Riga - New York - Amsterdam

Met een zweem van minachting kijkt hij langs de portrettist naar een punt in de verte. Minachting in zijn ogen, minachting in de licht opgetrokken lijn van de onderlip. Het golvend donkerbruine haar en de snor vertonen al een spoortje grijs, de donkergroene tuniek van het Rode Leger heeft geen distinctieven behalve op de linker borstzak een bloedrode rozet. Leib Bronstein, beter bekend als Lev Davidovitsj Trotski.

Hij stond op de grond in het winkeltje, meer een uitdragerij, bijna op de hoek van de Elfde Straat en de Zesde Avenue in Manhattan. Het zaakje wordt gedreven door twee dikke Russen. Ze handelen in alles wat de Sovjet Unie op het gebied van ridderorden, medailles, speldjes, beschilderde eieren, borstbeeldjes, autootjes, kanonnetjes, vervalste ikonen en misschien wel echte, en talloze andere knutseltjes heeft nagelaten. Dat is ontzaggelijk veel en daardoor ziet dit winkeltje er dan ook uit als een ouderwets afgeladen pakhuisje. De klant moet zich heel voorzichtig op de paar overgebleven vierkante meter bewegen.

Trotski herkend hebbend werd deze aanstaande klant door begeren overweldigd. Er stond ook nog een Stalin, schuin achter de grote revolutionair, onverbiddelijk over diens schouder kijkend, maar Stalins zijn er nog in overvloed. Afzonderlijk kostten ze allebei 150 dollar. Wie ze samen wilde meenemen hoefde maar 250 dollar te betalen. Dat was verleidelijk, maar zuinig aangelegd zijnde en zich meer verwant voelend met de schepper van het Rode Leger, schafte hij zich alleen deze aan na het schilderij op echtheid te hebben gecontroleerd. Ja, het was werkelijk echte verf op echt schildersdoek, gespannen op oude latjes en met inmiddels verroeste spijkers vastgetimmerd. Het was ook gesigneerd, onleesbaar, en van een jaartal voorzien: 1923. Dat kon dus gemakkelijk. De minachting in zijn blik gold natuurlijk de troika van Stalin, Zinovjev en Kamenev die al tegen hem samenspande. Maar het zou nog twee jaar duren voor hij het onderspit moest delven.

Waar hadden de heren van de winkel dit portret op de kop getikt? In Riga. Ook dat was niet onwaarschijnlijk. Daar had het natuurlijk een jaar of 70 verborgen op een zolder gestaan. Toen was het ogenblik gekomen waarop de eigenaar, eindelijk in de gelegenheid gesteld door de vrije markt, en gedreven door zijn behoefte aan harde valuta zijn bezittingen had geïnventariseerd. Zo was Trotski in de verkoop terecht gekomen, zo had hij de reis naar New York ondernomen. Het portret werd in een grote plastic zak gepakt. Veertien dagen stond het op de schoorsteen van een ouderwetse hotelkamer en volgde het doen en laten van zijn nieuwe eigenaar die door de hierboven beschreven blik tot ongewone bescheidenheid werd gestemd.

Toen moest het mee naar Nederland. Drie nummers van de New York Times gingen eromheen, daarover de plastic zak en toen nog zo'n zak. Dat, gepaard aan de trots en de tederheid van de bezitter, moest voldoende zijn. Aan de ingang van het vliegtuig stond het hoofd der stewardessen de passagiers te verwelkomen. 'Dit is een schilderij,' zei deze bijzondere passagier. 'Hebt u daar een veilig plaatsje voor?' en hij vertrouwde haar toe wie erop stond. Ze begreep meteen het bijzondere en droeg Trotski het trapje op, naar de ruimte waar de bijzonderste passagiers zitten. De eigenaar kwam zelf terecht naast een niet onvriendelijke man die met open mond gum kauwde, zo krachtig dat het was alsof er een regiment kabouters door de modder zwoegde. Zijn best doend zich hiermee te verzoenen probeerde de eigenaar in slaap te vallen.

Terwijl dit mislukte verscheen opnieuw de stewardess. Ze boog zich naar hem over en zei: 'De heer Trotski zit in de eerste klas en hij zal het op prijs stellen als u zich bij hem voegt.' Zeldzaam zijn de ogenblikken waarop we onze oren niet kunnen geloven terwijl geluk zich van ons meester maakt. Dit, zei mijn zegsman, was zo'n ogenblik. Hij zei: 'Wilt u de heer Trotski overbrengen dat ik graag van de partij zal zijn?' Weldra nam hij afscheid van de gumkauwer, werd naar zo'n fauteuil op het bovendek geleid en maakte de reis over de oceaan in het veilig besef dat Trotski achter hem stond.

In Nederland wachtte de douane. Had hij een inklaringsformulier? Nee, maar dit was een heel goedkoop schilderij. Dat wilde de douane dan wel eens zien. De ambtenaar begon met een scheermes in de verpakking te snijden, terwijl de eigenaar voelde hoe in zijn aderen vijf liter bloed in vijf liter adrenaline veranderde. Daar steeg Trotski heelhuids op uit de New York Times. Ja, zei de douane. Ik zie het. Goedkoop schilderij. Maar die man heeft mooie boeken geschreven.

    • H.J.A. Hofland