Regime Tadzjikistan wordt nu van twee kanten bedreigd

Het communistische bewind van Tadzjikistan is in moeilijkheden gebracht door een rebellie van twee voormalige medestanders van president Imomali Rachmonov. Na een verwoestende burgeroorlog is het ironisch genoeg niet het in 1992 verslagen islamitische en anticommunistische verzet dat Rachmonov in de problemen brengt, maar een muiterij in eigen kring.

Sinds gisteren staan twee van Rachmonovs commandanten, Machmoed Choedojberdjev en Ibodoello Bajmatov - beiden met hun troepen behorend tot de Oezbeekse minderheid - op vijftien kilometer van Doesjanbe. Rachmonov ziet Tadzjikistan op de rand van een nieuwe burgeroorlog staan nu “buitenlandse krachten” proberen zijn land “van de wereldkaart te vegen”.

President Jeltsins veiligheidsadviseur Joeri Batoerin is ijlings naar de Tadzjiekse hoofdstad gereisd, nadat zijn nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Jevgeni Primakov, zondag al Doesjanbe had bezocht op zijn eerste buitenlandse reis sinds zijn benoeming. De Russen maken zich grote zorgen over hun vredesmacht, die sinds 1992 in Tadzjikistan is gelegerd om de zuidgrens met Afghanistan te beschermen tegen infiltranten van het verzet tegen Rachmonov. Moskou heeft herhaaldelijk gezegd die grens te beschouwen als de zuidgrens van Rusland zelf. Het Russische contingent is het belangrijkste in een vredesmacht van het GOS, die 25.000 militairen telt en waarvan het mandaat eind vorige maand met een half jaar is verlengd. Honderden Russische soldaten zijn de afgelopen jaren aan de Tadzjieks-Afghaanse grens gesneuveld in schermutselingen met de infiltranten, maar terugtrekken wil Rusland de troepenmacht niet. Dat zou, zo zei Primakov zondag nog, leiden tot een destabilisering van achtereenvolgens Tadzjikistan, heel Centraal-Azië en “de onderbuik van Rusland” zelf. Hoe belangrijk Moskou Tadzjikistan vindt, blijkt uit het feit dat het zeventig procent van de Tadzjiekse begroting betaalt en dat een Russische generaal minister van Defensie is.

Tadzjikistan zal zonder twijfel niet van de wereldkaart verdwijnen, zoals Rachmonov zegt te vrezen. De rebellen eisen 'slechts' het ontslag van de “corrupte en incompetente” regering van premier Jamsjed Karimov in Doesjanbe. Maar het gevaar van een nieuwe burgeroorlog is groot; niet alleen Rachmonov maar ook het ministerie van Buitenlandse Zaken in Moskou sprak die vrees uit. De rebellen vormen ook een serieuze bedreiging voor Rachmonovs bewind: ze hebben zich de afgelopen dagen meester gemaakt van Toersoenzade in het westen van het land en van de belangrijke stad Koerban-Tjoebe in het zuiden van Tadzjikistan.

De rebellie van Choedojberdjev en Bajmatov lijkt geheel los te staan van het verzet van de islamitische en anticommunistische rebellen, die op 31 januari een nieuw offensief ontketenden dat sindsdien aan honderd militairen van het Tadzjiekse regeringsleger het leven heeft gekost. Dat offensief werd ingezet in de regio Tavildara, aan de voet van het Pamir-gebergte, ondanks een lopend bestand en ondanks vredesbesprekingen in de Turkmeense hoofdstad Asjchabad. Ook dat offensief vervult Rachmonov en Jeltsin met grote zorgen. Jeltsin heeft eerder deze week gezegd dat alles moet worden gedaan om de Russische vredesmacht buiten de strijd te houden.

De burgeroorlog van 1992 brak uit als een direct gevolg van het wegvallen van de oude Sovjet-Unie, tussen enerzijds de traditionele leiders uit Leninabad (nu Chodzjand) en Koeljab, die Tadzjikistan in Sovjet-tijden bestuurden, en anderzijds de Garmi's en Punjabi's, arme bergvolken die na decennia aan de zijlijn te hebben gestaan kans zagen eindelijk enige bestuursverantwoordelijkheid te krijgen. Zij vonden bondgenoten in intellectuelen die hetzij meer islam, hetzij meer democratie, hetzij meer persoonlijke macht wilden. Clan- en stamloyaliteit speelt in Tadzjikistan vanouds een grote rol.

De burgeroorlog kostte naar schatting vijftigduizend mensen het leven en verjoeg bijna een miljoen mensen, eenzesde van de totale bevolking, van huis en haard. De oorlog eindigde met behulp van Moskou in een zege van de Chodzjand- en Koeljab-factie onder leiding van de communist Rachmonov, een Koeljabi. Sindsdien woedt de guerrilla. Twee groepen rebellen hebben zich daarbij aaneengesloten: Pamiri uit Gorno-Badachsjan, het dak van de wereld, en islamitische militanten uit regio Garm in Centraal-Tadzjikistan, die zich in Afghanistan hebben gehergroepeerd en raids over de grens maken.

Rachmonov bestuurt zijn republiek in Sovjet-stijl. In het 181 zetels tellende parlement zitten na de - volgens internationale waarnemers onvrije, ondemocratische en oneerlijke - verkiezingen van februari vorig jaar welgeteld twee opposanten van Rachmonov. De media worden door het regime gecontroleerd. Volgens de oppositie zijn alleen al tussen 1992 en 1994 35 oppositionele journalisten vermoord - vaak de hoofdredacteuren - en tweehonderd naar het buitenland verdreven.

    • Peter Michielsen