Sid Vicious 1957-1979; Moord op een evergreen

De lijst van popmusici die voortijdig en op het hoogtepunt van hun roem overleden is lang. Elk van hen heeft een zwanezang, een laatste veelbetekenend nummer. Een jaar lang worden, op sterfdagen van popmusici, deze laatste nummers nader bekeken. Vandaag 'My Way', de zwanezang van Sid Vicious die vandaag zeventien jaar geleden overleed.

Hij heette John Simon Ritchie, maar in de hoogtijdagen van de punkrock was dat geen naam om het ver mee te schoppen. En dus verzon zijn vriend Johnny Rotten (geboren Lydon) een pseudoniem voor hem. Het werd Sid Vicious: Sid naar Rottens lievelingshamster en Vicious naar een song van Lou Reed, de zelfverklaarde 'rock 'n' roll animal' die vooral door zijn provocerende optredens werd gezien als een punk avant-la-lettre.

Sid Vicious noemde zichzelf bassist, maar kon eigenlijk geen noot spelen. Dat hij begin 1977 werd gevraagd voor de immens populaire en baanbrekende punkgroep The Sex Pistols lag dan ook niet aan zijn muzikaal talent. Vicious was een stroman; de publiciteitsbewuste manager van de Pistols, Malcolm McLaren, vond dat de oorspronkelijke bassist van de groep een te brave indruk maakte, en zag in de onaangepaste slungel met zijn hakenkruis-t-shirts en zijn zwarte piekhaar de belichaming van zijn 'shock and destroy'-concept.

McLaren werd niet teleurgesteld. Sid Vicious groeide uit tot de beruchtste aller punkartiesten: hij schold op fans en journalisten, koketteerde met zijn heroïneverslaving, verwondde zichzelf in het openbaar en ging op de vuist met zijn publiek. Binnen een paar maanden had hij zijn naam meer dan waargemaakt.

En de climax moest nog komen. Toen de Sex Pistols in januari 1978 na een chaotisch verlopen Amerikaanse tournee uit elkaar gingen, sloeg Vicious helemaal los. Terwijl hij pogingen deed om een solocarrière van de grond te krijgen - geen eenvoudige opgaaf voor iemand die a-muzikaal was en vals als een kraai zong - raakte hij steeds erger verslaafd. Samen met zijn Amerikaanse vriendin Nancy Spungeon leidde hij een door overdoses en afkickprogramma's beheerst junkiebestaan, dat heel af en toe werd doorbroken met een nieuwe plaatopname of een mislukt concert.

Op 12 oktober 1978 werd Sid Vicious in het Chelsea Hotel in New York gearresteerd, kort nadat zijn vriendin Nancy doodgebloed was aangetroffen in hun kamer. Hij vertelde de politie dat hij haar vermoord had (“I did it because I was a dirty dog”), maar toen hij zichzelf tien dagen later met een mes het leven probeerde te benemen, werd gesuggereerd dat de dood van Nancy onderdeel was van een suicide pact dat door Sid in eerste instantie maar half uitgevoerd was. De ware toedracht is nooit meer bekend geworden, want op 2 februari 1979, vlak nadat het proces tegen hem was begonnen, stierf Sid Vicious in een flat in Greenwich Village aan een overdosis heroïne. Het geld voor het fatale shot had hij gekregen van zijn moeder.

Sid Vicious was nog geen week gecremeerd, toen platenmaatschappij Virgin met de slagzin 'From Beyond The Grave' de soundtrack uitbracht van The Great Rock 'N' Roll Swindle, een filmsatire over de geschiedenis van de Sex Pistols waarin Vicious enkele van zijn laatste nummers zingt. 'Something Else', een nummer van de in 1960 overleden Eddie Cochran, werd gekozen als single, maar het was Vicious' versie van 'My Way' die het meeste indruk maakte.

'My Way' van Sid Vicious is waarschijnlijk de eerste zwanezang van een popartiest die door de camera is vastgelegd. In de film van regisseur Julien Temple, die wegens juridische problemen pas in 1980 in première ging, is de Sinatra-cover het pièce de résistance. Plaats van handeling is het heilige der heiligen van het moderne chanson, het Olympia-theater in Parijs; het publiek, zo wil de filmmaker ons doen geloven, bestaat uit royalty en bejaarde bourgeois.

Als na een korte introductie het rode gordijn op het podium open gaat, daalt Sid Vicious - wit smokingjasje, gescheurde broek, Doc Martenslaarzen - de showtrap af. De muziek begint te spelen en de ex-Pistol zet 'My Way' in. De eerste toepasselijke regels ('Now the end is near/ I face the final curtain') zijn nog net verstaanbaar, al klinkt het als Sinatra in doodsnood, maar daarna ontaardt de begeleiding in snoeiharde rock 'n' roll en de zang in woest geschreeuw. Vicious beweegt steeds wilder en maakt dubbelzinnige gebaren wanneer de tekst ertoe aanleiding geeft. Uiteindelijk, wanneer het lied in heidens kabaal ten onder is gegaan, smijt hij zijn microfoon weg, pakt hij een pistool uit zijn broek en richt hij een slachting aan onder het publiek. Als het gegil zelfs het muzikale pandemonium overstemt, draait Vicious zich om; hij maakt een fuck-you-gebaar en sjokt de trap op.

Niets blijft er over van Frank Sinatra's gevoelige levenslied, zo stemmig en populair bij begrafenissen en crematies. De 21-jarige Sid Vicious, niet het type om stil te staan bij het verleden, gaat niet gentle into that good night, en neemt een evergreen mee in zijn graf. In minder dan vier minuten geeft hij al zijn collega's een lesje in nihilisme. Zijn moord op 'My Way' is de overtreffende trap van punk.

    • Pieter Steinz