud, de voorzitter van het Zuidafrikaanse Gencor, de op vier na grootste goudproducent ter wereld, zei woensdag dat goud op weg is naar een prijs tussen 600 en 700 dollar per ounce. Het - door de goudindustrie gefinancierde - bureau Gold Field Mineral Services, dat de markt van de schaarse gegevens over vraag en aanbod voorziet, becijferde begin januari dat de totale vraag naar goud in 1995 naar het record van 3550 ton steeg. De produktie loopt daar volgens de goudindustrie 1000 ton bij achter. Dat zou nu worden aanvuld door goudverkopen of -leningen aan belggers en gerbuikers door centrale banken. Pas bij een prijs boven 600 dollar is het openen van nieuwe mijnen of het ontginnen van minder hoogwaardig gouderts rendabel. Rond dat punt zou volgens Maud een nieuw prijsevenwicht moeten liggen.

Daar tegenover staat dat de centrale banken en monetaire instituties nog met zo'n 30.000 tot 35.000 ton goud in hun kluizen zitten - genoeg om het gat tot in de verre toekomst op te vullen. Dat goud is afkomstig uit de tijd dat valuta's (later via de dollar) aan goud waren gekoppeld, maar ligt nu vrijwel rente- en werkloos in de kluizen. De Nederlandsche Bank verkocht daarom in 1992 nog een kwart van haar voorraad van destijds 1600 ton, en was niet de enige. Voor het overige lenen centrale banken hun goud soms uit, om de kosten van opslag en verzekeringen goed te maken.

Ook nu gonzen de verhalen weer rond dat centrale banken de prijsstijging van de laatste weken zouden aangrijpen om zich van nog een deel van hun loze voorraad te ontdoen. Maar specialisten wijzen er op dat dit soort van besluiten meestal ver van te voren wordt overlegd, en niet op stel en sprong goud wordt gedumpt wanneer het prijspeil oploopt. De Nederlandsche Bank wilde gisteren desgevraagd geen mededeling doen over het goudbeleid.

De prijsstijging van de laatste tijd is volgens goudspecialist H. Rijnbeek van ABN Amro-dochter Hollandsche Bank-Unie vooral te wijten aan de invloed van de optiehandel door professionele beleggers. De prijsstijging heeft tot gevolg dat de verkopers van opties en termijncontracten direct goud moeten bijkopen om aan hun mogelijke leveringsverplichting te voldoen. Dat veroorzaakt weer extra vraag, waardoor de opwaartse prijsspiraal in stand blijft. Bovendien is een aantal grote beleggers, net als in 1993, in de goudmarkt gestapt - gesterkt door de verwachting van invloedrijke effectenbanken als het Amerikaanse Salomon Brothers dat de goudprijs richting 500 dollar kan gaan. Goud rendeert niet, en heeft daardoor altijd een nadeel ten opzichte van andere beleggingen die rente of dividend opleveren. Maar door de lage rentestand, waar woensdag en gisteren in de Verenigde Staten en Europa weer een kwart procent van af werd gehaald, wordt dat nadeel van goud steeds minder groot. Daarnaast is het steeds goedkoper om geld te lenen, en daarmee in de markt te stappen.

Op basis van vraag- en aanbodsverhoudingen verwacht Rijnbeek een gemiddelde goudprijs voor 1996 van circa 390 dollar. “De voornamelijk Aziatische kopers die goud als sieraad én belegging aanschaffen, haken bij een prijs van boven 400 dollar af.” Maar als de beleggers de kolder in de kop krijgen, de horde van 420 dollar nemen en de speculatie een eigen leven gaat leiden, dan kan de prijs op korte termijn nog ver daarboven stijgen.

    • Maarten Schinkel